Rodi

Ergernissen

door Giselle Ecury
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt regelmatig bij waaraan wij ons het meest ergeren. Mij ergeren doe ik al jaren niet. Het verandert de zaken totaal niet, maar je raakt er wel van op tilt. Het leed is dan allang voorbij, maar jóuw hartslag blijft hoog. Dus houd ik het relaxed op het constateren van narigheid, net als het CBS.
Te hard rijden vormt de grootste overlast in de buurt, heeft men vastgesteld. Mooi, dan ben ik niet de enige die vindt, dat mensen langzamer moeten rijden door een woonwijk, waar een kat plotseling kan oversteken of – veel erger – een kind. Waar je een stoeprand kunt aantikken, zodat je gelanceerd wordt in bijvoorbeeld een tuin aan de andere kant van de weg, wat enige jaren geleden mijn toen nieuwe buren overkwam. Wie daar achteloos gewandeld had… Tja. Dát bedoel ik. Maar het milieu wordt ook minder belast door langzamer rijden. Nu de aarde gebukt gaat onder onze decadente levensstijl is dat de makkelijkste manier het milieu te helpen, lijkt me. Daarnaast beperkt het je brandstofverbruik, dus je onkosten. Langzaam rijden veroorzaakt minder roetdeeltjes in de lucht die vooral kinderen inademen (hun gezicht is dichter bij de grond dan het onze). Dit inademen van fijnstof kan longproblemen geven, zoals longkanker en ernstige benauwdheid: COPD.
    Zelf leg ik mijn verantwoordelijkheidsgevoel-lat erg hoog. Altijd gedaan, met het Rapport van de Club van Rome (1972) in gedachten. U kunt bovenop mijn bumper kleven, maar ík ga daar niet harder van rijden; ik houd me – alcoholvrij – aan de verplichte dan wel aanbevolen snelheid, zowel binnen als buiten de bebouwde kom en kan níet dwars door mijn voorganger heenrijden, dus pas ik me aan. Inhalen doe ik uitsluitend, wanneer ik zicht heb op de situatie. Bij de bochten in de Duinweg blijf ik achter fietsers hangen, totdat “het kan”. Men ergert zich daaraan, merk ik. Jammer, hoor! Appen en telefoneren achter het stuur doe ik evenmin. Men vindt mij géén saai mens, zegt men. Het zit ‘m in ’t leven niet in snelheid.
De resultaten van het CBS geven aan dat hondenpoep op een forse tweede plaats staat op de ergernissenlijst. Voor onze gemeente hoort paardenmest daar zeker bij. Een bescheiden hondenkeutel valt er volledig bij in het niet. Bijzonder vind ik, dat de tennisclub in Schoorl tegenwoordig aan het hek langs de banen en het paadje richting het duin een aantal fraaie, uit multiplex gemaakte hondenhopen heeft opgehangen. Via eruit gefiguurzaagde ogen en mond kijken ze je boos aan. Dat noem ik humor, al vermoed ik dat de nood hoog is bij de overigens zéér behulpzame, aardige leden. Er is zóveel aandacht aan besteed! Helpen hun geplastificeerde, strenge mededelingen niet? “Geen hondendrollen in het bos. Spelende kinderen Wandelgebied. Bij de weg hangen zakjes. Hou het netjes!!!” Billen knijpend uit angst voor wat extra drukwerk van mijn hond wandel ik er vrijwel dagelijks langs. Een kind heb ik er nóóit gezien. Wél verderop, in het bos. Is er soms iets anders aan de knikker?
Mijn viervoeter vindt precies dáár vaak tennisballen. Regelmatig vliegt er dus één over het hek. De eigenaars hebben vast – al zoekende – met de snelle Nike in zo’n hondengebakje getrapt. Gédsie! Hun hoop die Wilson Championship terug te vinden, verdampt ter plekke… Maar: waarom zetten die tennissers dát niet gewoon op die bordjes? Volgens mij is dit begrijpelijker voor de eigenaar van Fikkie én fair play. Zeg nu zelf: als je hond zich al niet vrijuit mag ontlasten in de bosjes waar geen kind in speelt, waar dan nog wél? Zo is er toch geen bal meer aan?

Artikel geplaatst op maandag 29 oktober 2018 - 09:01