Rodi

Kauw in de kou

door Giselle Ecury
Enige tijd geleden liep ik al vroeg over de Voorweg. Het gros van de goegemeente vallend onder de noemer “forens”, haastte zich met verbeten uitdrukking op het gelaat in alle eenzaamheid naar zijn werk. Een enkele uitzondering daargelaten en dat leverde ergernissen op. Pfff, je zou je toch eens aan de maximum snelheid van 50 km per uur moeten houden!
Voor een voetganger op de soms te nauwe stoep kan dat haasten hachelijke momenten opleveren. Natuurlijk ook voor fietsers op de schijnveilige fietsstroken. De inhaalmanoeuvres zijn vaak tenenkrommend. Zouden er mensen zijn die bij drie potten pindakaas hun rijbewijs cadeau kregen? Zitten ze zelf nooit op de fiets? Mijmeringen die me snel tot positief denken dwingen: dat ik veilig mijn bestemming haal. Zo ook die ochtend. Tijdens een autoloos moment ontwaarde ik plotseling op het wegdek een gedeeltelijk verwond geraakte kauw. Een jong dier, overduidelijk vleugellam. Het beestje verloor daardoor constant zijn evenwicht en duikelde voorover, vechtend voor zijn vrijheid. Eigenlijk kon hij zo onmogelijk van het wegdek raken. Machteloos keek ik toe, hopend dat de vogel snel uit zijn lijden verlost zou zijn door een automobilist die er overheen zou rijden, want anders moest ik ingrijpen, dit was niet om aan te zien. Maar hoe? Mijn hond wilde grommend en trekkend al maatregelen nemen. Zij zou haar riem kapot bijten om mij te redden uit de klauwen van die kauw, als ik haar zou vastbinden…
Een omwonende bood aan mijn hond vast te houden. Vrijwel tegelijkertijd stopte er eindelijk een auto vóór de vogel op het wegdek – tot dan toe was het arme dier telkens tussen de vier wielen van voortrazende wagens willoos voortgestuwd door de luchtdruk. Een jonge vrouw met een kind, veilig in een zitje op de achterbank, kon ternauwernood uitstappen. “Pas op!,” riep ik, want niemand hield achter haar stil, verwonderlijk, haar four wheel drive was dermate groot en hoog, dat niet te overzien was voor welk probleem zij stilhield. Zelf zou ik altijd achter haar gestopt zijn om te verifiëren of inhalen wel veilig was. Maar nee, de verbeten tocht richting werk werd door iedereen fanatiek voortgezet. Eindelijk werd het rustiger. De vogel liet zich niet door ons vangen en zocht lange tijd bescherming onder de auto, totdat we besloten dat de vrouw een klein stukje moest doorrijden, zodat ik het dier kon oppakken. Nog krachtig klopte zijn hart tegen de muis van mijn duim. Naar de vogelopvang brengen? De jonge moeder bood aan dat te doen. Dat vind ik na de tragische taferelen die ik had moeten aanschouwen een onverwacht mooie wending. Ze had slechts een tas om de kauw in te doen. Stel dat hij, ondanks zijn verwondingen, onderweg zou losbreken? Te gevaarlijk.
Dus zat ik even laten thuis, het zwaar gewonde dier op een zachte theedoek in een doos. Hij keek me aan, leek te luisteren naar mijn zachte woorden en legde zijn lot in mijn handen, aandoenlijk. De angst verdween uit zijn ogen, het beestje ademde snel. Maar waar zat een vogelopvang? Via Staatsbosbeheer en Google vond ik er één: telefonisch pas benaderbaar na 11.00 uur. Al gauw bleek de kauw echter bezweken te zijn; koud en stil lag hij in zijn doos.
Hadden we hem aan zijn lot moeten overlaten? Nee, ik vind van niet. In elk geval vonden drie mensen zijn pijn de moeite waard om bij dit levende wezen stil te staan. Er ontwikkelde zich een vorm van saamhorigheid tussen drie toevallige passanten. Een efficiënte rolverdeling, een adequaat gevoel voor verantwoordelijkheid. Laat mij tot slot maar in de waan dat mijn beschermende handen en theedoek dit schepsel een zachtere dood bereidden dan die te hard langsflitsende, onverschillige automobilisten deden. Au! Denk óók eens aan deze kleine weggebruikers. Net als u van vlees en bloed, met gevoel en een kloppend hart…

Artikel geplaatst op maandag 17 juli 2017 - 08:39



Reacties (0)


Reageer