De brandweer door de jaren heen

OOSTZAAN - Als er een brand uitbrak, werden de spuitgasten en het hele dorp gealarmeerd door het luiden van de klok en rondgaande brandroepers. De handspuiten werden op een kar naar de brand geduwd en het water werd door de manschappen handmatig uit een sloot opgepompt. Dat was een hele klus en de pompers werden om het kwartier afgelost.
Zo ging dat tegen het einde van de negentiende eeuw in Oostzaan. Kleine en grote branden woedden. Huizen, stallen en pakhuizen fikten af en hooibergen stonden in lichterlaaie. Met moeite kregen de spuitgasten een grote brand met de handspuiten onder controle en met regelmaat werd er een pand volledig in de as gelegd. Het was tijd voor vernieuwing.
In 1926 werd de vrijwillige brandweer opgericht. Er kwamen een autospuit en twee motorspuiten en met dit nieuwe materieel ging de nieuwe brandweer er tegenaan. Motorspuit nummer één stond in de Zuid gestald. In de Kerkbuurt werd Ford-autospuit nummer twee gestald en in de Noord stond motorspuit nummer drie. Vanuit drie punten in het dorp konden de vuurbroeders uitrukken en actie ondernemen.
Het was een hele vooruitgang en de eerstvolgende brand trok veel bekijks. Alles was nieuw, de voertuigen, maar ook de uniformen voor de manschappen en commandanten. Alleen de torenklok behield zijn oude functie en bleef de officiële brandmelder. Maar dat was meer uit bezuiniging, want alles was al duur genoeg.
Naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de vrijwillige brandweer werd voor de kerk een groepsfoto gemaakt. Zittend en staand poseren ze bij de Noorderspuit, de Kerkbuurtspuit en de Zuiderspuit. Ook de gemeenteveldwachter is er bij. Dat hoorde zo, want hij was een autoriteit en straalt gezag uit. Het vrijwillige brandweerkorps was de trots van Oostzaan.
In de loop der tijd is er wel wat veranderd. Een tankautospuit heeft nu zo’n tweeduizend liter water aan boord en als de manschappen aan de zijkant van de wagen de deur handmatig openen, komt er een trappetje naar buiten. Er is een mobilofoon om contact met de centrale en andere brandweervoertuigen te maken en gereedschappen voor technische hulpverlening, om bijvoorbeeld een slachtoffer uit een auto te knippen of een paard uit het water te halen. Moet iemand uit een huis worden gehaald, dan komt er een hoogwerker. Bij afhijsen is een ambulance aanwezig.
Er wordt geoefend op ademluchtlopen met een masker en een ademluchtfles. Maar de flessen zijn nu van kunststof en vroeger waren ze van metaal, dus dat scheelt.
Tegenwoordig is er minder brand en meer hulpverlening. Maar of het nu om een brand of een ongeluk gaat, de vrijwillige brandweer moet altijd paraat staan en het alarm is het moment waarop iedere seconde telt. Een goed uithoudingsvermogen en fysiek sterk zijn is vereist, want een snelle actie is van wezenlijk belang. Het kan immers levens redden.
Sonja Duba






Meer nieuws uit Oostzaan?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie