Rodi

Geven en nemen

door Giselle Ecury
Misschien ligt het aan mij, verandert de humor, moet ik eraan wennen. Aan die in-flauwe vreselijke commercials, bedoel ik. Voegen die iets toe? Zouden producenten er blij mee zijn, vraag ik me af wanneer er weer zoiets tenenkrommends langskomt. Eerlijk gezegd blijft zelfs de productnaam niet hangen. Wat gééft die oersaaie "nu-of later-drieling" je? Of René Froger die een nieuwe bril koopt met dat dik erbovenop gelegde toneelstukjespraatje, waarbij hij ten slotte quasi olijk erkent ook een beter zicht te hebben op dichtbij: de verkoopster. Mag ik even bráken, alsjeblieft? Welk mechanisme komt in werking? Is er nu werkelijk niets originelers te verzinnen? Kom op, zo dom zijn we niet, we mogen toch voor vol aangezien worden? Het ontneemt me als consument bijna mijn gevoel voor eigenwaarde…
Reclame maken is een vak op zich. De makers hebben daar beslist meerdere talenten voor: gevoel voor emotie, de juiste casting, de goede teksten – geen woord te veel – en liefst met fantastische woordspelingen. Dan het precies de boodschap versterkende muziekje eronder, soms speciaal gecomponeerd door musici, omdat zij daar nu eenmaal talent voor hebben. Het is vaak teamwork. Doen “ze” het goed, dan vergeet je zo’n reclame niet meer.
Iedereen heeft een talent. Alleen moet je weten waar dat van jou ligt. Dat voorkomt frustraties en teleurstelling. Neem nou bovengenoemde reclamespotjes: zou ík de maker zijn, dan zou ik nu depressief zijn en me afvragen waarom niemand mij op enig moment in mijn weg naar het vak “reclamemaker” niet heeft gezegd: “Giselle, joh, weet je? Dit gaat hem niet worden. Je teksten zijn aardig, houd het daarbij.”
Zo vond ik een vroegere stagebegeleider, die mij en een “collega-kinderbegeleidster” moest beoordelen in een gezamenlijk gesprek, erg dapper. Zij gaf tactisch aan, dat die collega in al die maanden niet de juiste toon gevonden had t.o.v. de kinderen en dat ze er wellicht beter aan deed zich op iets anders te focussen. Die kids namen inderdaad een compleet loopje met haar en juf raakte in paniek, kon de juiste toon niet vinden, werd boos als humor vereist was en begon te lachen als overwicht gewenst was. Ze werd verdrietig, maar had het eigenlijk zelf ook al in de smiezen. Nu werkt zij ergens succesvol “achter de schermen".
Over het overdreven bejubelen van jongeren heb ik het in mijn vorige column gehad. Opbouwend kritisch zijn voorkomt veel, zoals tijdverlies en wat betreft het eindproduct dat meewarige, hierboven omschreven gevoel bij de consument. Weg met die zesjescultuur!
Op basis van mijn columns zou je kunnen denken, dat ik tv-verslaafd ben. Goed, ik heb de Luizenmoeder ontdekt, Podium Witteman (waarbij ik sommige optredens van de vaste clan wegzap – u weet nu waarom) en het Journaal, maar verder moet ik bekennen dat ik de NPO-programmering matig vind, op sommige documentaires na. De vaste tijdstippen houd ik niet bij, toevallig kom ik erin terecht. Op dit moment is het grote aanbod sportieve prestaties natuurlijk niet te versmaden. De Olympische Spelen. Zondag was het dus ongekend rustig op de wegen, wat een genot. Was het elk weekend maar zo! Dan ging ik vaker op pad… Hoewel ik nu helaas het grootste deel van de Groet uit Schoorl Run heb moeten missen. Heerlijk om te zien hoe ons dorpje volstroomde met sportieve, gedreven mensen met een talent voor hardlopen die er zin in hadden, ondanks de koude tegenwind. En laten we eerlijk zijn: die honderden mensen kunnen beter te voet hard langs je raam racen, dan honderden automobilisten met één te zware voet. Over talent gesproken: de beste bestuurder weet van nature dat hij zijn snelheid moet aanpassen binnen woonwijken, waar plotseling kinderen kunnen oversteken of medeweggebruiker zijn. Hij/Zij weet, dat snelheid niets toevoegt en dat een uitgelezen, slimme rijvaardigheid je eerder, voordeliger, prettiger en op correcte wijze brengt op je bestemming. Is niet alles een kwestie van geven en nemen…?

Artikel geplaatst op maandag 12 februari 2018 - 11:53