Afbeelding
(Foto: aangeleverd)

De chocoladewals

ZAANSTREEK - Koos van der Woude kwam op 11 oktober 1965 als 20-jarige knaap als monteur in dienst bij de productiebedrijven van Albert Heijn. Dat werk deed hij tot de verhuizing in 1993. Het leverde hem veel mooie verhalen op die de inmiddels 79-jarige Zaandammer heeft opgeschreven. In het Nieuwsblad Zaanstad publiceren we zijn mooiste pennenvruchten in de rubriek 'Uit de fabriek geklapt'. 

Toen ik in 1965 dienst kwam waren er veel medewerkers die langdurig in de productie bedrijven werkten. Een van de medewerkers die in 1967 zijn 40 jarig jubileum vierde was J. Keune.

Ik kreeg met hem te maken toen ik een reparatie aan een van de chocoladewalsen moest verhelpen. Een zware aandrijfmotor was van de vorkheftruck gevallen. Er was een stuk van de gietijzer voet afgebroken. Chef Klitsie vroeg of ik dat kon lassen. Ik had het nog nooit gedaan maar wist wel hoe het moest. Dus liet ik me niet kennen. Maar dit vereiste nogal wat. Ik maakte eerst een V groef aan de gebroken delen en zette de stukken aaneen. Daarna verwarmen en op een voorverwarmde plaat. Zodat tijdens het lassen met een gietijzerelektrode er geen spanning vrijkwam zodat het ging scheuren. Na het lassen weer langzaam afkoelen. Klaar is Koos. De complimenten van beide chefs nam ik na het monteren dan ook glimlachend in ontvangst.

Chef Keune was geboren 1909 in Amsterdam. In een jubileumbrief uit het personeel archief van 1967 staat dat hij twee zoons en een dochter had. De ene zoon werkte op de administratie van de onderhoudsdienst en een zoonzoon was chef bedrijfsbureau. Hij zelf werkte ooit in een schoenenzaak. Daar verdiende hij vier gulden in de week, voordat hij op 18 jarige leeftijd in dienst kwam bij Albert Heijn. Een buurjongen haalde hem in 1927 over om bij Albert Heijn te solliciteren, want daar kon hij twee maal zo veel meer verdienen. Ondanks dat de firma geen mensen zocht, wilde Heijn het toch wel met hem proberen. De toenmalige chef zette hem aan het poedermalen een stoffig werk. Dat nog op een oude en ingewikkelde machine werd uitgevoerd.

Toen de voorman van de walserij ziek werd mocht Keune hem vervangen. Dat was wel even wennen, want het afstellen van de rollen was nogal een nauwkeurig werk. Dat kwam ik aan de weet tijdens het onderhoud op de afdeling. Op een rustige manier vertelde hij wat er moest gebeuren. Het chocoladedeeg viel in grote hompen in een bak en de vier zware rollen, waar een vette chocoladefilm tussendoor liep, werden gekoeld door water. Die zorgden voor regelmatige afvoer van droge cacao. Dat werd later gemengd met cacaoboter tot een bruine emulsie.

De Duitse bezetting leidde ook hier tot grondstoffengebrek. Maar na de oorlog kwam de productie in de chocoladefabriek langzaam weer op gang. De cacaobonen werden als goud behandeld en met oude machines moest er een goed product gemaakt worden. Toen de afdelingschef vertrok, nam Keune zijn plaats in en werd chef van de malerij, branderij en de hagelafdeling. Hij bleek een uitstekende chef en een goede leermeester voor jonge arbeidskrachten. Hij kon goed spreken en luisteren, kortom een goed medewerker voor het bedrijf, die zelfs de hoge leeftijd van honderd jaar haalde.