Wil Sartorius: “De geschiedenis is van iedereen’’

Nieuws
Wil Sartorius, voorzitter van Historisch Centrum
Wil Sartorius, voorzitter van Historisch Centrum (Foto: ROB BEENSE)

,,Het is leuk en bovendien noodzakelijk werk,’’ zegt Wil Sartorius, voorzitter van Historisch Centrum (HCAN). ,,Dat je meer weet van de geschiedenis van je omgeving maakt je tot wie je bent. Dan snap je beter hoe alles om je heen gegroeid is. Niemand leeft op een eiland’’

Door John Jansen van Galen

Ze is al veertig jaar, vanaf de oprichting in 1984, bestuurslid van het HCAN en al decennia lang voorzitter. ,,Hoe lang? Weet ik niet. Meer dan twintig jaar. Langer dan de statuten voorschrijven.’’ Dit jaar wil ze er, 82, eindelijk een punt achter zetten. ,,Maar hoe doe je dat, hoe stop je ergens mee? Hoe langer je ergens mee bezig bent, hoe meer je merkt wat je nog niet weet en hoe nieuwsgieriger je dus wordt.’’

We zitten in haar dijkhuis in Durgerdam, met uitzicht op het IJsselmeer, en ze geeft meteen een voorbeeld: ,,Weet je dat Durgerdam en Schellingwoude veel opener naar buiten toe zijn dan Zunderdorp en Ransdorp? In de dorpen aan de Zuiderzee woonden vissers en zeelui, in Waterland boeren, op eigen grond, behoudend, en in die gemeenschappen zijn mensen nog altijd meer op elkaar gericht dan hier aan het water, waar men individualistischer is. Daarom is het zo boeiend te weten hoe de geschiedenis in elkaar zit.’’ 

Wil Sartorius is geboren en getogen in Durgerdam. Ze werkte als chemisch analiste (‘nog in de tijd dat je ontslag kreeg als je trouwde’) bij Draka en het Tropeninstituut. ,,Daar werkten Indonesische ingenieurs en mensen met een Chinese achtergrond. Binnen waren ze chef maar zo gauw ze deur uit waren werden ze ‘poepchinees’ genoemd – ‘ga naar je eigen land’. Dat vond ik gek: zo raar dat je met een andere achtergrond niet bejegend worden als mens.’’ Mede daarom was ze er later tegen dat het HCAN, al kon je er subsidie voor krijgen, aparte programma’s zou maken voor ‘minderheden’: Want: ,,De geschiedenis is van iedereen.’’ 

Ze was in Durgerdam actief in de dorpsraad en zette de uitleenpost van de openbare bibliotheek op poten, die ze vele jaren zelf runde. Via een kennis, eigenaar van de voormalige scheepswerf Volharding/De Ceuvel, raakte ze betrokken bij de oprichting van het HCAN, evenals iemand uit Zunderdorp. ,,Iemand zei: O, ze hadden zeker nog een paar boeren nodig.’’ De meeste oprichters waren notabelen uit Noord: een notaris, een advocaat. Maar weinigen van hen werden echt actief. ,,Toen hebben wij gezegd: wij zijn geen harlekijnen, dat je maar aan de touwtjes trekt en wij dansen. Iedereen in het bestuur moest voortaan zelf actief zijn.’’

Een drijfveer tot de oprichting was de stichting van stadsdelen. ,,Er kwamen daar veel nieuwe ambtenaren die weinig wisten van de achtergrond van Noord. Anders hadden ze toch voor het tracé naar de IJtunnel geen compleet historisch dorp (Buiksloot, red.) gesloopt? Wij hoopten dat toekomstplannen meer rekening zouden houden met de historie van Noord.’’

In de beginjaren was de samenwerking met het stadsdeel nauw: er werd vergaderd in het stadsdeelhuis, exposities werden daar gehouden, aan het HCAN werden een secretaresse en een ambtenaar ter beschikking gesteld. ,,Maar toen het stadsdeel steeds meer bij de centrale stad getrokken werd, was dat afgelopen, met als argument: andere stadsdelen hebben ook geen historisch centrum.’’ 

Jarenlang huisde het HCAN in een pand aan de Schoorlstraat in Nieuwendam, later werd de huidige vestiging aan de Johan van Hasseltweg betrokken, waar iedereen welkom is die interesse heeft in de geschiedenis van Noord. Maar de toekomst is er onzeker en de huur wordt steeds hoger, al wordt die deels door subsidie gedekt. 

Op een steenworp afstand is het Museum Amsterdam Noord gevestigd: kan het HCAN daarmee niet samengaan? Na een stroef begin waarin het MAN Noordse thema’s voor zich ‘claimde’ is de samenwerking goed, al is de ruimte van het voormalige badhuis van Vogeldorp ‘te klein voor de meeste van onze tentoonstellingen en de entree zonder museumjaarkaart te duur voor omwonenden’. 

In de nabije toekomst, hoopt Sartorius, werken alle ‘erfgoedinstellingen’ van Noord (ook Historisch Archief Tuindorp Oostzaan en Museum Volten) nauw samen. Ze kan terugzien op een rijke loopbaan waarin ‘haar’ NCAN onder meer de bouw van de tuindorpen, de ondergang van de scheepsbouw, het verbijsterend aantal religieuze gebouwen (plm. 45!!) en fameuze beroepsfotografen uit Noord in het middelpunt van de publieke belangstelling plaatste. Niet te vergeten: de oorlog, de bombardementen uit ’43 en de deportaties van joodse medeburgers. 

,,De slachtoffers van die bommen raakten na zestig jaar in vergetelheid,’’ zegt ze, ,,ook omdat het ‘vriendelijke’, geallieerde bombardementen waren. Men vond het een beetje genant er veel nadruk op te leggen. Maar met medewerking van de Noorderbegraafplaats hebben we aan die gevallenen een grafheuvel kunnen wijden.’’ En over de joodse Noorderlingen: ,,Er was maar een kleine joodse gemeenschap in Noord, zo’n 600 mensen, maar aan de struikelsteentjes in de Havikslaan zie je dat alleen vandaar wel 26 mensen vergast zijn. Dat mogen we niet vergeten.’’