Geslaagde viering van 450 jaar Ruïnekerk

Cultuur
Vive de Ruïnekerk
Vive de Ruïnekerk (Foto: Ed Bausch)

BERGEN - Dat zou prima bluswater zijn geweest, 450 jaar geleden. Het water dat afgelopen zondag de hele dag door uit de lucht viel had de brand van destijds goed kunnen blussen. Er bleef destijds een stukje van de toenmalige Petrus en Pauluskerk staan en natuurlijk wat muren. “Muren die nu mede het iconisch hart van de kern Bergen vormen, het hart dat iedereen verbindt.” Zo zei Jan van den Akker het. Hij is nu ruim een jaar voorzitter van de stichting Ruïnekerk, die begin deze eeuw is opgericht om bij te dragen aan het behoud van het gebouw. “Velen hebben zich ingespannen om deze dag mogelijk te maken”, memoreerde Joop Bekius, als ceremoniemeester.

door Ed Bausch

Lang niet meer alleen maar kerk

Vanwege de regen kon niet alles buiten doorgaan zoals gepland. Maar de organisatie was niet voor één (ruïne)gat te vangen en had in de kerk een prima sfeer geschapen. Er was van alles te zien aan oude ambachten. Het Ruïne Blond bier vond gretig aftrek, de erwtensoep en het Ruïnebroodje gingen rond, de musici van Vive les Gueux brachten de sfeer er goed in met hun aanprekende zang en instrumentarium. En buiten was er toch iets van boogschieten en touwtrekken.

Kerkenvisie in aantocht

Dat alles nadat er ’s morgens een speciale, oecumenische Taizédienst was geweest met de Batalla Imperial door organist Frank van Wijk. En nadat wethouder Ernst Briët (van ondermeer Cultuur en Erfgoed) het belang van de Ruïnekerk voor de wereldse gemeente had benadrukt, zonder nog direct een aankondiging te doen van financiële steun voor het gebouw. “Want we hebben nog 21 kerken in onze gemeente.” Hij kondigde wel een kerkenvisie aan. “Die is nodig omdat de gebouwen deels van functie veranderen en ze nu eenmaal geliefd zijn in de kernen, of je nu gelovig bent of niet.” (Tekst gaat door onder foto)


Tygo Fontijn heeft net de eerste munt geslagen - (Foto: Ed Bausch)

Tygo sloeg tinnen munt

En ook nadat kinderburgemeester Tygo Fontijn de eerste tinnen munt had geslagen. De munt als herinnering aan 450 jaar Ruïnekerk. Die naam had het gebouw uiteindelijk gekregen, twintig jaar na de brand. Een kleinere kerk dan voorheen, wel met de ruïnemuren altijd in tact. O, mirakel. En zoals het de laatste decennia overal in Nederland is gegaan: ook de Ruïnekerk is niet alleen op zondag open voor de eredienst. De hele week, iedere week van het jaar vind er van alles plaats. Daarmee is het gebouw het ware dorpshuis van Bergen. (Tekst gaat door onder foto)


Ceremoniemeester Joop Bekius - (Foto: Ed Bausch)

Yes, Sir

Dus eigenlijk, had Jan van den Akker gezegd, werd zondag vooral gevierd dat de Ruïnekerk midden in de samenleving staat. Met zijn deels vernieuwde stichtingsbestuur wil hij nog meer stappen zetten. Hij kondigde een samengaan aan van de stichting Ruïnekerk en de stichting Vrienden van de Ruïnekerk. Dat wordt dan de SIR. De Stichting Instandhouding Ruïnekerk, op naar de volgende 450 jaar. De organisatoren hadden eer van hun werk, ondanks de regen een prima opkomst en vooral heel veel ontmoeting en ideeën. Een voor allen, allen voor een, als in een eeuwenoud strijdlied. Dichter Theo Olthuis had voorgedragen: “…dan toch altijd weer het carillon, rondom de kerk spelende kinderen en ook nog altijd het eeuwenoude muurtje.”