'Effe op de dik (duinen) weze kikke, om de zee af te piegge (turen)...'
Ton ter Heijden
Naast de wandelende tak (geleedpotig insect), het wandelende blad (braambladetend insect), het wandelende eiland (Schiermonnikoog) kennen we ook dichter bij huis het wandelende dorp.
Ter Heijde (‘De Heij’) werd meermalen door de zee weggevaagd, maar door de dorpsbewoners landinwaarts weer opgebouwd. Helaas vond sloop van het voormalige vissersdorp ook plaats door moedwillige afbraak door m.n. de Duitse bezetter (1943) i.v.m. de aanleg van de Atlantikwall, een 5000 km. lange verdedigingslinie ter voorkoming van een geallieerde invasie vanuit het westen. Een ander fenomeen van verandering betrof de vrijwel totale verdringing van de Heijdse taal door het Westlands. Bepaalde termen, die in de zeventiende eeuw in het bloeiende vissersdorp werden gebezigd, zijn ‘tussen eb en vloed’ weggevloeid. Zo zorgde de ‘vierboet’ (lichtbaken met open vuur) ervoor dat de houten ‘haringbuizen’ (breed kielschip met veel laadruimte) zich correct op de thuishaven konden oriënteren. Waren de vissers ‘uitgevaren’ en op land aangewezen, dan was het ‘vriendenhuis’ (armgasthuis) vaak de plaats om onderdak te krijgen en ‘op de waakvlam’ de Here af te wachten.
In die tijd voerde de ‘duinmeier' het beheer over de duinen en was hij verantwoordelijk voor het tegengaan van illegale jacht en stroperij. In het begin van de zeventiende eeuw bestond de Heijdse beroepsbevolking o.a. uit vissers, kuipers (vatenmakers), lijndraaiers (touwslagers), viskopers, visventers, een schoenlapper, een kleermaker, een kruidenier en een schoolmeester.
Mevr. Brehm-Van Seters (geboren 1915 in Ter Heijde) heeft ons bijzondere dialectwoorden nagelaten, die werden gebezigd vóór de Tweede Wereldoorlog. Wat dacht u van: ‘De mallie hewwe een biek op strang evonde’.
Ook iets insturen voor de rubriek 'Schrijvende lezers'? Stuur een mailtje naar redactie.moc@uitgeverijwestmedia.nl.