Hart van Hoorn strijdt met ondernemers voor opheffing reclamebelasting

Nieuws
Menno Jas van Hart van Hoorn: "Ondernemers die deze belasting betalen voelen zich onvoldoende betrokken bij wijze waarop de reclamebelasting wordt ingezet."
Menno Jas van Hart van Hoorn: "Ondernemers die deze belasting betalen voelen zich onvoldoende betrokken bij wijze waarop de reclamebelasting wordt ingezet." Foto: Pixabay

HOORN - “Jaarlijks moeten Hoornse ondernemers circa één miljoen euro aan reclamebelasting betalen. Deze gelden komen, naar mening van velen van hen, niet ten goede aan de ondernemers en waar het op papier voor bedoeld is”, aldus Menno Jas namens Hart van Hoorn. 

“Op 18 december 2008 is het Convenant Stimulering Economie Hoorn gesloten tussen ‘ondernemersverenigingen’ en de gemeente Hoorn. Dit convenant was van kracht van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2020 en is tot op heden telkens met een jaar verlengd. Hierover is in het verleden meermaals gediscussieerd in de gemeenteraad en dan vooral over de manier waarop betreffende gelden worden ingezet.”

“Betreffend convenant ligt ten grondslag aan de reclamebelasting die, op basis van afmetingen van reclame-uitingen op panden van ondernemers, jaarlijks wordt geïnd. Wij constateren dat een steeds groter aantal Hoornse ondernemers zich bij de fractie Hart van Hoorn meldt, met grote bezwaren. De ondernemers die deze belasting betalen voelen zich onvoldoende betrokken bij wijze waarop de reclamebelasting wordt ingezet. Daarnaast is Hart van Hoorn van mening dat veel bestedingen vanuit deze gelden aan te merken zijn als een gemeentelijke taak. De fractie van Hart van Hoorn wil spoedig een einde maken aan deze constructie en dient hier, aanstaande gemeenteraadsvergadering, een amendement over in.”

In dit amendement vraagt Hart van Hoorn de gemeenteraad om, met inachtneming van de geldende opzegtermijn, het huidige convenant en de daaraan gekoppelde reclamebelasting uiterlijk 31 december 2024 op te heffen. “Tegelijkertijd krijgt het college de opdracht alle nodige voorbereidingen te treffen voor een draagvlakmeting, op basis waarvan een verordening conform de BIZ-wet kan worden ingesteld. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers wordt geheven. Het biedt ondernemers de mogelijkheid om met hulp van de gemeente aanvullende diensten uit te voeren om de openbare ruimte bij bedrijventerreinen of winkelgebieden schoner, veiliger of goed bereikbaar te maken. Voorwaarde is wel dat een ruime meerderheid van degenen die moeten betalen, ermee instemt. De fractie van Hart van Hoorn heeft er alle vertrouwen in dat zij op een meerderheid in de gemeenteraad kan rekenen. Het is immers niet meer van deze tijd om ondernemers gelden afhandig te maken ten behoeve van ‘diensten’ die zij niet behoeven. Het is tijd voor verandering.”