
Een treurende Stedemaagd
Kort na de oorlog werd aan de Wilhelminalaan een houten monument opgericht ter nagedachtenis van vijf mannen die aldaar in 1944 door de Duitsers waren gefusilleerd. Het monument – wel omschreven als een soort ‘houten kist’ – was slechts bedoeld als een voorlopig gedenkteken. Toch zou het maar liefst vijf jaar dienst blijven doen. Daar leek het eind 1946 niet op.
Toen nam een comité van de Alkmaarse Buurtverenigingen het initiatief om tot een waardiger monument te komen. Er werd geld ingezameld, maar helaas ging het comité ter ziele. Pas in september 1948 waren het Bevrijdingscomité en de Vereniging van Oud-Illegale Werkers zo ver dat zij de opdracht voor het ontwerpen van een monument konden verstrekken. De keuze viel op de kunstenares Jeanne Kouwenaar-Bijlo (1915-2000). Jeanne Bijlo werd als dochter van een Nederlands echtpaar op Java geboren. Zij keerden in 1930 naar ons land terug en in 1946 trouwde Jeanne met de Bergense schilder David Kouwenaar. De opdracht bleek voor haar geen gemakkelijke. Aanvankelijk was het de bedoeling het te onthullen op 4 mei 1949 en vervolgens op 17 november, de dag van de terechtstelling. Maar telkens werd de onthulling uitgesteld. Uiteindelijk kon het monument eindelijk op 29 april 1950 aan de gemeente worden overgedragen. Het bronzen beeld stelde een treurende Stedemaagd voor met in haar linkerhand een lauwerkrans en in haar rechter het stadswapen. Droeg het voorlopige monumentje nog de namen van de vijf geëxecuteerden, op de nieuwe zandstenen sokkel ontbraken deze omdat het monument nu de nagedachtenis eerde van alle oorlogsslachtoffers. Op het voetstuk werden enkele dichtregels van Adriaan Roland Holst gebeiteld.
Bertus Bakker