Evacueren naar Wieringen

Nieuws
Een tocht van 4 á 5 uur.
Een tocht van 4 á 5 uur. (Foto: aangeleverd)

Nederland beleefde de enige strenge winter tussen 1895 en 1940 en één van de koudste winters van de 20e eeuw.

Het werkeiland ‘De Oude Zeug’, halverwege Den Oever en Medemblik was aangelegd voor de bouw van de dijk. Vanuit Oude Zeug werd de dijk in twee richtingen aangelegd en het was zelfs enige tijd bewoond. Er stonden directieketen maar ook keten voor ‘putbazen’ de ploegbazen met hun gezinnen. Polderjongens waren bij de putbazen in de kost.

In de winter lag het werk stil. De polderjongens, steenzetters en rijswerkers gingen naar huis. Alleen de putbazen met hun gezinnen bleven achter. De levensmiddelen werden over het ijs aangevoerd en als dat niet lukte aten ze van hun noodrantsoen. In de winter van 1929 vertrouwde de ingenieur, die ook op het eiland woonde, het weer niet. Hij was bang voor kruiend ijs. Er werd besloten de nog aanwezige mensen naar Den Oever te evacueren.

Kinderen in dekens 

Op 22 februari was het zover. Kleine kinderen werden in dekens gewikkeld en op sleden gezet. Omdat het helder en vriezend weer was, konden ze Den Oever goed zien liggen. Het was een barre tocht, want er zaten veel scheuren in het ijs. Met 40 mensen, mannen vrouwen en kinderen waren ze 4 tot 5 uur onderweg. Gelukkig kwamen ze heelhuids op Wieringen aan en, wonder boven wonder, niemand had bevroren vingers of oren.

Geraadpleegd: De Kroniek 59 19 jaargang 2011/2. Rina Klein, Eindredactie Op de Hòògte.