Rodi

Zoethouder

Twee weken geleden kon u lezen hoe ik ervan genoot van het “niets moeten”; dat het voldoende was er uitsluitend te “zijn”. Wat je dan een onvermoede bronnen aan kunt boren! Zo kwam ik tot opruimen. Teveel dingen worden vaak eindeloos bewaard, terwijl je er natuurlijk ook anderen een plezier mee kunt doen. Dáár was het weer eens tijd voor. Het leuke van opruimen is, dat je dingen tegenkomt met een historie, zoals een kookboek van mijn grootmoeder. Oma had nl. voorin met (rood) potlood van alles geschreven en ik herkende haar handschrift. Zo realiseerde ik me dat dit echt een “doe-boek” voor haar geweest moet zijn. Door het favoriete gerecht met paginanummer voorin op te schrijven, verloor ze geen tijd. Ook toen al! Maar er staat dan ook een enorme hoeveelheid recepten en weetjes in dit dikke boek, dat er beduimeld en bevlekt uitziet en me daardoor extra dierbaar werd. Mijn oma lette (net als ik) niet op wat morsen, ze sloeg een pagina met vette vingers om.
Vet werd er volop gebruikt, in die dagen. Roomboter en suiker, ze staan in elk recept. Maar: mensen hadden véél meer lichaamsbeweging en aten met mate! Het werktempo lag zeer hoog. Niets was gemotoriseerd. Gesjouwd werd er en gebuffeld. Geveegd en geklopt.
De toename van het aantal te dikke mensen en helaas ook kinderen – ondanks de jarenlange anti-vet en anti-suiker campagne – is verontrustend. Op basis van wetenschappelijk onderzoek blijkt het weglaten van vet en het gebruik van lightproducten alles behalve zaligmakend te zijn. In allerlei voorgefabriceerde producten zit te veel zout en zoetstof. Beiden maken dorstig, je drinkt er méér van dan gewenst. Die nagebootste suikers (siropen) zorgen er volgens mijn bescheiden mening alleen maar voor dat mensen heel erg verslaafd raken aan die zoete dingen en er véél van kopen, kopen, kopen. Zelf geef ik de voorkeur aan natuurlijk eten: géén pakjes, zakjes en kant & klaar producten. Géén frisdranken, maar water, groenten- of vruchtensap. Olijfolie, roomboter, rietsuiker. Eieren – niet 1x in de week, maar net als in oma’s tijd regelmatig, naar behoefte. Ze zijn nl. vaak soms wel 200 keer zo zoet als gewone suiker. Ook zijn ze dikwijls synthetisch bereid, zoals xylitol, cyclamaat en kalium-acesulfaam. Zou ik daardoor fabrieksijsjes (gezoet met diverse siropen) nooit lang in de vriezer kunnen bewaren, terwijl ik een zelfgemaakte suikerzoete cake makkelijk kan laten liggen tot het volgende bezoek zich aandient?
Het toverwoord is: matigen. Makkelijk gezegd: mij maak je niet blij met frisdranken, snoepjes of fabriekskoekjes. Het liefste maak ik alles zelf, dan weet ik dat er hoogwaardige ingrediënten in zitten zonder toevoegingen. Het is óók een vorm van “zijn”, zeg maar. Vergeleken met oma’s recepten gebruik ik op 250 gram bloem slechts 150 gram suiker, een ons minder dan zij deed. Als je suiker met mate gebruikt en er een gezonde levenswijze op na houdt met flink wat beweging, moet dat kunnen, is mijn mening. Zo weiger ik over te stappen op een e-bike – de behoefte daaraan is ons opgelegd. Tijdsverlies doordat ik er langer over doe? Nou én? Ik geniet lekker hijgend van dat ritje en de buitenlucht (en ben niet veel later in het dorp). Mijn lijf raakt goed doorbloed doordat mijn hart flink rikketikt. Cardiotraining. Met dit prachtige weer van de afgelopen weken is zó buiten bewegen eveneens een vast onderdeel van het project “zijn”. Net als wandelen: duin op, duin af. Topomgeving!
Opruimen is dan een rustpunt. Vertederend en grappig vind ik de foto’s van mensen in oma’s kookboek. Sommige hebben een rode bril van haar gekregen. Verlevendigde zij zo de kooktijd? Heerlijk, zo’n zoethouder. Herkenbaar. Met dit boek ga ik anderen nog géén plezier doen. Hoewel? Zo af en toe iemand blij maken met iets lekkers…? Het zoete van er “zijn”…
Giselle Ecury

Artikel geplaatst op zondag 10 juni 2018 - 09:18