Vooruitzien

Het is alweer jaren geleden dat ik met een gedeputeerde sprak over de politiek-bestuurlijke landkaart en uiteindelijk verzuchtte de gedeputeerde zo af en toe een beetje moe te worden van ik-weet-niet-hoeveel wethouders uit ik-weet-niet-hoeveel-dorpen die bij hem met ik-weet-niet-wat voor kakboodschapjes langskwamen. Onze conclusie was dat het uiteindelijk onvermijdelijk is dat veel gemeenten fuseren. Te veel, te klein, te onmachtig om goed te besturen. Schaalvergroting lijkt onvermijdelijk.

Ik moest eraan terugdenken toen ik las dat de aanleg en verhuizing van de gemeentelijke milieustraat weer miljoenen extra gaan kosten. Waar rekening werd gehouden met een uitgave van € 19 miljoen, is dat inmiddels opgelopen € 30 miljoen of nog meer.

Het gemeentebestuur gaat ervan uit dat een deel van die kosten terugverdiend worden doordat omliggende gemeenten gebruik gaan maken van de Purmerendse milieustraat. Zou zo maar kunnen. Maar helemaal onlogisch is de gedachte niet. De gemeenten Waterland en Edam-Volendam kiezen (waarschijnlijk) voor de milieustraat in Purmerend. Sterker nog, op termijn lijkt het onvermijdelijk dat er in de regio Waterland een grote (en hopelijk sterke) gemeente komt. Landsmeer, Oostzaan, Wormerland en ook Waterland worstelen met de vraag hoe nu verder?  Alle gemeenten stevenen af op het ravijnjaar 2026 en breken zich het hoofd hoe de begrotingen sluitend te krijgen. 

Stel je voor: één grote gemeente, voor het gemak noem ik die Groot Waterland. Met Purmerend als het bestuurlijke centrum. Wanneer Volendam-Edam, Waterland, en Landsmeer fuseren met Purmerend ontstaat er een gemeente met pakweg 160.000 inwoners, vergelijkbaar met Amersfoort. Als dat een reëel toekomstperspectief is, dan is een investering van € 30 miljoen te verantwoorden.