Column: Kan Geert om zichzelf lachen?

Column
'Rechtop en hoofd omhoog, zei mijn vader regelmatig tegen mij. Bij het zien van het beeld op de Dreef moest ik hieraan denken.'
'Rechtop en hoofd omhoog, zei mijn vader regelmatig tegen mij. Bij het zien van het beeld op de Dreef moest ik hieraan denken.' (Foto: Willem Brand)

HAARLEM - Rechtop en hoofd omhoog, zei mijn vader regelmatig tegen mij. Zeker toen ik de 1 meter 90 gepasseerd was en hij 1 meter 78 bleef meten, had ik de neiging om wat gebogen te gaan lopen. Vond mijn vader niks. En ja, misschien vond-ie ook dat ik wat meer moest uitstralen. Ik kan al 47 jaar niks meer aan hem vragen.

Door Willem Brand

Bij het zien van het beeld op de Dreef moest ik hieraan denken. Gek genoeg herinnerde ik me plots de felle gesprekken die ik met hem had over de toestroom van gastarbeiders begin jaren zeventig. Dat ging ongeveer zo herinner ik mij. ‘Ze pikken ons werk in’, zei hij.
‘Ligt aan de werkgevers’, zei ik, ‘die betalen niet genoeg.’
‘Als ze genoeg betalen dan doen wij het wel, die mensen hebben een heel andere cultuur, dat gaat spanning geven’, zei hij. ‘Dat zal wel meevallen’, zei ik. Een paar jaar later – pa was al overleden - bezocht ik voor mijn stage nota bene een pension met Turkse arbeiders.

Russisch roulette

Bijna een halve eeuw later lijkt Nederland voor Nederland gekozen te hebben. Voor veiligheid, voor woningen. De wereld van nu zou mijn vader zwaar gevallen zijn. Het Nederland van nu, denk ik ook. Hij was van aanpakken, niet de kantjes eraf lopen. De hele Tweede Wereldoorlog had hij verplicht op zee gevaren, en de geallieerde legers voorzien van wapens, pakezels, voedsel. Varen in een konvooi was vooral de eerste 1,5 jaar van WOII een vorm van Russische roulette. De schepen waren voor Duitse onderzeeboten een makkelijke prooi. Drijvende doodskisten waren het. En vader zat als machinist ook nog eens gevangen in de buik van het schip. Angstig en afhankelijk moet hij zich hebben gevoeld. Terug in Nederland wilde hij zo snel mogelijk emigreren. Hoe verder weg hoe beter. Maar zijn verkering, mijn moeder, was tegen.

Vader was een man van weinig woorden, recht door zee. Hij kwam uit Scheveningen en juist in zijn dorp vierde Wilders de overwinning. Ik vraag me af of hij de mens Wilders aan boord van zijn met eigen handen gebouwde motorjacht voor een borrel zou hebben uitgenodigd. Tuurlijk is het antwoord. Vader praatte met iedereen. Maar, je moest wel een beetje om jezelf kunnen lachen. Overigens zou pa helemaal lijp zijn geworden van mobieltjes. Tegen mensen die je niet aankijken, alleen met zichzelf bezig zijn, zou hij gezegd hebben: Hoofd omhoog, aan de slag.