Dit Haagse winkelcentrum heeft geen braderie nodig om klanten te trekken

Hoewel winkelcentrum Waldeck al langere tijd geen winkeliersvereniging heeft, floreert het centrum. Winkeliers en klanten zijn trouw aan het winkelgebied aan het Alphons Diepenbrockhof. En ondanks dat er bij beide verjonging heeft plaatsgevonden, blijft de sfeer van de jaren ’60, toen het centrum werd gebouwd, enigszins behouden.
door Ankie Driessen
Het is even zoeken wie van de winkeliers iets kan en wil vertellen over het koopcentrum. “Zo noemen wij ons centrum”, vertelt Nel van den Berg die vele jaren de bloemenwinkel My Fair Lady samen met haar man Maarten draaide. Sinds 2011 zijn de dochters, Sylvia en Sonja, eigenaar van de bloemenzaak. De moeder van Maarten ventte overigens ruim 50 jaar geleden op Winkelhof Waldeck, zoals het centrum destijds heette en nu soms nog wordt genoemd, bloemen en planten vanuit een soort van bestelbus.
Goede contacten
“De winkeliers werken keihard en vaak 6 dagen in de week”, zegt Sylvia. “Wij zijn zelf nog een tijdje op zondag open geweest maar dat werkte niet.”
Waarom er geen actieve winkeliersvereniging is als de ondernemers zo trouw aan het centrum zijn? “Voor het onderhouden van een goed lopende winkeliersvereniging heb je veel tijd nodig en die ontbreekt bij alle winkeliers. We kennen elkaar redelijk goed en er is een goede sfeer onderling.” Ondanks het ontbreken van een winkeliersvereniging die activiteiten in het centrum organiseert zoals in winkelcentrum Loosduinen wel volop gebeurt, is het contact volgens Sylvia met de klanten en de collega’s bijzonder goed. “Het loopt bij ons allemaal vanzelf en gaat aardig spontaan”, vertelt Sylvia.
Ze vervolgt: “Een braderie organiseren doen we al helemaal niet graag”, legt zij uit. “Onze ervaring is dat veel mensen van buiten op een braderie af komen en dan voornamelijk bij de marktkramen iets kopen. Dat schiet voor de winkeliers niet op.”
‘Je hebt hier een soort harde kern van winkels’
Sylvia is net als haar collega’s tevreden met hoe het centrum draait. En dat merkt ze ook bij de klanten. “Er zijn al jarenlang dezelfde leuke winkels met een divers aanbod. En dat maakt het winkelcentrum vooral voor ouderen herkenbaar. Je hebt hier een soort harde kern van winkels.”
Vroeger had het Hof volgens Sylvia de bijnaam ‘het rollatorplein’. Het was een verwijzing naar de vele ouderen die er winkelden. “Maar de samenstelling van klanten is veel gemêleerder geworden”, zegt Sylvia. ”Er is een goed contact met de klanten en er is vaak tijd voor een praatje. Daar hebben vooral ouderen zichtbaar behoefte aan. Al ken je de klanten niet altijd van naam, je weet wel vaak wat er bij hen speelt. Ze voelen zich hier veilig. En als ouderen onwel worden of vallen, zijn we er als winkeliers snel bij.”
De vele bankjes in het winkelcentrum hebben een duidelijk functie. “Er worden contacten gelegd en mensen houden elkaar daar goed in de gaten”, legt Sylvia uit.
Geen website
Er is niet alleen geen winkeliersvereniging, winkelcentrum Waldeck heeft ook geen website. “Mensen bellen als ze iets willen weten of bestellen.” Omdat het prima gaat met de winkeliers en het winkelcentrum, verwacht Sylvia dat er voorlopig geen winkeliersvereniging en website zullen zijn. “Beide zijn gewoon niet nodig voor ons goede gezellige koopcentrum”, meent ze.
Concurrentie
De vraag of winkelcentrum Loosduinen een concurrent is voor het winkelcentrum aan het Alphons Diepenbrockhof wijst Sylvia ogenblikkelijk van de hand. “Het zijn goede collega’s van ons en iedereen heeft zijn eigen klantenkring.” Met de winkels in het centrum van Den Haag ligt dat volgens haar anders. “Maar die hebben meestal niet zo’n band met hun klanten zoals wij die hebben”, besluit zij.






Meer nieuws uit Den Haag?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie