Brassica Musicals vliegt met 15e musical naar grote hoogten

Cultuur
Tim Kenter (l) en Cris Bakker blikken terug op de 14 musicals die Brassica inmiddels gespeeld heeft en vooruit op nummer 15.
Tim Kenter (l) en Cris Bakker blikken terug op de 14 musicals die Brassica inmiddels gespeeld heeft en vooruit op nummer 15. (Foto: AG Heeremans Photography)

HEERHUGOWAARD - Het is een bijzonder jaar voor Brassica Musicals. Met ‘Catch Me If You Can’ wordt in april alweer de vijftiende musical opgevoerd - en de tiende onder de naam Brassica - en er is eindelijk een loods gevonden om het decor te bouwen en rekwisieten en decorstukken voor langere tijd te bewaren. De musicalvereniging staat bekend om zijn producties van hoog niveau met professionele begeleiding, live orkest, kwalitatief licht en geluid in een mooi theater. Hoog tijd om even bij te praten met voorzitter Cris Bakker en lid van het eerste uur Tim Kenter, over de vele hoogtepunten uit de afgelopen twintig jaar. 

Het was nooit de intentie om een vereniging te starten, herinnert Tim zich. “Het begon allemaal met de opvoering van ‘Jesus Christ Superstar’ in de Bavokerk in Ursem en een oproepje in de krant. Het zou een eenmalig project worden en de makers werden aanvankelijk voor gek verklaard, maar het werd een daverend succes. De Bavokerk werd maar liefst vijf keer uitverkocht en dat smaakte natuurlijk naar meer.” 

JCSU

De daaropvolgende musicals werden aangejaagd door regisseur Marion Prenen en muzikaal leider Rob Stoop en onder de naam JCSU uitgevoerd in een tot theater omgebouwde sporthal in De Goorn. Cris, die zich na ‘Jesus Christ Superstar’ aansloot bij het gezelschap, weet nog goed hoe de volgende musical tot stand kwam. “Het plan was om ‘Les Miserables’ te spelen en de audities waren al begonnen, toen we erachter kwamen dat het niet zo eenvoudig is om de rechten voor zo’n musical te verwerven. Er werd een heel creatieve oplossing bedacht: de audities werden omgevormd tot een musical op zich, ‘The Making Of’.” Het volgende stuk werd het onvoltooide stuk van Charles Dickens, het moordmysterie ‘The Mystery of Edwin Drood’, waarbij het publiek het einde mocht bepalen. 

Daarna vond een omslag plaats; JSCU verkaste voor haar voorstellingen naar Cool kunst en cultuur. De eerste musical die op de nieuwe locatie werd opgevoerd, was ‘Titanic’. Cris: “Dat is voor de groep nog altijd een van de mooiste musicals geweest, want die voorstelling kent zoveel rollen. Er is echt voor iedereen wat te doen.” Niet voor niets werd ‘Titanic’ in 2018 nogmaals opgevoerd. De rampspoed van het schip eiste nog een slachtoffer tijdens de première-avond: regisseur Ineke de Geus kwam (achter de schermen) bekneld te zitten tijdens het hellen van het schip. Ze bleef stoer doorregisseren, met wat later een gebroken enkel bleek! 

Nieuwe naam

Na nogmaals ‘Jesus Christ Superstar’ in de Victorkerk in Obdam te hebben gespeeld, werd de vereniging omgedoopt tot Brassica Musicals. Tim: “JSCU paste niet meer, we zochten naar een naam die beter aansloot bij onze nieuwe thuisbasis, Cool. Vanuit de leden werd toen Brassica geopperd, de Latijnse naam voor kool. Dat sluit ook aan bij onze regio.” Naast een nieuwe naam, werd ook besloten om in plaats van om het jaar, élk jaar een nieuwe musical op de planken te brengen. Te beginnen met ‘Evita’ in 2013. Cris: “Sindsdien houden we elk jaar voor de zomer audities en starten we na de zomer met de repetities. Destijds had je het Coolpleinfestival, waarbij we zorgden dat we daar vast een voorproefje konden laten zien. Daarna werken we toe naar een reeks uitvoeringen, half april.” 

Afwisseling

Na ‘Evita’ volgden zeer succesvolle uitvoeringen van ‘Oliver!’ (2014), ‘Beauty and the Beast’ (2015), ‘Drie Musketiers’ (2016), ‘Spamalot’ (2017), een tweede maal ‘Titanic’ (2018) en ‘Zorro’ (2019), waarna corona de trein noodgedwongen tot stilstand bracht. “We waren al begonnen met de repetities voor ‘Dr. Zhivago’, maar die voorstellingen konden we pas anderhalf jaar later, in 2022, op de planken brengen. Toch vond ik het verbazingwekkend hoe snel we de draad allemaal weer oppakten”, aldus Tim. De reeks werd vorig jaar aangevuld met ‘Kipps’. Cris: “We proberen dramatische stukken en het luchtigere werk met elkaar af te wisselen. Ook vinden we het leuk om met onbekendere stukken te komen, zo waren we met ‘Dr. Zhivago’ de eerste amateurvereniging in heel Nederland. Echt geweldig om te zien dat we ook met onbekender werk publiek weten te trekken.” 

‘Catch Me If You Can’ is ook weer zo’n onbekend pareltje. Het waargebeurde verhaal over een van de beroemdste oplichters uit de geschiedenis, Frank Abagnale, werd in 2002 succesvol verfilmd door Steven Spielberg. Frank is een meestervervalser die maar liefst acht beroepen uitoefende onder valse identiteiten, daarmee 2,5 miljoen dollar aan valse cheques heeft geïncasseerd en jarenlang een leven van luxe kon leven. “Ook deze musical is nog maar zelden gedaan in Nederland”, vertelt Cris. “De muziek is heerlijk jazzy, waardoor het echt weer heel wat anders is dan wat we eerder gedaan hebben.”

Aanzoeken

De musicalvereniging voelt voor Tim en Cris als familie, een warm nest. Daarnaast zijn er ook letterlijk familiebanden die de boel stevig bij elkaar houden. Zo is Tims zoon Marco net als zijn vader een enthousiast lid en maakte ook zijn dochter Lianne in het verleden deel uit van het gezelschap. “Inmiddels hebben er ook al twee huwelijksaanzoeken plaatsgevonden op het podium. Na ‘Dr. Zhivago’ vroeg Dennis Burgers zijn geliefde Femmy Appelman na de laatste voorstelling en tegenover een volle zaal ten huwelijk. Bij ‘Spamalot’ ging het er hilarisch aan toe. De musical eindigt met een toneelhuwelijk tussen ridder Lancelot en Prins Herbert, een komische glansrol voor Paul Schermer, waarbij Paul de bruidsjurk aan heeft. Hij werd na het applaus verrast door zijn vriendin Tamara Molenaar, die ook bij Brassica speelt, toen ze hem – strak in pak – op één knie ten huwelijk vroeg.” Als dat de onderlinge band niet versterkt...!

Bevlogen

De producties van Brassica zijn van een hoog niveau. “We zijn dan wel amateurs, maar we komen zo professioneel mogelijk voor de dag”, vertelt Cris. “Onze regisseur Ineke de Geus is professioneel, net als onze muzikaal leider Gerbrand van Kolck. Ook werken we met muzikanten en licht- en geluidsmensen die hun vak beroepsmatig uitoefenen. Daarnaast schitteren onze zeer bevlogen amateurs. Zij hebben maar één weekend waarin het moet gebeuren. De passie spat ervan af.” De groep, die verrassend gemêleerd is in leeftijdssamenstelling, is daarnaast bijzonder creatief in de aankleding van de voorstelling. Tim: “We maken alles zelf: decors, rekwisieten, kostuums. Iedereen zit in een commissie, om zo een steentje bij te kunnen dragen aan het eindresultaat. We moeten het met elkaar doen.” 

Die toewijding kwam goed van pas in de zoektocht naar een vaste opslagplek voor materialen. “Dat is vanaf het begin een puzzel geweest”, weet Cris. “Elke keer maar moeten verhuizen gaat je niet in de koude kleren zitten. Gelukkig hebben we eindelijk een loods gevonden waar we ons decor kunnen bouwen en rekwisieten voor langere tijd kunnen opslaan. Het is betaalbaar en nog in Dijk en Waard ook, in een pand aan het Havenplein waar De Geus Bouw en Bakker Schoon makelaardij gezamenlijk eigenaar van zijn. Zolang er geen nieuwe bestemming voor deze plek is, kunnen wij er terecht. Daar zijn we enorm blij mee, want wij kunnen alle pijlen weer richten op onze passie: onvergetelijke musicals op de planken brengen.”

Brassica speelt de musical ‘Catch Me If You Can’ 12, 13 en 14 april in Cool. Reserveer je tickets via www.coolkunstencultuur.nl.