In Memoriam Henk Jellema: ‘Veel van wat hij begon floreert’

Nieuws
Henk Jellema (1 juni 1935-21 november 2023) op het bankje voor hem, op het Plein in Bergen
Henk Jellema (1 juni 1935-21 november 2023) op het bankje voor hem, op het Plein in Bergen (Foto: aangeleverd)

“Hallo, ik ben de nieuwe Henk Jellema”, zeg ik vaak als ik ergens kom om op te tekenen wat men kwijt wil. Want, tsja, in zíjn schoenen beweeg ik me voor de krant. Een jaar was dat de Duinstreek, de krant waar Henk meer dan een kwart eeuw voor schreef. De Duinstreek is er niet meer en ik mocht verder gaan voor wat nu Nieuwsblad Bergen en Nieuwsblad Egmond is. Maar het is een schrijverschap staand op de schouders van de roemruchte Henk Jellema. Dat besef is er altijd. 

door Ed Bausch

Hij was misschien wel een van de eersten die ik tegenkwam na mijn komst naar Bergen. Dat is niet zo vreemd, want Henk Jellema was in alles en iedereen geïnteresseerd, dus je kon hem bijna niet missen. Ik dacht, ha, een Fries, zelf met dertig jaar Leeuwarden achter de rug. Maar nee, Henk is geboren in Alkmaar. Zijn vader kwam wel uit Friesland. Toen de Afsluitdijk gelegd was ging die naar Noord-Holland, de crisis ontvluchtend, maar terechtkomend in nieuwe crisis, levend van baantje naar baantje. Want zo was het toen. “Mijn vader was zes jaar toen zijn moeder overleed” vertelt zoon Wilco daags na de uitvaart van dinsdag. “Mijn opa kon in die onzekere situatie niet goed voor zijn zoon zorgen, dus Henk werd opgevoed bij de zus van zijn moeder, in Burgerbrug. Later kwam hij in Alkmaar terecht en uiteindelijk in een klein huis aan de Doorntjes in Bergen, met uitzicht op het huis van Adriaan Roland Holst. Het was een huisje achterin de ongelooflijk lange tuin.” O, toeval, ik kijk er vanaf de Nesdijk op uit. Het is daar bunkergebied, een soort voorloper naar het vliegveld. Een geschiedenis die Henk al in zijn jonge jaren moet hebben geraakt en gevormd. Hij werd leraar, eerst aan de Bosschool in Bergen, later aan de LHNO voor beroepsonderwijs, aan de Bergerweg. Hij gaf les in Engels en tekenen. Hij had er aktes bijgehaald. “Ik ben een strijder, dag voor dag”, memoreert Wilco een uitspraak van zijn vader. Maar vooral was Henk overal in geïnteresseerd. Heel belangstellend ook in het wel en wee van zijn dorpsgenoten en die in de andere kernen, met een nadruk voor Schoorl, de duindorpen. En het is werkelijk ongelooflijk als je al die jaren overziet dat Henk heeft bijgedragen aan ‘zijn dorpen’, op allerlei verschillende manieren. “Hij had een hartprobleem, toch was hij nooit een zieke man”, zegt Wilco. Toch was het in 1995 een lekkende hartklep, die het einde inluidde van zijn docentschap. Op 58 jarige leeftijd kon Henk met pensioen. Na een operatie was er nieuwe, ontoombare energie. Voor velen zal het een herkenbaar beeld zijn: Henk, stevig doortrappend op de dagelijkse fietstocht, echtgenote Rita op afstand proberend hem bij te houden, op enige afstand. Een keer was er iets met Rita, Henk keek pas veel later om en zag haar niet….Tot dat beeld van het fietsende echtpaar er opeens niet meer was, een jaar of zes geleden. Toch een serieus hartprobleem, kantjeboord. Henk belandde in een rolstoel. Rita zorgde goed voor hem, in hun huis aan de Nessen, tot ze zelf ziek werd en de kinderen, Wilco en zijn twee zussen, een plaats voor hun vader konden bemachtigen in Oudtburgh. Henk heeft daar bijna drie jaar gewoond, in de tussentijd overleed zijn Rita. Een buitengewoon aimabel man”, zegt Harry Oud over de man die hij in 1980 bij uitgeverij Pirola ontmoette en met wie hij bijna drie decennia zou samenwerken bij de Duinstreek. Harry als de manager en Henk als schrijver, samen met de al even legendarische Schoorlaar Jouke Minkema. Marius Hofhuis maakte de redactie compleet. Hun werk is terug te vinden in het Alkmaars Archief. Alle Duinstreken zijn digitaal door te bladeren. Harry: “Als je er over nadenkt is het ongelofelijk wat Henk tot stand heeft gebracht. Hij stond aan de wieg van de Historische Vereniging, hij was een motor in de groei van het ledenbestand en deed excursies, met verve. Hij was medebedenker van de Kunst10daagse en daar ook lange tijd bestuurslid. Henk was ook een, misschien wel onderschat, fotograaf, ook heel graag van de voor hem zo belangrijke natuur. Dus ook was hij voorzitter van de Vrienden van de Hertenkamp.” Op het Plein staat, nu even niet, het Henk Jellema-bankje. “Dat is als herinnering aan de wandelpuzzeltochten, waar hij in 1963 mee begon. De toeristen moesten toch ook ‘zijn’ Bergen kunnen zien. Die tochten zijn er nog steeds, iedere zomer zeven maandagavonden en nauwelijks is er iets veranderd. Hij was lid van de Lions, niet als een notabele, maar gewoon om de handen uit de mouwen te steken voor de medemens. Van zichzelf zei Henk Jellema dat hij een vechter was. “En toch”, zegt Harry Oud: “Henk ging nooit ergens het gevecht aan. Dat had hij ook helemaal niet nodig.” En zo innemend en belangstellend was hij tot het laatst, vorig jaar verscheen hij nog, in zijn scootmobiel, bij de presentatie over het boek met personen uit de gemeente Bergen die een gemeentelijke erepenning mochten ontvangen. Henk Jellema staat ook in dat boek. Ook al was ‘ie wat uit het straatbeeld, zijn naam gaat blijvend rond. Veel van wat hij begon floreert. En ik zal, als schrijver, altijd hooguit de man zijn die de vriendelijke reus opvolgde. Hoe eervol. Vaarwel legende.