Een opening in stijl; 'Betje en Aagje' knippen het lint, rechts Nelleke Noordervliet.
Een opening in stijl; 'Betje en Aagje' knippen het lint, rechts Nelleke Noordervliet. (Foto: Han Giskes)

Betje Wolff Museum na uitbreiding optimaal uitgerust voor een mooie toekomst

Cultuur

MIDDENBEEMSTER - Vier jaar maar liefst duurde het gehele traject maar afgelopen vrijdag kon toch echt de nieuwe ontvangst- en presentatieruimte van het Betje Wolff Museum in Middenbeemster feestelijk worden geopend. Door niemand minder dan schrijfster ‘’Betje Wolff’ en haar hartsvriendin Aagje Deken zelf. Aangekomen per koets, mochten zij onder grote belangstelling, en geholpen door schrijfster Nelleke Noordervliet, het fraaie bloemlint voor de entree doorknippen. “We zijn weer thuis!”

Zij gaan de genodigden voor de nieuwbouw in. De entree zit op de plaats waar voorheen het koetshuis was. Voor de koets is er, bijna geheel door vrijwilligers, een nieuw onderkomen in historische stijl gebouwd in de tuin. Het oude koetshuis is verlengd en verbouwd zodat er een lichte en ruime ontvangst- en presentatieruimte is ontstaan waar de glazen pui mooi zicht biedt op de pastorietuin. De entree, waar de originele bakstenen muur uit de 17e eeuw nog zichtbaar is, heeft een garderobe, kluisjes en een klein winkeltje, en ook biedt de nieuwbouw sanitair en een keuken.

Ruimte voor grotere groepen

Aafje de Jong, voorzitter van het Betje Wolff Museum, laat duidelijk merken hoe opgetogen ze is met de opening en de perspectieven die de nieuwe ruimte biedt. “Eindelijk is er ruimte en hebben we alle faciliteiten om onze gasten goed te ontvangen. Hier komen alleen al elk jaar zo’n 400 schoolkinderen langs, in dusdanig grote groepen dat we voor het praatje alleen maar terechtkonden in de tuin, op hoop van droog weer. Nu kunnen zij terecht in deze ruimte voor ontvangst en de presentatie. En hoe mooi is het dat vanaf 18 november Boeken bij Betje eindelijk terug is in eigen huis!”

Beroemde schrijfster

Voor wie niet thuis is in de literatuurgeschiedenis: Betje Wolff is een beroemde schrijfster uit de 18e eeuw. Zij woonde van 1759-1777 met haar echtgenoot dominee Adriaan Wolff in het huidige museum aan de Middenweg, dat sinds 1968 een Rijksmonument is. Samen met haar vriendin Aagje Deken schreef zij de eerste brievenroman in Nederland, ‘De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’ die is opgenomen in de canon van Nederland. Het museum maakt deel uit van de groep Schrijvershuizen in Nederland. Begin maart van dit jaar is er een schrijverssteen voor Betje Wolff en Aagje Deken onthuld in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. 

Vrouwenemancipatie

Betje Wolff was zeer vooruitstrevend voor haar tijd, een veelzijdige vrouw met een onafhankelijke geest die haar stem liet horen over ook nu nog actuele zaken. Dat werd dan ook uitgebreid besproken door Nelleke Noordervliet in haar openingswoord, zij noemt haar ‘een van de peetmoeders van de huidige vrouwenemancipatie’.

Museum

Het voormalige woonhuis van Betje en haar echtgenoot werd in 1950 officieel een museum, en groeide dankzij bijdragen van veel Beemsterlingen uit tot de bijzondere, gedetailleerd ingerichte plek die het nu is. Het woonhuis was alleen niet opgewassen tegen de toenemende activiteiten. Er was geen ruimte voor grotere groepen maar ook niet voor het zes jaar geleden gelanceerde Boeken bij Betje dat een flinke vlucht nam. De eerste editie hiervan, waarin Nelleke Noordervliet te gast was, vond nog plaats op de zolder van het museum. Maar de smalle trap naar boven en het aantal bezoekers maakten dat geen veilige plaats zodat die activiteit verhuisde naar Onder de Linden.

Tekst loopt door onder afbeelding


Bert Jaarsma en Aafje de Jong vertellen de genodigden alles over het verbouwingsproject. (Foto: Han Giskes)

Project verbouwing

In 2019 werd een projectteam samengesteld om de verbouwingsplannen in gang te zetten. Er kwam een programma van eisen en een eerste gesprek met de architect Marjet de Boer uit de Beemster. “Een aanbouw aan een rijksmonument met een hele historie is niet zomaar iets, dat gaat langs veel instanties”, aldus Bert Jaarsma, voorzitter van de Stichting Beheer Gebouwen, onderdeel van Historisch Genootschap Beemster. Uiteindelijk, na verschillende aanpassingen kreeg het ontwerp in september 2020 akkoord. Daarna kon, met alle vertragingen door corona, de aandacht worden gericht op de fondsenwerving. Maar hulp kwam ook van de vrijwilligers. In maart 2023 ging de eerste paal van het nieuwe koetshuis de grond in. Bert Jaarsma: “Die hele constructie is gebouwd door professionele vrijwilligers. We haalden ook overal de spullen vandaan. De dakpannen bijvoorbeeld waren afkomstig van gesloopte panden uit de omgeving via de Vermaning, tot zelfs van de Wallen in Amsterdam toe.”

Donateurs en vrijwilligers

Niet lang daarna kon de bouw, met een focus op energiezuinig en duurzaam, van de uitbreiding van start. “Met dank aan alle donateurs en zeker ook aan alle vrijwilligers. Zonder hun inzet en werk was het niet mogelijk geweest. Zo haalden zij alle bestrating uit de tuin, zo’n 40.000 kleine steentjes, zodat deze later hergebruikt konden worden, en assisteerden ook bij het opnieuw bestraten. Andere vrijwilligers maakten de balie en de lockers, en er werd belangeloos geschilderd. Uiteindelijk hebben we zeker 150.000 euro bespaard door de belangeloze inzet van professionals en door met alle vrijwilligers zelf veel werkzaamheden te doen”, aldus Bert Jaarsma. Vrijwilligers die na deze middag staan te popelen om in het vernieuwde museum aan de slag te gaan.