Breicafé de Waker al tien jaar hecht sociaal gebeuren

Nieuws
De leden van breiclub de Waker komen iedere woensdagochtend bijeen in de kantine van voetbalvereniging VDL.
De leden van breiclub de Waker komen iedere woensdagochtend bijeen in de kantine van voetbalvereniging VDL. (Foto: CW)

Het 400-jarig bestaan van Maassluis als zelfstandige gemeente vormt in 2014 de aanleiding om Breicafé de Waker op te richten. Gisteren is het tienjarig bestaan gevierd met ‘iets’ bij de koffie en een uitstapje met alle leden.

Chrit Wilshaus

“Uit een vorige woonplaats had ik wel eens gezien dat als een plaats zoveel jaar bestaat men in klederdracht ging”, begint Magda Karssen. Maar al snel komt ze erachter dat de Maassluise klederdracht niet echt bijzonder is. “Het is eigenlijk gewoon werkmanskleding.” Een boek over de visserstrui brengt haar op een ander idee. “Daar stond ook de Maassluise visserstrui in en zo ontstond het idee deze trui weer in ere te herstellen.” Om haar daarbij te helpen, benadert ze Gerry Hanneman en Marja Kroonenburg. “Met z’n drieën hebben we het breicafé opgericht met als hoofddoel iedereen in de stad te voorzien van een Maassluise visserstrui. Toen we tien jaar geleden in januari begonnen, hadden we trouwens nog zo’n half jaar om ons doel te bereiken. Dat was best kort dag.” Iedere vissersplaats heeft indertijd zijn eigen unieke patroon. Magda Karssen over de betekenis daarvan: “Als vissers overboord sloegen en aanspoelden, wist men door dat patroon waar ze vandaan kwamen. Omdat een visserstrui niet iedere week werd gewassen, werd hij steeds vetter en dus warmer.” Inmiddels zijn op bestelling al velen blij gemaakt met een originele Maassluise visserstrui. Zoals commissaris van de koning in Zuid-Holland, Jaap Smit. Ook zijn er truien gebreid waarvan de opbrengst naar een goed doel is gegaan. Zoals de Monstersche Sluis. “In alle truien die we daarvoor hebben gebreid heeft Ria de Waardt het logo van de Monstersche Sluis geborduurd. Ik geloof dat ze met één trui wel tien uur bezig was. Daarnaast hebben we ook voor andere goede doelen gebreid. Bijvoorbeeld voor dierenhoek ’t Sparretje en trekschuit de Snik.” Na de festiviteiten rondom het 400-jarig bestaan, is het eigenlijk de bedoeling de breiclub op te heffen maar vanwege het succes wordt echter besloten om door te gaan.

VDL

Het breicafé dankt zijn naam aan de – onlangs geheel schitterend verbouwde – bekende horecagelegenheid op de Markt. Magda Karssen: “Maar daar konden we maar een beperkt aantal mensen kwijt omdat je daar, vanwege het licht, eigenlijk alleen onder het raam kon breien. We moesten toen noodgedwongen met een wachtlijst werken.” Corona maakt een eind aan de breibijeenkomsten op de woensdagochtend. Als bij elkaar komen weer mag - met inachtneming van anderhalve meter afstand - blijkt de Waker géén maar de kantine van VDL wel een optie. En daar komt de breiclub nog steeds bij elkaar. Behalve meer ruimte is er ook meer licht. “Uiteraard hebben we Guus Paalvast van de Waker gevraagd of we die naam mochten blijven gebruiken maar dat was geen probleem”, aldus Magda Karssen, die stelt sinds ze lid is veel te hebben geleerd. “Ik kan nu bijvoorbeeld hulpkabels breien en zo. Sommige truien zijn gewoon kunstwerkjes.” Dat geldt zeker ook voor de mofjes, zoals ze heten, die voor ons op tafel liggen. Het blijken de producten te zijn van een breiproject voor de geriatrische afdeling van het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft. “Zoals je ziet, zit er van alles op en aan waar ouderen aan kunnen friemelen. Je mag je er helemaal op uitleven. We hebben er ondertussen al heel wat gebreid. Als mensen naar een verpleeghuis gaan, mogen ze zo’n mofje meenemen”, benadrukt Magda Karssen. Via breiclublid Joke ’t Hart, inmiddels overleden, komt de breiclub in contact met voornoemd ziekenhuis. Regelmatig is Breiclub de Waker trouwens ook in de stad te vinden (met een kraampje) bij evenementen.

Al heel jong

De breiclub blijft onverminderd populair, weet Magda Karssen. “Toen we startten, hebben we een advertentie in de krant gezet. Op de eerste bijeenkomst kwamen wel 40 vrouwen af. Doordat we dat niet verwacht hadden, overviel ons dat een beetje.” Lies Schouten komt vijf jaar geleden via een buurvrouw bij de breiclub. “Ik ben trouwens de penningmeester en let op de centjes. Ik vond het gelijk heel gezellig; het is ook een heel sociaal gebeuren. In de jaren dat ik nu lid ben, heb ik zoveel geleerd. Zo zag ik in het begin niet of iets recht of averecht was gebreid.” Per maand betalen de leden drie euro contributie. “Dat is voor de lief- en leedpot. Het geld dat overblijft, besteden we aan uitstapjes.” Miep Bevers, met haar bijna 92 lentes het oudste lid van de breiclub, is er al vanaf het begin bij. “Ik heb al heel jong breien geleerd van mijn moeder. Ik deed het altijd als tijdverdrijf.” Tv-kijken en tegelijkertijd breien kan ze niet, vertelt Miep Bevers. Praten en breien wel. “Maar we kijken elkaar dan niet aan”, lacht ze. Doordat ze last heeft gekregen van haar schouders zitten grote breiwerken er niet meer in. Het bescheiden breiwerkje op haar breipennen is het bewijs ervan. Miep Bevers lijkt er vrede mee te hebben. “Maar ik vind het nog steeds leuk om te doen.” Ook Renie Solleveld is al vanaf de oprichting lid van de breiclub. “Ik heb al van alles gebreid”, vertelt ze desgevraagd. “Laatst nog een mooi vest voor mijn dochter.” Om het resultaat te laten zien, scrolt ze over het scherm van haar telefoon op zoek naar een foto. Ook Renie Solleveld vindt de gezelligheid het leukste van de breiclub.