Generaties Haarlemmers in de stoel, generaties Cornet achter de stoel

HAARLEM - In hartje centrum is kapper Hennie Cornet al decennialang een vertrouwd gezicht voor velen. Dit jaar viert hij zijn 48e jaar in het kappersvak. Wat zijn verhaal extra bijzonder maakt, is dat Hennie zijn passie heeft doorgegeven aan zijn drie dochters. Ze hebben elk hun eigen invulling aan het vak gegeven. De krant ging langs in de salon na sluitingstijd om samen met Hennie en zijn dochters terug te blikken op een carrière die hen jarenlang verbindt met talloze generaties Haarlemmers.
Door Tara van Geldorp
Hennie’s carrière begon niet in de kappersstoel, maar verrassend genoeg als tegelzetter. Fysieke klachten dwongen hem om een ander pad te kiezen. Zijn schoonvader had een kapsalon, en Hennie’s broer werkte als kapper. Dat bracht hem op het idee om het vak uit te proberen.
Eigen salon
“Mijn eerste stappen zette ik bij de kapsalon waar mijn broer werkte. Daar deed ik een snuffelstage: koffie zetten, opruimen, dat soort dingen. En dat beviel.”
‘Wij gingen tegen alle marketingprincipes in’
Al snel waagde hij de sprong en begon hij zijn eigen salon aan de Jacobijnestraat.
“Het was een kleine ruimte boven de kapperszaak van mijn schoonvader, maar het liep al snel goed. Binnen zeven jaar knipte ik daar met vier jongens. Toen werd het tijd voor iets groters.”
Veranderingen
Hennie verhuisde naar een ruim pand aan de Gedempte Oude Gracht, waar hij inmiddels decennialang zijn klanten bediend. “Loop anders even mee, dan laat ik je wat zien”, zegt Hennie terwijl hij richting de wand voorin de zaak loopt. Daar hangen allerlei foto’s en krantenknipsels uit zijn carrière. Over de jaren heen is er veel veranderd en verbouwd in de zaak. Het huidige pand aan de Gedempte Oude Gracht kende zelfs ooit een extra verdieping. “Boven hadden we in de salon nog DJ-tafels voor de jeugd, waar een DJ plaatjes kon draaien”, vertelt Hennie met een glimlach.
Eigenzinnige aanpak
“Ik ben handig. Of ik nou een stuk hout in mijn handen heb, een kwast of een stuk haar – ik ben technisch goed onderlegd.” Dat technische talent combineerde hij met een eigenzinnige aanpak. Hennie vertelt: “Er was een man die hier vroeger regelmatig kwam om het personeel te trainen. Hij zei ooit: “Jij gaat tegen alle marketingprincipes in. Mensen komen binnen, de muziek staat keihard, ze moeten zelf hun jas ophangen, en krijgen een glas whisky, maar dat werkt blijkbaar.” Hij lacht hardop. “Nu is dat wel veranderd, net als mijn doelgroep.”
Bijzonder hoofdstuk
Dat Hennie’s drie dochters ook voor het kappersvak kozen, is een bijzonder hoofdstuk in het familieverhaal. Tweeling Rowan en Lizzy rolden erin toen ze als tieners zakgeld verdienden in de salons van hun ouders. “We wisten niet wat we wilden doen, dus kozen we voor de kappersopleiding. Rowan ging bij papa werken, Lizzy bij mama.” Rowan werkt inmiddels zeventien jaar in de salon met haar vader. Dat doen ze ook samen met Anita, die al achttien jaar in trouwe dienst is voor Hennie en als familie voelt. Lizzy besloot na tien jaar te stoppen met het kappersvak. Zij is nog wel werkzaam in de beautybranche en heeft een eigen onderneming.
Dionne, het halfzusje van Lizzy en Rowan, wilde eerst geen kapper worden. Niet alleen haar vader, maar ook haar moeder is kapster. In hun salons zag ze van dichtbij hoe zwaar het werk soms was. Maar toen ze in haar tienerjaren met de acteursopleiding stopte, moest ze snel een nieuwe keuze maken. “Creatief bezig zijn en met mensen werken leek me wel wat, dus werd het de kappersopleiding. Nu ben ik blij met die keuze, ik hou van het vak én ondernemen.” Dionne heeft – na een succesvolle carrière in Amsterdam bij Mogeen – haar eigen kapsalon aan huis in Haarlem.
Trotse mentor
Hennie is zichtbaar trots dat zijn dochters allemaal voor het vak kozen. “Ze zijn supergoed, niet alleen met knippen, maar ook met klanten,” vertelt hij. Dionne schiet in de lach: “Hij zegt altijd dat ik meer moet lachen, omdat ik zo geconcentreerd werk.” Rowan herinnert zich zijn adviezen toen zij net begon: “Ik was helemaal gefocust op knippen, en dan stond hij vanuit de keuken te seinen dat ik meer moest praten met klanten.” Lizzy vindt het jammer dat ze nooit van de generaties voor haar heeft kunnen leren. “Onze opa won de Gouden Schaar en was landskampioen.”
Trouwe klanten
De warme en vertrouwde sfeer blijft generaties klanten aantrekken. “Ik heb klanten die al 45 jaar komen,” zegt Hennie trots. “Het zijn geen klanten meer, maar vrienden. Ik ken al hun verhalen, en hun geheimen.” Er volgt hard gelach aan tafel. Ook zijn drie dochters kunnen beamen dat sommige klanten al hun geheimen op tafel gooien tijdens een knipbeurt.
‘Iedereen komt hier langs, van vuilnisman tot directeur’
Dionne beschrijft de salon als een huiskamer. “Generaties komen hier: opa’s, vaders en zonen. Dat voelt heel bijzonder. Die sfeer vind je niet overal.”
“Weet je wat ik het mooiste vind aan de salon,” zegt Hennie, “het is net als een goed bruin café. Daar komen mensen uit alle lagen van de samenleving; iedereen praat met elkaar en het is gezellig. Het ene moment zit er een vuilnisman in je stoel, het andere moment een directeur. Dat maakt het werk zo leuk, je komt in aanraking met zoveel verschillende mensen.”
Keerzijde
Toch kent het vak ook zijn keerzijde. Door de jaren heen heeft Hennie fysieke klachten ontwikkeld, zoals schouderklachten en versleten wervels. “Het is zwaar werk, altijd in dezelfde houding. Maar met een ergonomische schaar lukt het me nog steeds. Je went aan de pijn, maar het blijft een uitdaging.” Met zijn 65 jaar denkt Hennie na over de toekomst van de zaak. “Dit is een levenswerk, dat laat je niet zomaar los. Maar ik wil ook genieten van de jaren die ik nog heb, zonder stress. Het mooiste zou zijn als mijn kinderen het voortzetten,” zegt Hennie terwijl hij de kant van Rowan op kijkt. Iedereen begint – ietwat zenuwachtig – te lachen.
Toekomst
Rowan haakt in: “Papa zegt al jaren dat hij wil dat ik het overneem, maar hij staat er zelf nog steeds. Ik vind deze salon erg groot en zou het zelf wat kleinschaliger willen aanpakken.” Hij begrijpt haar aarzeling: “Ze heeft ook gezien hoeveel stress het runnen van een eigen kapsalon met zich meebrengt, zeker met personeel.” Hoewel Rowan aangeeft niet zeker te zijn of de zaak bij haar toekomst past, lijkt er toch nog twijfel te spelen. Het voelt alsof de deur nog niet helemaal dicht is. Ze vertelt over een gesprek met een klant: “Laatst zei iemand tegen me: ‘Je zou stom zijn als je het niet doet.’ Dat zet me wel aan het denken.” “Wat er ook met de salon gaat gebeuren, het belangrijkste vind ik dat het vak door mijn dochters wordt voortgezet, ieder op haar eigen manier”, zegt Hennie trots.







Meer nieuws uit Haarlem?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie