In gesprek met Geertje Lust.
In gesprek met Geertje Lust. (Foto: Aangeleverd)

Krasse Amsterdammers aan het woord in gedenkwaardige twaalfdelige serie podcasts

Nieuws

AMSTERDAM/OOSTZAAN - “Als je niet eerlijk bent tegen mij, denk ik bij m’n eigen: krijg het lazarus!” Deze en meer van dit soort ‘liefdevolle’ opmerkingen kregen Marnix van Wijk en Rose Heliczer toegevoegd toen zij samen bezig waren een podcastserie te maken voor Amsterdam 750 jaar. Daarvoor bezochten zij twaalf Amsterdamse ouderen uit verschillende wijken, allemaal negentig-plussers, want wie kan er beter over zijn of haar geliefde Amsterdam vertellen dan de echte onversneden recht-voor-zijn-raap-Amsterdammers? Ze nemen geen blad voor de mond, ze dragen hun hart op hun tong en het achterste van hun tong krijg je echt wel te zien. 

door Barbara van Wijk

‘Bij ons in Amsterdam; kleine geschiedenissen uit de grote stad’ is de titel van een serie van twaalf podcasts, voor elke maand één. Marnix, getogen in Oostzaan, tekende samen met Rose verhalen op uit de mond van de oudste Amsterdammers en maakte een gedenkwaardige serie over het dagelijkse leven in Amsterdam van de jaren dertig, veertig en vijftig. De tijd dat er nog geen rondrazende thuisbezorgers waren, geen rolkoffers, geen latte macciato’s en niemand een koelkast had. 

“We laten deze krasse stadsgenoten aan het woord. Ze nemen ons mee naar de plekken uit hun jeugd. Op basis van hun herinneringen vertellen wij samen met hen een nieuw verhaal”, aldus de makers. Daarvoor bezochten zij uiteenlopende Amsterdammers, uit de Jordaan of andere volksbuurten maar ook uit de Apollobuurt. De negentigers zetten hun hart open en vertellen ongecompliceerd hoe het leven er in hun jeugd uitzag. 

Geertje Lust

Zo begint de serie met een aflevering over Geertje Lust, nu honderd jaar, in 1924 in de Haal in Oostzaan geboren. Haar vader was handelaar in eendeneieren, zijn familie had vierduizend eenden, want Oostzaan was een eendendorp. Die eenden werden gevoerd met puf die de familie voor een zacht prijsje uit IJmuiden ophaalde. Puf is een kleine haringsoort, die vermalen werd tot eendenvoer. Geertjes opa had achtennegentig koeien, hij was geen arm keutelboertje. 

Toen hij overleed kreeg de familie, inmiddels naar een kelderwoning in de Keizerstraat bij de Nieuwmarkt verhuisd, een erfenis. Maar liefst zesduizend gulden was er te verdelen, maar dat ging probleemloos. Van die erfenis startten de ouders van Geertje een melkwinkeltje in de kelder van de woning. Dat was hard werken. Van ’s morgens vroeg, totdat ze naar bed gingen was de winkel open. Om half twaalf kwamen er soms nog mensen die een half litertje melk nodig hadden. Zelfs op zondagochtend was de winkel open, want dan kwamen de Joodse klanten, die op de sabbat niets mochten kopen.

Twee bedsteden

Het was heel normaal dat de hele familie, vader, moeder en vier kinderen inmiddels, in twee bedsteden sliep. Op de bedstede van vader en moeder stond een kribje met daarin de jongste telg. “De keuken lag net achter de winkel, daarom mochten we geen uitje bakken, want dan stonk de hele winkel naar gebakken uien. De buitendeur van de winkel moest altijd uitnodigend openstaan, weer of geen weer, hagel of sneeuw deden er niet toe, de deur stond open. Maar als de strontkar voorbij kwam, kwam het probleem vanaf de andere kant, vandaar dat we moesten rennen om de deur te sluiten want er klotste nogal eens een scheutje overheen en dan was de stank niet te harden.” 

Vader wilde eigenlijk geen melkboer worden, maar hij had geen stuiver en dan had je ook niets te vertellen. De broers van moeder beslisten voor de melkwinkel, want dat waren echte zakenlieden en het gebeurde zoals zij zeiden. Toen Geertje vijftien jaar was begon ze haar eigen bezorgronde. Elke ochtend om zeven uur stapte ze bij Van Gend en Loos binnen met een paar flessen melk voor het personeel dat om acht uur begon. Daarna terug naar de Keizerstraat om een fles melk bij juffrouw Treitel te brengen. Vader liet een kar maken waarmee ze meer flessen tegelijk kon rondbrengen. Op een keer kreeg ze die zware kar niet op de brug en tot haar grote blijdschap kreeg ze uit onverwachte hoek hulp: de burgemeester kwam een handje helpen! Wat was ze daar trots op! 

Geen koelkasten

Er waren in die tijd nog geen koelkasten, maar de melkwinkel van de familie had wel een ijskast. Niet zo’n koelkast die wij kennen, maar een kast die gevoed werd met ijsstaven. Loodzware blokken lekkend ijs die op de schouders door twee mannen naar binnen gezeuld werden. Om de paar dagen werden er nieuwe staven bezorgd. 

Zondagmiddag ging de familie altijd wandelen. Of op visite naar familie in Oostzaan. En… o wat een feest… op zondag werd er gesnoept van de Joodse zuurwaren. Heerlijk! Tonnen met zure bommen en uitjes werden op handkarren door de straten geduwd. Er was markt op de Nieuwmarkt, voornamelijk stoffen. “En op zondag was er een Jodenhoek, daar waren standwerkers die schreeuwden op een kissie. Allemaal kettinkies en oorbelletjes van generlei waarde.” 

Even slikken

Helaas heeft Geertje Lust haar eigen aflevering niet meer kunnen horen: ze overleed enkele weken na de opname op honderdjarige leeftijd. Voor haar dochter Marjolijn Buijsman was het even slikken om haar moeder na haar overlijden te horen maar ze vond het resultaat prachtig “We hebben dingen gehoord die we nog niet wisten.”

Wie meer wil horen wat Geertje te vertellen heeft over die tijd: het Joodse theater waar de bezoekers zich tegoed deden aan zakken vol doppinda’s, over de eerste razzia die in Amsterdam werd uitgevoerd, over de oorlog die zoveel joodse mensen het leven had gekost. Wie meer wil weten van de vrijgevallen huizen van de Joden die werden leeggeroofd: beluister de hele podcastserie via alle bekende platforms (zoals Spotify, Apple Podcasts en Podimo) of via deze link: podcasters.spotify.com/pod/show/bijonsinamsterdam

Komend jaar verschijnt er elke maand een nieuwe aflevering, tot de 750ste verjaardag van Amsterdam. 

Geertje Lust.