De zingende imker

Door Bente Schonewille
AVENHORN – Max Nuyens is een man van mensen én van bijen. Als casemanager dementie hielp hij jarenlang anderen grip te houden op een verwarrende ziekte. Sinds zijn pensioen kampt hij zelf met een aandoening die hij in zijn werk regelmatig tegenkwam: Parkinson. “De bijen helpen me. Als ik bij ze ben, komt er een soort serene rust over me heen. Alsof de bijen weten dat ik ze nodig heb.”
De passie voor bijen goten zijn vader en zijn broer hem met de paplepel in. “Mijn vader hield bijen in Limmen. Mijn oudste broer nam het van hem over en ik keek als kleine jongen gefascineerd toe.” Max herinnert zich nog hoe hij als kind een koningin ontdekte in een bijenkorf. “De koningin herkende ik snel. Dat was het moment waarop het mijn interesse wekte.”
Op zijn vijftiende kreeg hij zijn eerste bijenvolk cadeau, volgens traditie in een authentieke rieten korf. “Je eerste volk moet je geschonken krijgen. Dat brengt geluk, zeggen ze. Misschien bijgeloof, maar het voelde bijzonder.”
Meer dan een hobby
Max noemt zichzelf geen ‘bijenhouder’ meer. “Als je een koe in je achtertuin hebt, ben je ook nog geen boer. Je begint ooit ergens, maar imker zijn is iets anders. Je bent verantwoordelijk voor het natuurlijke evenwicht. Je haalt niet alleen maar honing, je moet ook iets teruggeven aan de natuur.”
Dat betekent soms moeilijke keuzes maken. Zo heeft Max tegenwoordig minder bijenvolken dan vroeger. “Noord-Holland is een biljartlaken van gras geworden. Vroeger stonden de weilanden vol met klaver, paardenbloemen en lathyrus. Nu is het de tijd van het drachten. Het aanbod van stuifmeel en nectar, is te schraal om veel volken te onderhouden.”
De bijenliefhebber merkt het meteen als er nieuwe kasten in de buurt zijn. “Dan zie ik vreemde bijen rond mijn volken snuffelen. Dat is geen toeval. Die komen zoeken naar voedsel, omdat het aanbod niet toereikend is, doordat er weinig eten is in de omgeving voor de insectensoort. Soms krijg je een bijenfile. Ik heb daardoor een paar kasten moeten verplaatsen, simpelweg om drukte te voorkomen.”
Parkinson diagnose
Sinds zijn diagnose Parkinson zijn de momenten bij de bijen extra waardevol. “Het moment dat ik het hoorde, heb ik aan de bijen gevraagd of ze me wilden helpen. En wat er gebeurde, vergeet ik nooit. Er viel een stilte over de kast. Geen gezoem, geen onrust. Alles was kalm. Ik kon gewoon werken, rustig en geconcentreerd. Alsof de bijen me begrepen en beschermden.”
De Avenhorner merkt het verschil. “Bij de supermarkt, met mensen achter me in de rij, begint mijn hand te trillen. Maar bij de bijen verdwijnt die tremor vaak. Daar is rust. Daar is ruimte.”
Begrip
De imker gaat vaker naar zijn bijen toe voor hulp en positieve energie. Nadat hij aan zijn bijen vertelde over dat een dierbare kennis kort daarvoor overleed, bestoven zij de mooiste bloemen.
Toen een goede vriend van Max op zijn sterfbed lag, plaatste hij een bijenkast in de kamer. Zijn vriend volgde de bijen met grote interesse en gaf Max elke dag een update, tot hij geen kracht meer had.
Volgens Max is er een wezenlijk verschil tussen imker zijn en bijen ‘houden’. “Sommige mensen kopen alles wat los en vast zit, trekken kasten open alsof het een spektakel is, en stoppen er na een paar jaar weer mee. Maar de bijen zijn geen producten. De insecten zijn een ecosysteem op zich. Je mag blij zijn dat je deel mag uitmaken van hun wereld.”
Het commerciële bijenhouden vindt de Avenhorner riskant.
“Als je alle honing oogst en suikerwater terugplaatst, houd je de bijen in leven, maar verzwak je hun gezondheid. Bijen op honing leven langer en bouwen sterkere volken op.”
Een zingend dorp
Naast gepassioneerde imker is Max ook een bevlogen zanger. De bijenliefhebber zingt in het Volendams Operakoor én in het Sint Caecilia herenkoor van de Vincentiuskerk.
Zingende imker
“Mensen noemen me wel eens de zingende imker, en dat klopt eigenlijk ook wel. Tijdens mijn afscheid als casemanager zong ik letterlijk mijn pensioen in.”
De toekomst
Over zijn toekomst met Parkinson is Max realistisch: hij weet nog niet welke kant het opgaat. “Het is een akelige ziekte. Ik ken de verschijnselen. Ik heb er jaren mee gewerkt. Maar ik kijk niet te ver vooruit. Ik zie wel waar het naartoe gaat. De vordering van de ziekte is bij iedereen anders. Zolang ik nog bij de bijen kan zijn, zolang ik nog kan zingen; ben ik tevreden.”
Erbij zitten
Max lacht en vertelt: “Als ik straks niet meer met mijn bijen bezig kan zijn, dan kom ik er gewoon bij zitten. Even kijken wat ze doen, hoe ze binnenkomen, welk stuifmeel ze bij zich dragen. Dat is voor mij genoeg”.







Meer nieuws uit Koggenland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie