Een doodgewoon gesprek

REGIO – Martin is vrijwilliger bij Hospice Het Tweede Thuis in Westerland en werkt ook bij de VPTZ (vrijwilligersorganisatie palliatieve terminale zorg), waar hij mensen in hun laatste dagen begeleidt. Tijdens de Week van de Palliatieve Zorg, van 12 tot en met 19 oktober, deelt hij een ontroerende ervaring met een vrouw die haar levenseinde onder ogen zag: ‘Ik ben bang’.
Door: Martin Stolwijk
Ze zat daar, mager, fragiel en kwetsbaar. Ze verontschuldigde zich voor het niet opruimen van het tafeltje waar zij aan zat en waar ik ook mocht aanschuiven. Deze verontschuldiging zou in ogen van velen terecht zijn. Het tafelblad liet zich nauwelijks meer zien. Doosjes met medicijnen, lege koffie- en theekopjes, halflege glazen met onherkenbare inhoud, ontbijtbordjes waar ooit eens verse boterhammen op hebben gelegen, pakjes sigaretten, een glas wat dienstdeed als asbak en een dikke laag stof die alles weer met elkaar verbond. “Geeft niet”, zei ik, maar merkte dat ik daar eigenlijk niks van meende. “Bent u de stervensbegeleider?”, vroeg ze mij. “Nee hoor, ik ben iemand die even de tijd neemt voor je en waar je alles aan kan en mag vertellen wat je maar kwijt wil’.
Uitbehandeld
Ik kreeg via de mail het verzoek voor dit gesprek. Een vrouw van vijftig jaar, uitbehandeld met COPD en nierfalen. Haar COPD zorgde ervoor dat het erg slecht met haar ging en aan haar huisarts had zij het verzoek gedaan om iemand langs te sturen die met haar over de dood kon en wilde praten. Ze was erg angstig. Deze vraag kwam bij mij als vrijwilliger bij het VPTZ (vrijwilligersorganisatie palliatieve terminale zorg). Toen ik op mijn afspraak kwam, was ze lichamelijk weer wat opgeknapt en was de angst voor de dood weer wat naar de achtergrond verdwenen, maar nog wel aanwezig.
“Zal ik eerst wat over mijzelf vertellen?” zei mevrouw. Een mooie start van een gesprek leek mij. Ik kreeg in korte tijd een beeld van vijftig jaar ellende. Een moeilijke jeugd, een agressieve vader, drank, veel drank, een overheersende moeder en uiteindelijk ook een zoon, waar ze niet voor kon zorgen en ze vertelde dat zij hem in geen twintig jaar meer heeft gezien. Ziektes, verslaving, medicijnen, opnames, verpleeghuizen en pogingen tot zelfmoord. In een notendop het leven van iemand waar je zelfs na deze informatie maar moeilijk een beeld van kan vormen. Het staat zover van mijn eigen leven, dat het voor mij bijna ondenkbaar is dat iemand in die vijftig jaar zoveel ellende over zich heen heeft gekregen.
De duivel schijt op de grote hoop
Ze zeggen wel eens, de duivel schijt op de grote hoop. Nou in dit geval was dat helemaal waar. Of ik het niet vervelend vond dat ze dit allemaal op mijn bordje gooide. Ik stelde haar gerust, daar was dit gesprek ook voor bedoeld. Zij mocht overal over praten en ik luisterde en stelde soms wat vragen. Gewoon met z’n tweetjes in gesprek. Er vielen stiltes die ik liet voor wat ze waren. Momenten waar wij beide met onze eigen gedachten bezig waren. Bij haar vierde sigaret vroeg ze of het mij stoorde dat ze rookte. Ik vertelde haar dat ik ook heel lang had gerookt en begreep hoe de behoefte aan een sigaret werkte. “Erg he”, zei ze. “Wat”, vroeg ik. Dat ze nog rookte met haar COPD zei ze. “Ja, zei ik, echt handig is dat niet”. Ze moest even lachen wat uitdraaide in een flinke hoestbui. Ik schrok daar een beetje van en dacht bij mijzelf dat ik maar niet meer zulke bijdehante opmerkingen moest maken.
Het hoge woord eruit
“Ik ben bang”, zei ze. Daar was het dan, het hoge woord was eruit. We zaten al bijna een uur aan tafel en hadden het vooral over het leven gehad. De dood was een deur verder gegaan, dacht ik, maar daar was ie dan. Zoals het eigenlijk ook past bij de dood. Niet aangekondigd, klopt hij aan. Gaat aan tafel zitten en wil onderdeel zijn van het gesprek. “Waar ben je dan vooral bang voor”, vroeg ik. “Dat ik alleen doodga, helemaal alleen.” Ik vertelde haar dat ik dat gevoel goed kan begrijpen, ik zou ook angstig zijn. “Dan moeten we kijken of er mogelijkheden zijn om minder alleen te zijn.” Zijn die er, vroeg ze hoopvol. Ik vertelde haar dat we vanuit de organisatie konden kijken naar verschillende mogelijkheden. Vrijwilligers die een dagdeel bij haar konden zijn. Of met regelmaat gewoon even bellen, een praatje maken. Kortom contact maken, zodat het gevoel van eenzaamheid wat minder zou worden. ik vind het fijn dat we dit gesprek hebben, zei ze. Ik beaamde dit en zei dat ik het fijn vond dat ze zo open over haar leven had gepraat.
“Ik ben moe”!
Op de vraag of ze wilde stoppen met het gesprek reageerde ze met een stilzwijgend ja knikken. Ik beloof haar naar de mogelijkheden te vragen in de organisatie om daarna weer contact op te nemen. We geven elkaar een hand en nemen afscheid. Ik voelde de kwetsbaarheid van het leven in die magere, bijna doorzichtige hand. Bedankt, zei ze en stak haar vijfde sigaret op. Een rookwolkje rond haar hoofd, alsof ze bewust een rookgordijn optrok. Even onzichtbaar voor de dood.Dezelfde dood die wat eerder kwam dan verwacht.
Mevrouw heeft in overleg met haar huisarts de laatste twee weken van haar leven doorgebracht in het hospice. Waar ze alle aandacht en liefde kreeg en zonder pijn en angst zacht is ingeslapen.
Behoefte aan ondersteuning in de laatste levensfase? Neem contact op met Humanitas via 0223-617422 Email: kopvannoord-holland@humanitas.nl of bezoek het Hospice in Westerland Het Tweede Thuis op hun open dag Zaterdag 12 oktober tussen 13.00 en 16.00 uur of bel voor informatie naar: 0227-762 885.






Meer nieuws uit Heiloo?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie