Rodi

Woede wieden

Column: Giselle Ecury
Dit Bergens Nieuwsblad wordt 'gemeentekundig' op de geboortedag van mijn zo kindvriendelijke vader. Zou het te persoonlijk worden als ik hier aandacht aan geef? Terwijl de Zwarte Piet-demonstraties de kamer in rollen, vind ik toch dat ik iets moet doen en wel – toevallig – op het exacte uur dat hij in Naarden, in de armen van mijn moeder overleed: ventrikelfibrillatie op het 11e uur van de 20e november 1984, een zwarte dag.
Mijn oma Ecury had in 1911, drie maanden vóór haar 1e kind moest komen, afscheid genomen van haar Arubaanse man, die begreep dat zij hun eersteling wilde krijgen in de nabijheid van haar dierbaren. Men zeilde haar gedurende een hele dag naar Curaçao met een schoener, de enige vervoersmogelijkheid. Op 28 november werd mijn vader in Willemstad geboren, in het woonhuis van de familie van zijn moeder. Een huis met een “Kurá Hulanda”, een Hollandse tuin, waar de geboortekamer op uitzag. Het kind kreeg de namen Jovito Edgardo José, maar iedereen noemde het schatje “Dushi”. Al spoedig ging hij door het leven als Doe. Eenmaal terug op Aruba diende zich weldra een volgende zwangerschap aan. Oma baarde – gewoon thuis – nog 12 kinderen. Inmiddels is in het geboortehuis van mijn vader het Slavernijmuseum gevestigd. Mijn Curaçaose tante Nydia heeft mij dit alles dáár verteld.
De haven van Willemstad werd tijdens de slavernij o.a. gebruikt om zieke slaven op te vangen. Zij werden na hun herstel vaak ingezet op dit eiland. Een trieste historie uit een periode, waarin overigens overal waar rijkdom zegevierde, armen werden ingezet voor persoonlijk gewin der rijken. Zelfs in Nederland bestond kinderarbeid en jonge inwonende hulpjes in een chique huishouding konden door de heer des huizes misbruikt worden, net als de (jonge) slavinnen door hun meester. (Ook Veenhuizen (Drenthe) werd een kolonie...)
Terug naar 1911. Veel inwoners van de eilanden spraken lovend over wat de koloniale tijd bracht: o.a. uitstekend onderwijs, de kans in Nederland vervolgonderwijs te genieten, een ziekenhuis met goede medische voorzieningen en welvaart, waardoor velen betaald werk kregen, want de slavernij was afgeschaft. Ook mijn vader liet zich hier altijd positief over uit. In 1948 trouwde hij mijn uit Nederland afkomstige moeder. Voor hun kinderen vonden zij een gedegen kennis van de Nederlandse taal beter; Papiaments spreek ik dus niet.
Tot halverwege mijn zesde jaar woonde ik in een gemêleerde maatschappij zonder 'kleur' te zien. We verhuisden naar blank Bergen, maar ik zag – en zie nog altijd – uitsluitend gewoon 'mensen'. Op de eilanden begon men in de zeventiger jaren de eigen cultuur en taal voorop te zetten, verkreeg Aruba in 1986 als eerste een status aparte binnen ons Koninkrijk en volgden Curaçao en Sint Maarten in 2010 en werd dit 'de norm'. Het slavernijverleden werd vooral in Nederland onder de aandacht gebracht – dat ook Nederland koloniseerde blijft een pijnpunt. De Pietendiscussie verhardt mede daarom met enerzijds de traditiegetrouwen op basis van dierbare herinneringen, anderzijds de mensen die zich gediscrimineerd voelen. Dat vind ik treurig, want ik geloof er heilig in, dat het Nederlandse volk, onder wie ik mezelf schaar, in principe hulpvaardig openstaat voor iedereen. Maar bij elk verwijt over en weer gaan er wederzijds boze haren omhoog staan. Het escaleert. Ooit moest de dreigende traditie, dat kinderen met de roe ervan langs kregen of in de zak moesten, verdwijnen vanwege het kwetsbare kinderzieltje, maar die agressie op dit kinderfeest lijkt me pas echt beangstigend. Zouden we ‘t niet wat minder zwart-wit kunnen zien? Zie elkaars pijn om wat ooit was. Dan komt er compassie, verdwijnt hard-tegen-hard. Mededogen doorbreekt vastgeroeste patronen. Zo kunnen we saamhorig tot oplossingen komen en weer Sinterklaas gaan víeren!
Op de muur rond het museumhuis, waar mijn vader werd geboren, staan de dichtregels van mijn tante Nydia Ecury: 'Woede wieden, vrede zaaien'. Mooi! Roe en zak zijn al weg. Nu die boze mensen, de discussie en de politie nog. Sinterklaas is per slot de opmaat naar kerstmis, vrede op aard’. De kleur van zijn knechten is een detail. Laten we dankbaar zijn dat we überhaupt iets te vieren hebben nu wereldwijd (denk o.a. aan Jemen!) veel kinderen lijden.

Artikel geplaatst op woensdag 28 november 2018 - 08:32