Rodi

Goede morgen   

door Giselle Ecury
Donderdagochtend. Malse regenbuitjes hebben de eerste zomerwarmte van dit jaar weer verdreven. Met hondlief begeef ik me op pad. Het opgefriste landschap ademt opgelucht, voorzichtig probeert iets blauws aan de hemel het grauwe van de vroege ochtend te verdrijven. Vogels zingen, specht roffelt precies boven mijn hoofd en op dat moment fietst er een vriendelijk ogende vijftiger langs die mij groet met een opgewekt: “Goedemorgen!”. Mijn antwoord is eensluidend. Hoewel: voor het eerst van mijn leven zeg ik nadrukkelijk met een rollende ‘r’: “Goeie mórrege”. En dat voor iemand met ouders die nadrukkelijk gingen voor het ABN. Daar moest ik om lachen, maar de wens kwam wel uit mijn tenen, was oprecht gemeend en bleef hangen door de manier waarop ik hem uitsprak. Al wandelend besloot ik eens stevig stil te staan bij deze groet, die vaak automatisch over onze lippen komt, maar waarin goedbeschouwd zeer veel schuilgaat. We wensen elkaar van alles toe in het leven, zoals fijne verjaardagen, een goede reis, van harte beterschap en heel veel sterkte met daarin verankerd een diepe intentie, waaruit blijkt dat het je menens is. Maar een simpele groet als: “goedemorgen” aan het begin van weer zo’n prachtige nieuwe dag wordt veelal achteloos de ether ingeslingerd.
Met dit stukje bewustwording vervolgden we onze weg. Terwijl viervoeter ergens diep weg tussen de met klimop bedekte bosbodem haar grote boodschap deed, zong een merelman mij wonderschoon toe, alsof het een ware serenade was. Waarom niet? Vogels kennen geen leeftijdsdiscriminatie. Op het voetbalveld tegenover de Teun de Jagerschool speelden hond en ik ons gebruikelijke werpspel, waarbij ik zo nodig enige commando’s moest schetteren naar mijn zwarte schicht, die ze zowaar allemaal keurig opvolgde. Goed zo, braaf dier, begon de consequente opvoeding dan nu haar vruchten af te werpen? Geduld bleek plotseling een prima zaak – ging dat met dorpsdingen ook maar zo! – en opgewekt liepen we verder. Via kruip-door-sluip-door-weggetjes stonden we oog in oog met een eekhoorn, vroeger veelvoorkomend, maar nu een zeldzame soort in ons bos. Het knagertje keek net zo verrast op als wij, aarzelde en klom rap tegen de stam van een eik op, met zwaaiende pluimstaart – ja, óók goedemorgen…
Een ontmoeting volgde met iemand die me de avond tevoren een lieve e-card had gestuurd, omdat we elkaar de afgelopen weken nooit waren tegengekomen en zij mij toch een hart onder de riem wilde steken. Terwijl ik dat bericht blij had beantwoord met een “tot snel”, was ik er bijna zeker van, dat wij elkaar de volgende ochtend al zouden treffen, maar als zoiets dan daadwerkelijk gebeurt, sta je stomverbaasd als aan de grond genageld naar elkaar te staren. Als klap op de vuurpijl kon ik nog ergens mijn lievelingsbloemen scoren en met een tas tulpen wandelden we naar het kerkhof. En méér verrassingen vielen me ten deel.
Degene die mij die ochtend vriendelijk gedag zei, moest eens weten dat hij een toverwoord uitgesproken had: mijn morgen verliep niet alleen goed, maar helemaal op rolletjes. Er schuilde een les in de kleine gebeurtenissen, nl. dat de verantwoording voor het welslagen van de tijd die wij moeten invullen gewoon bij onszelf ligt, omdat wij nu eenmaal de enige zijn die iets kunnen doen met de wens die ons toekomt, soms eenvoudigweg door onze ogen en oren de kost te geven en bewust te leven. Simpele dingen kunnen rijkelijk uitpakken. Grotere dingen ook, wanneer we elkaar met respect blijven zien, bij narigheid niet op de man spelen en zeker niet hoog van de toren blazen. Omdat niet iedereen gediend is van een reveille, maar al blij is met bescheidenheid.

Artikel geplaatst op vrijdag 19 mei 2017 - 10:03



Reacties (0)


Reageer