Twee nieuwe molenaars voor De Hoop: ‘Als je het weer verkeerd inschat, is de molen naar de haaien’

Nieuws
Kees Mens, Harrie Hekkema en Annika Langeveld bij Molen de Hoop.
Kees Mens, Harrie Hekkema en Annika Langeveld bij Molen de Hoop. (Foto: vincentdevriesfoto.nl)

WIERINGERWAARD - De wind laat zich niet temmen. Hij draait, zwelt aan, valt stil en steekt onverwacht weer op. Boven in de kap van Molen De Hoop luisteren molenaars daarom niet alleen naar het suizen langs de wieken, maar vooral naar wat de lucht hen vertelt. “Het is altijd mits en als” zegt Kees Mens (73). “Het weer is geen exacte wetenschap. Maar als je het verkeerd inschat, is de molen naar de haaien.”

Door: Sandra Ooms

Met het slagen van Annika Langeveld (62) en Harrie Hekkema (59) heeft De Hoop er twee vrijwillige molenaars bij. Dat is goed nieuws voor het rijksmonument uit 1742, dat ooit hielp de polder droog te houden en later koren maalde voor de streek. Tegenwoordig is de molen niet alleen maalvaardig, maar ook instructiemolen. Kees is er leermeester. “Ik heb zo’n 25 molenaars opgeleid. Als ik dan ergens een molen zie draaien en denk: hé, die heb ik opgeleid – dat is prachtig.”

Bewegend monument

Molenaar zijn is meer dan een wiek laten draaien. Harrie legt uit: “Je zorgt ervoor dat de molen op de wind staat. De wind komt nooit uit dezelfde richting, dus je moet kruien: de kap draaien zodat de wieken in de wind staan. Afhankelijk van de kracht span je zeilen voor of niet.”

Voor alles geldt: veiligheid voorop. “Voor jezelf, je collega’s, bezoekers en natuurlijk de molen.” De as wordt nog altijd gesmeerd met reuzel, de kammen en staven met bijenwas. Zoals vroeger. “Een molen is geen comfortabel gebouw” zegt hij. “Het is een werktuig uit een tijd zonder ARBO. Trappen zijn steil, je werkt op hoogte en overal draaien onderdelen.”

Een fout kan grote gevolgen hebben. Kees: “Er is weleens een compleet wiekenkruis af gewaaid door een verkeerde inschatting. Dat is tonnen schade. Je draagt verantwoordelijkheid voor een bewegend monument van een miljoen.”

Leren lezen wat je niet ziet

De opleiding duurt gemiddeld twee tot drie jaar en wordt verzorgd door het Gilde van Molenaars. Afsluitend volgt een examen via De Hollandsche Molen. Theorie en praktijk gaan hand in hand. “Je moet het jargon leren” zegt Harrie. “Elk latje en wiel heeft een naam: windpeluw, bonkelaar, koningsspil.”

Maar het lastigst is misschien wel wat je niet kunt vastpakken: het weer. “Je moet alle seizoenen meemaken” zegt Kees. “Lente, zomer, herfst en winter. Pas dan leer je hoe een molen reageert.” Annika vult aan: “Veel doen, veel oefenen en herhalen. Je moet zelfstandig kunnen draaien, de juiste zeilvoering kiezen en alert zijn op veiligheid.”

Op een oproep voor nieuwe molenaars kwamen acht mensen af. “De meesten haakten af toen ze zagen hoeveel toewijding het vraagt” vertelt Kees. “Een paar die-hards bleven over. Dan weet ik: die moeten we hebben.”

Passie

Voor Annika begon het met interesse in oude techniek. “Ik bezocht vaak molens, maar had nooit serieus gedacht molenaar te worden. Tot ik de oproep zag en een dag meeliep. Ik was meteen overtuigd.” Dat zij een van de weinige vrouwelijke molenaars in de regio is, houdt haar weinig bezig. “Ik ben gewend in een mannenwereld te werken. Het is voor mij heel gewoon.”

Harrie, technisch opgeleid en oud marine man, voelde zich eveneens aangetrokken. “Ik hou van zeilen. Wind, techniek en geschiedenis komen hier samen.” Als de wieken draaien, voelt hij “een machtig en trots gevoel dat ik in navolging van al die vroegere molenaars op een molen mag draaien.”

Een geslaagde dag? “Als de molen een mooi gangetje heeft gedraaid en alles veilig is verlopen” zegt Harrie. Annika: “En als we bij weersverandering goed hebben geanticipeerd én bezoekers enthousiast naar huis gaan na een rondleiding.”

Voedselbank

De Hoop draait niet alleen voor het erfgoed. Zeven jaar geleden bedacht Kees een manier om de rustige wintermaanden nuttig te besteden. Hij belde rond en vond gehoor bij Agrifirm in Wieringerwerf, dat jaarlijks een pallet graan doneert. De helft gaat naar Molen De Lastdrager in Hoogwoud, waar eveneens meel wordt gemalen voor de voedselbank in Hoorn.

In Wieringerwaard malen de molenaars het graan tot meel, builen het tot bloem, mengen het tot pannenkoekenmix en verpakken het in zakken met een receptsticker. Elk jaar in februari gaan er 160 pakken naar de voedselbank in Anna Paulowna – voor ieder lid één. “Dat wordt enorm gewaardeerd” zegt Kees. “Het is mooi dat we met ons ambacht iets concreets kunnen betekenen.”

De mix is ook te koop in de molen, naast andere meelproducten. Zo blijft het ambacht zichtbaar én tastbaar.

Blijven draaien

Met de komst van Annika en Harrie is het team versterkt. Beiden willen zich verder bekwamen in het malen en hopen op termijn zelf anderen op te leiden. Want zolang er mensen zijn die vrijwillig, uit pure passie, een molen willen laten draaien, blijft De Hoop meer dan een decorstuk in het landschap.

“Molens staan voor vooruitgang” zei wethouder Robert Leever bij hun huldiging. Maar bovenal staan ze voor vakmanschap. En voor mensen die de wind weten te lezen.

(Foto: vincentdevriesfoto.nl)

Afbeelding

Meer nieuws uit Hollands Kroon?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: