Langs sporen van de oorlog: Ontvoering achterop een reclamefolder

Kiek de Vries-Berkhout vond jaren geleden in de spullen van haar overleden vader een oude reclamefolder van De Spar en nog twee velletjes. Achterop het papier had haar vader Sam Berkhout (1911-2000) het een en ander geschreven. Het bleek een verslag over zijn ontvoering in de oorlog te zijn!
Gemma van Winden-Tetteroo
Het is een bijzonder verhaal! Gelukkig heeft Ineke de reclamefolder niet achteloos weggegooid. Haar vader Sam, die bij de plaatselijke timmerman werkte, was kennelijk in de eerste oorlogsdagen door de Duitsers ontvoerd! Hieronder volgt zijn verhaal. Helaas ontbreekt de eerste pagina dus we moeten het doen met wat er wél is.
Halt
“…op de Hoornse brug zat een Hollandse soldaat die commandeerde: “Halt, waar moet jij heen?” Ik antwoordde “Wat gereedschap ophalen om een veldhospitaal te maken.” Toen kon ik doorgaan. Had die vent nou maar gezegd: “Levensgevaarlijk!” dan was ik wel teruggegaan. Maar goed, doorgaan. Het hek van de veiling zat met dikke kettingen op slot. Achter het hek een grote waakhond. Dat was geen punt, want die kende mij net zo goed als zijn baas. Ik moest over een sloot springen om bij mijn gereedschap te komen. Toen kwam er een legerauto met zes soldaten met het geweer op mij gericht. Gelukkig ging er niet één af. Toen ging ik mijn spullen halen, terwijl werd er wel geschoten, maar dat hoorde je geregeld.”
Muurtje
“Toen ik terugreed naar Den Hoorn werd ik op de hoek van de Tanthofkade van mijn fiets geslingerd. Dat was tot mijn verbazing een soldaat met Duitse taal. Een tweede reed pijlsnel met mijn fiets richting ’t Woudt. Ik moest op de grond gaan liggen. Verschillende soldaten geheel behangen met paardenbloemen en pinksterbloemen voor dekking in het veld, want dat waren allen parachutespringers. Toen kwam er van Delft af een Hollander op een klein brommertje. Geweer op zijn rug. Die werd net als ik besprongen en van wapens ontdaan. Daarna moesten we sluipend naar de overkant bij bakker van Velzen achter een muur gaan zitten. De soldaat uit ’t Woudt kwam weer aan op mijn fiets. Hij ook achter het muurtje. Allen hadden veel slaap. Van de tien mensen sliepen er op een gegeven moment zeker acht. De rest moest waken. Ik vroeg of ik af mocht rijden. Dat werd na wat gepraat goed gevonden, maar net buiten Van Schaik, waar nu Hallensleben zit, werd er heftig op mij geschoten. Ik draaide als een pijl om en dook terug achter de muur. De mannen antwoordden “Krieg = Krieg, dan moet je maar hier blijven” en dat deed ik dan trouw. Het was intussen 12 uur geworden en er waren een paar burgers bij gekomen.”
Paardenstal
“We moesten verkassen naar Café Delfland. In dat café zaten wel vijfentwintig of dertig gevangenen. Ook de soldaat die mij ’s morgens terug hàd moeten zenden, lag daar met een schot in zijn rug gewond. ’s Avonds om ongeveer 5 uur kwam er beweging en we moesten er uit in rijtjes in colonne richting ’t Woudt lopen. Dat was al in Duitse handen. Onderweg werden nog enkele mannen en vrouwen opgepakt en meegevoerd. Tot mijn verbazing ging het bij de Ommedijk linksaf richting Schipluiden. Mijn gereedschap moest ik in Delfland achterlaten. Was niet meer nodig zei de leider van de troep. De Krieg was voorbij. Langs die dijk lag om de 50 meter een soldaat met het geweer richting Delft. Bij watergemaal Wubben één voor één lopen. Die voor mij liepen raakten in grote paniek…één voor één neerschieten? Bij de kerkwerf-uitspanning voor de paarden rechtsaf. Op de werf tegen het hek zag ik mijn fiets weer staan. Even stiekem er langs en op slot gezet. Wij werden opgesloten in de paardenstal. Streng verboden te praten werd er gezegd.”
“Een kan met 40 liter melk, een kroes erbij, jullie kunnen drinken.” Een soldaat in Duits uniform sprak prima Hollands. “Jullie blijven hier rustig zitten. Iemand komt zeggen wanneer je weg mag. Niemand van u heeft iets met het leger te maken, dus je hebt geen last.” Maar ik had een papier van het dijkleger op zak. Oei! Even in het donker verscheuren en begraven in de stal.”
“Waar heb jij gezeten?”
“Inmiddels was het wel half 12 in de nacht geworden. En hoorde je fluisteren: “Is er hier nog iemand die ons bewaakt?” Kwam geen antwoord. Dan maar proberen bij de deur. Die zat buiten vast gezet. Maar met z’n allen een beetje sterk en woem open was die. Er stonden wel wat harten stil. Buiten was het muisstil. Er brandde licht bij Ammerlaan. De grootste held is toen poolshoogte gaan nemen, maar er was niemand meer te zien. Wij zijn toen in groepjes vertrokken. Mijn fiets kon ik zo meenemen, maar ik heb wel gelopen naar het dorp Schipluiden. Thuisgekomen was de vraag “Waar heb jij nou toch gezeten?” “Moe, ik ga eerst even naar bed.” “Je kijkt maar of er nog een plaatsje is, want er liggen vier vluchtelingen boven uit Den Hoorn.” Dit waren de eerste 3 dagen. Niemand kon vermoeden, dat er nog ruim 1800 zouden volgen.”






Meer nieuws uit Midden-Delfland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie