Column Marcel van Stigt: De kunst van het verstoppen

Column
Afbeelding
(Foto: Rodi Media/MvS)

Huispoes Coos heeft het verstoppen tot kunst verheven. Ze is daar echt heel bedreven in. Dat bleek al toen ik haar in 2019 samen met maatje Bliksem uit Boxtel haalde als cadeau aan mijn twee kinderen; ze hadden het allebei mega goed gedaan op school en dat verdiende een beloning. 

Poes en kat waren nog maar drie weken oud en dus erg klein. Ze zaten samen in één bench en eenmaal thuis heb ik die in de gang van mijn appartement gezet. Deurtje open en verder niets doen, luidde het devies. Ook voor het slapen gaan heb ik ze met rust gelaten. Ik zou ze de volgende dag wel zien. 

Nou, niet dus. 

Al snel na het ontwaken liep ik die ochtend op mijn tenen naar de bench. Leeg. Langdurig stond ik op het verkeerde been. Leeg, oké, maar waar hingen ze dan uit? Ik zocht mijn appartement af, dat helemaal niet zo groot was. Erg veel opties om je ergens te verbergen waren er niet. Maar waar záten ze dan? 

De adem stokte in mijn keel toen ik naar de halfgeopende tuimelraampjes in de woonkamer keek. O God, schoot het door me heen, ze zullen toch niet... 

Mijn dochter, die net uit haar bed kwam, hielp mee met zoeken en heeft ze gevonden. Ze zaten met zijn tweeën naast elkaar achter de plint onder het keukenblok. En ze dachten: we geven lekker geen enkele sjoege.

Ook daarna raakte ik ze regelmatig kwijt terwijl ze zo’n beetje onder mijn neus zaten. Maar ja, mannen en zoeken... Uiteindelijk kwam ik ze dan stomtoevallig tegen in een la tussen de sokken, in een wasmand of in een keukenkastje.   

Ik verhuisde en kort daarna moest ik Bliksem na een aanrijding helaas laten inslapen en bleef Coos alleen over. Ook op mijn huidige adres ben ik haar regelmatig kwijt. Omdat ze zich daarbij muisstil houdt, wordt het zoeken er niet makkelijker op. Behalve dan als ze zichzelf per ongeluk heeft opgesloten. Dan hoor ik nerveus gekrabbel achter de deur van het toilet, van onze slaapkamer of van de schuur. 

Laatst kwam de dierenarts bij ons op bezoek voor de jaarlijkse controle en dan is het wel zo handig dat Coos in de buurt is. Zo’n dierenarts heeft immers niet de hele dag de tijd, dus we kunnen het niet maken urenlang naar haar te moeten zoeken. We hadden Coos al vroegtijdig naar de huiskamer gelokt en de deuren naar tuin en bovenverdieping gesloten. Bovendien hadden we de ruimte achter de bank gebarricadeerd.

Toch haalde ze weer een verdwijntruc uit toen ze de voordeurbel hoorde. Had ze zich, via een klein spleetje, achter de bank gewurmd. We - dat wil zeggen: dierenarts en assistente - ontdekten haar en hebben haar bij haar nekvel op kunnen pakken. En het moet gezegd: ze werkte uitstekend mee. 

Na de controle mocht ze lekker naar buiten. En tegen etenstijd, toen ik zoals altijd met de zak brokken schudde, meldde ze zich weer - want dan laat ze zich wel heel graag zien.