De fabriek had ook een timmerwerkplaats.
De fabriek had ook een timmerwerkplaats. (Foto: aangeleverd)

De timmerwerkplaats

ZAANSTREEK - Koos van der Woude kwam op 11 oktober 1965 als 20-jarige knaap als monteur in dienst bij de productiebedrijven van Albert Heijn. Dat werk deed hij tot de verhuizing in 1993. Het leverde hem veel mooie verhalen op die de inmiddels 79-jarige Zaandammer heeft opgeschreven. In het Nieuwsblad Zaanstad publiceren we zijn mooiste pennenvruchten. 

De fabriek had ook een timmerwerkplaats. Die bevond zich in de voormalige loods van de meubelzaak Exalto in de Zuidervaldeurstraat. Er liepen circa tien man rond. Chef was Dirk Verdonk die er na de oorlog kwam werken. Gerrit Zwart begon er in 1937 maar Jaap van het Kaar was er al 1931 en ze begonnen als krullenjongens bij het bedrijf. Ze kwamen beide met een timmermansdiploma van de ambachtsschool. In de Oostzijde stonden alleen de panden van de bakkerij, chocoladefabriek, suikerwerkfabriek en de foerage afdeling. Er werden voornamelijk kisten gemaakt voor de producten, maar ook flessenkisten voor opslag van lege flessen.

Op 13 november 1958 ging bij de honderdvijftigste kist ging zelfs de vlag uit. Die werd afgeleverd vanuit de timmerwerkplaats in de Zuidervaldeurstraat. Sinds kort werden deze flessenbakken door eigen medewerkers vervaardigd. Het was een mooi aantal om er bekendheid aan te geven. Het fijnere werk noemde de medewerkers het timmeren van de kisten. Ze werden gevuld met wijn- en limonadeflessen. Deze werden na een hygiënische spoelbeurt weer opnieuw gevuld .

Toen er in 1956 een verdieping op de hoogste etage van het nieuwe fabriekspand kwam, ging de timmerwerkplaats naar de fabriek. Daar gingen de timmerlui zich steeds meer bezig houden met de binnenbetimmering van filialen. De schilders, die eerst in een oud herenhuis aan de Oostzijde zaten, dat gesloopt werd voor de bouw van een nieuw pand, kwamen er voor in de plaats. In die periode kregen ze het loon nog in een transparant zakje. Een timmerman maakte het iedere keer ter plekke open en haalde er een briefje van tien uit. Toen de man eens ziek was bracht een collega het loon naar zijn huis. De echtgenote opende het zakje en telde de inhoud. Ze riep verheugd naar binnen: "Ab je hebt tien gulden opslag”, niet wetende van de wisseltruck van haar man. 

Op een dag liep ik daar binnen en vroeg of ze een dikke mahoniehoutenplaat, konden verzagen tot traptreden. De timmerlui keken eerst of chef Verdonk of voorman Jaap Verkaar niet in de buurt waren. De wat oudere timmerman Klaas Besse wilde wel van dienst zijn, maar vroeg of er geen spijkers in zaten. Dat was slecht voor de zaagtanden. "Moet je dan naar de tandarts met dat ding?", lachte ik. Maar de grap ontging hem. In schafttijd zaagde de vakman Besse toch uit de drie centimeter dikke plaat twaalf treden die ik op een vierkante buis monteerde. De stevige trap naar zolder kan nog steeds alle aardbevingen doorstaan.