Rodi

Toen de blauwe tram nog reed...
Tentoonstelling 'De Waterlandse Blauwe Tram' van start

Breng een bezoekje aan de tentoonstelling van de Waterlandse Blauwe Tram. (Foto: aangeleverd)

MONNICKENDAM - Er bestaat een filmfragment waarop een trammetje te zien is dat moeizaam puffend langs een vaart op de camera toe rijdt. Als de locomotief een haakse bocht moet maken om een brug te nemen, houdt de kijker z'n hart vast. Dit kan niet goed gaan: de topzware locomotief dreigt te kantelen en de wagons achter zich mee te sleuren. Het gaat wél goed, de tram hervindt zijn evenwicht. Elke dag weer, 68 jaar lang...Op 13 december 1888 reed de Waterlandse tram feestelijk z'n eerste rit van Amsterdam naar Edam.

De 21,5 kilometer konden in 75 minuten worden afgelegd. Hiermee had Waterland een directe verbinding met Amsterdam en dat gaf de weinig florissante economie en het toerisme van Waterland een stevige impuls. Eeuwenlang vond het vervoer in en naar het drassige Waterland plaats over water. Trekschuiten en beurtvaarders brachten zuivel en vis vanuit Waterland via trekvaarten en het open IJ naar Amsterdam. Maar 's winters vroren de vaarten dicht en lag het vervoer stil.

Tijd voor verandering


Het was de Amsterdamse architect Theo Sanders die het initiatief nam Waterland uit z’n isolement te verlossen. Hij schetste de praktische en commerciële mogelijkheden van een tramverbinding. Probleem was dat elke vierkante meter grond in Waterland particulier eigendom was. Het kopen of huren van stroken grond voor de trambaan vereiste dan ook veel kapitaal. Samen met burgemeester Hendrik Calkoen van Edam bepaalde Sanders een route vanaf de noordoever van het IJ naar Edam. Ondanks ambtelijke tegenwerking kreeg Sanders uiteindelijk het benodigde startkapitaal van 200.000 gulden bijeen, dankzij een obligatielening. Op 30 april 1888 werd de NV Noord-Hollandse Tramweg-Maatschappij (NHT) opgericht. Meteen werd begonnen met het leggen van de rails. Het kostte Monnickendam zijn monumentale Noordeinderpoort. Vooruitgang eist nu eenmaal zijn tol...
De Bredase machinefabriek Bakker en Rueb leverde op voorhand vijf locomotieven. In de volksmond gingen ze 'koffiemolen' heten of 'stooffie', vanwege de hitte die ze de rijtuigen inbliezen. Van een failliet trambedrijf in Hoorn werden vier wagons overgenomen en twee voor post en goederen. De tocht begon voor het Centraal Station, waar een veerdienst de passagiers naar het Tolhuisstation aan de noordzijde van het IJ bracht. Daar vertrok de tram met de haltes Zunderdorp, Het Schouw, Broek in Waterland, Monnickendam en eindstation Edam. In Monnickendam mocht de tram alleen stapvoets door het nauwe centrum rijden, voorafgegaan door een man met een rode vlag en 's avonds een rode lantaarn.

Forenzen en toeristen


De tram werd een succes. Waterlanders konden gaan werken in Amsterdam. Ook was het een geliefd uitstapje. Tijdens de paasdagen van 1889 kwamen er 1700 toeristen naar Waterland, in augustus waren het er al 15.000. Onder de buitenlanders waren het vooral ondernemende Engelsen die kwamen kijken naar dorpen waarover in hun land de wildste verhalen rondgingen. Toch ging het bergafwaarts. Stijgende kolenprijzen, het wegvallen van toerisme tijdens de Eerste Wereldoorlog, de overstroming van 1916 en de grote depressie van de jaren ’30, luidden het einde in van de N.H.T. De Noord-Zuid-Hollandse Vervoer Maatschappij (NZH), nam de exploitatie over en begon broodnodige moderniseringen. In 1932 werd de lijn geëlektrificeerd en tevens doorgetrokken naar Volendam. Vandaar vertrok een boot naar Marken, die de weg effende voor een bloeiende toeristenindustrie.

Herinnering


Na de Tweede Wereldoorlog volgden grote reorganisaties bij de N.Z.H. Men investeerde liever in nieuwe bussen dan in het verouderde trammaterieel. De toekomst was aan het busvervoer. In 1949 werd de tramlijn naar Purmerend opgeheven en overgenomen door bussen van de Nederlandse Auto Car Onderneming (NACO). Ook moest het Tolhuisstation wijken voor de aanleg van de IJ-tunnel. Op zaterdag 30 september 1956 reed de laatste tram naar Amsterdam. In een ‘feestelijke treurstemming’ trokken de inwoners van Monnickendam de tram met touwen, fanfare en rouwkransen definitief het stadje uit. De Waterlandse blauwe tram werd een herinnering...
Heeft u als (oud) inwoner van Monnickendam e.o. nog mooie herinneringen aan het blauwe trammetje, (jeugd)sentiment en/of verhalen over vroeger. Misschien bent u wel een zogenaamd 'tramstel'; een echtpaar dat elkaar heeft ontmoet in het blauwe trammetje? Dan wordt u opgeroepen contact op te nemen de redactie van Ons Streekblad. Wij horen graag verhalen over vroeger en delen graag uw herinneringen! Reageren kan via redactie.osb@rodi.nl!
In het Waterlandsmuseum de Speeltoren in Monnickendam is tot en met 2 april 2017 de overzichtstentoonstelling 'De Waterlandse Blauwe Tram' te zien. Deze tentoonstelling geeft een prachtig, en soms zoals in oorlogstijd ook pijnlijk, beeld over de tram. De tentoonstelling vertelt bijzondere objecten, foto's en films.

Artikel geplaatst op donderdag 17 november 2016 - 08:04



Reacties (1)


Andries de Loor 10 dagen geleden

mijn grootouders woonde in de jaren 50 van de vorige eeuw op Marken en ik in Doorn.
Als wij op bezoek gingen was dat een wereld reis. Eerst de bus naar Driebergen, dan trein naar Amsterdam, met bootje v.a. koffiehuis naar overkant ei en daarna met tram naar Monnickendam en dan weer met de boot van Pietje Kes naar Marken. Wij waren dan ruim een halve dag onderweg. Geweldig als je een jaar of 8 bent.

Reageer