Lente: Brigit van Dijk over de Oehoe

Nieuws
Aquarel Brigit van Dijk.
Aquarel Brigit van Dijk. (Foto: aangeleverd)

ANNA PAULOWNA - Brigit van Dijk ondersteund als vrijwilliger al twaalf jaar de indrukwekkende roofvogeldemonstraties in Landgoed Hoenderdaell. Ze tekent en schrijft hierover in haar dagboek. In haar column zal ze steeds een tekening en tekst uit haar dagboek delen.

Bij de oehoe is de taakverdeling heel traditioneel: De man zorgt voor eten op de plank en de vrouw voor de kinderen. Zodra het eerste ei gelegd is, begint het vrouwtje met broeden. De, meestal 2 tot 3 eieren, worden om de 3 à 4 dagen gelegd. Na ongeveer 34 dagen komen de eieren, met dezelfde tussenpozen, uit.  De jongen verschillen hierdoor in leeftijd. 

Niet allen het broeden is ‘vrouwenwerk’ ook het voeren, van de jonge kuikens, wordt alleen door het vrouwtje gedaan, Het mannetje weet zelfs niet hoe dat moet. Zijn taak is voldoende voedsel aanvoeren. Opgroeiende kuikens hebben een enorme eetlust. Na ongeveer een maand verlaten de kuikens vaak, lopend, springend en klauterend, het nest. 

In ongeveer 10 weken tijd veranderen ze van kleine witte donsballetjes in geelbruine oehoes en kunnen ze vliegen. Beide ouders blijven ze verzorgen en beschermen tot ze, op een leeftijd van een maand of 3 tot 5, zelf kunnen jagen. Dat is het moment dat ze uitvliegen. Van de jonge oehoes zal slechts 30% het eerste levensjaar overleven. Wanneer ze deze, door onder andere roofdieren en verkeer, gevaarlijke tijd doorgekomen zijn, duurt het meestal nog tot in hun derde levensjaar voor ze zelf weer met succes jongen groot brengen.