Afbeelding
Geert van Diepen

Mooie vrouw

‘Doe je niets, heb je niets.' Ze zegt het regelmatig in de vroege jaren zestig. Bijvoorbeeld als mijn broers en ik onze slaapkamers, zomers in Castricum, weer eens moeten afstaan aan badgasten uit Amsterdam, uit Leiden of Duitsland. ‘Van de huuropbrengst betaal ik de rente en aflossing,' zegt ze trots. Het zal wel, denken wij. Echt blij worden we pas als er van dat geld een tv in huis komt. Met een bruine houten ombouw op vier wankele pootjes, zodat we voor televisieseries als Ivanhoe of Rawhide de deur niet meer uit hoeven. Pipo de clown, Swiebertje en The Thunderbirds: we zien ze gewoon thuis, in onze eigen kamer en niet meer op het vloerkleed van de buren. Doe je niets, heb je niets: met die slogan worden wij opgevoed. Wekenlang pellen mijn broers en ik bollen aan lange tafels in schemerige schuren en verzamelen op het strand lege bier -en colaflesjes voor statiegeld. Ik knap tuinen op in de buurt en koop van het geld mijn eerste transistorradio, een rechthoekig model van oranje plastic. ‘Doe je niets, heb je niets.' Ze heeft een hele trits uitdrukkingen en spreekwoorden paraat, een flink aantal kom ik tegen bij oefeningen in het taalboek op school. Vul aan: Het gras bij de buren is... Of: Zoals de waard is... Eén gezegde van haar brengt me van mijn stuk. Als ik verliefd ben op het mooiste meisje van de klas, zegt ze glimlachend: ‘Ach kind, een mooie vrouw heb je nooit alleen.' Tsja. Doe je niets, heb je niets.