Eddie Kagie als Kurt Schwitters, Joost Verhagen als dienstklopper en Marius Bruijn als Theo van Doesburg.
Eddie Kagie als Kurt Schwitters, Joost Verhagen als dienstklopper en Marius Bruijn als Theo van Doesburg. (Foto: Willem Brand)

Tussen boe en bravo bij Soirée Dada

Algemeen

HAARLEM - Boe roepen is eigenlijk ongepast in het theater. En het podium opstappen, tja, dat geeft helemaal geen pas. Bij de heropvoering van de DADA-soirée 100 jaar na dato in wederom Zaeltje Rosehaghe werd het publiek uitgenodigd om niet alleen in passende jaren 20 kledij te komen ratels, toeters en bellen mee te nemen. En ook de mond te roeren.

In het ABC Architectuurcentrum was er zondag 8 januari al een voorproefje bij de opening van de expo ‘Dada te kijk’ (t/m 5 maart aldaar te zien). Een pianist las, zittend op een piano en soms de toetsen met zijn voeten beroerend, een langdradig epistel voor. Want Dada is een stroming die je kunt omschrijven als ontregelend. Het zet zich af tegen regels in de kunst en zo tegen burgerlijkheid en autoriteit.

Boe roepen mag

En ja, zo gebeurt het in het Zaeltje dat de mensen zich tijdens dadaïstische gedichten van Kurt Schwitters durven uitspreken met kreten als ‘Ja, nou weten we het wel’ of ‘Wat een gezwets’. Joke Binnerts doorbreekt zelfs de ‘vierde wand’ door de bühne op te stappen. Haar poging om een speler zijn tekst uit handen te trekken mislukt omdat er ‘toevallig’ ook een acteur in de rol van dienstklopper is om de boel in goede banen te leiden. Hij zet haar zelfs buiten de deur. Die improvisatie leidt jawel tot boegeroep.

Het moment van revolutie

Het was begonnen met een inleiding in de Dada-filosofie van Theo van Doesburg en zijn vrouw Nelly die hem op de piano met avant-gardistische stukken begeleidde. En het eindigde met een schimmenspel van een ‘dansende mechanische figuur’. Vlak daarvoor is echter de apotheose bij het gedicht ‘Er staat daar een man’. Als er dan inderdaad eindelijk een man gaat staan (zie foto) en de dichter zegt: ‘En nu is dan het glorieuze moment van de revolutie aangebroken’, ja dan roept het volk hem na: ‘Revolutie. Revolutie!’