Rodi

Rollenspel

Of ik een beetje ‘geland’ ben, vraagt een vriend. “Geland?”, vraag ik. “Ja, word je niet gek van die stilte hier?” “Stil?”, vraag ik. Dat dacht ik ook zoveel jaar geleden. Dat gaat nooit lukken hier. Maar ja, na verloop van tijd ga je toch integreren, althans je doet wat verwoede pogingen en je hoopt op resultaat. Nog in het buitenland ging de vlag uit en werden we als nieuwe familie door een heus welkomstcomité onthaald. De meeste vriendschappen bleven oppervlakkig, want het afscheid was onvermijdelijk. We ‘leefden’ de grote stad en speelden allemaal een feestelijke rol. En ontstond er wel een mooie vriendschap, dan bleken de grenzen van later niet van belang. Maar enige diepte ging je wel missen. Je bent meer dan moeder van drie kinderen, je kan meer dan poffertjes bakken op (toen nog) Koninginnedag en je bent meer waard dan iedere ochtend koffie drinken met andere moeders. Een dorp is andere koek. Er zijn minder ontsnappingsmogelijkheden. Je moet erg je best doen om te laten zien dat je de moeite waard bent. Je proberen voor te doen als iemand anders houd je niet vol. En dan ben je ook nog veertig geweest. Het tijdperk van het zoeken naar ‘wie ben ik’ breekt aan. Dan is het best moeilijk in een dorp, juist omdat anonimiteit moeilijk vol te houden is, je bent erg zichtbaar. Een vriendin wees mij op de plaatselijke toneelgroep. “Als je toch een rol wilt spelen…” De afgelopen zes jaar was ik een hitsige secretaresse, een oud omaatje, een wereldvreemde mafkees, een snol, een jongerenbegeleidster en een transgender. Heerlijk om een aantal maanden met de toneelgroep op te trekken. En, en dat is het mooiste, daar ben je absoluut jezelf. Ook op je veertigste. Je gaat jezelf kennen, omdat je sowieso iemand anders mag spelen.
Lotte
Kijk op www.rodi.nl voor de eerder geplaatste columns van Lotte.

Artikel geplaatst op donderdag 27 april 2017 - 16:00