
Op de pijp met... Jan Hilgerson
NieuwsEven pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Jan Hilgerson.
Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl
Wat doe je als je een (beroemd) schilderij mooi vindt, maar je kunt het niet betalen? Dan maak je het gewoon zelf, vindt Jan Hilgerson (72). En dus hangt zijn huis vol bekende werken. Tijdens de Open Atelierroute Wateringen-Kwintsheul op 7 en 8 september zijn ze te zien. “Ik hou van het priegelen.” Jan is bijna 50 jaar getrouwd met Carla. Samen hebben ze drie kinderen en drie kleinkinderen.
Waar kom je vandaan?
Ik ben een geboren en getogen Wateringer. Ik groeide op met drie zussen. Mijn vader had een loonbedrijf voor frezen, spitten, versnipperen, dat werk. Later schakelden we helemaal over op het machinaal bollenrooien. Dat heb ik een flink deel van mijn leven gedaan.
Dat heb je van jongs af willen doen?
Ja. Als kind droomde ik er nog wel van om op een zeesleper te gaan werken. Het ruige leven zeg maar. Maar als je vader een loonbedrijf heeft en je bent de enige zoon, dan rol je daar vanzelf in. Ik heb ook niet meer dan lagere school gedaan. Vanaf de Jozefschool ging ik zó aan het werk. Dat was in die tijd nog heel gewoon.
Nooit meer willen leren?
Het is niet zo dat ik niks bijgeleerd heb. Alleen heb ik dat altijd zelf gedaan. Toen we overschakelden op het machinaal bollenrooien, ontdekte ik al snel dat de machines niet altijd even handig in gebruik waren. En dus begon ik zelf maar verbeteringen aan te brengen. En alle dingen die ik daarvoor nodig had leerde ik mezelf aan. Metaalbewerking, draaien, lassen, elektra…
![]()
Waren die machines dan zo slecht?
Ze konden beter. De verbeteringen die ik aanbracht kwamen voort uit de praktijk. Ik denk veel en tijdens het werk bedacht ik dan, hé, dit kan beter. En dan ging ik daarmee aan de slag.
En met succes…
De kunst van bollen rooien is om ze zo schoon, heel en compleet mogelijk boven de grond te krijgen. Anderen hadden daar vaak twee slagen voor nodig. Ik kon het dan in één. Dan vroeg zo’n bollenboer: ‘wanneer kom je terug?’ en dan was mijn antwoord: dat hoeft niet. Ga mijn werk maar bekijken. En dan had ik er vaak weer een vaste klant bij.
Je vader was vast blij met je…
Ja, en nee. We konden het goed met elkaar vinden, maar hij trok dingen naar zich toe en gaf mensen dan de indruk dat hij al die machines bouwde en aanpaste. Dat was niet echt leuk. Je wil toch dat je vader trots op je is.
Heb je het bedrijf overgenomen?
Nee, dat kon niet. Ik kreeg al vroeg last van mijn rug. Best ernstige klachten waarvoor ik vaak naar de arts ging en me geregeld werd verteld dat ik eigenlijk moest stoppen met werk. Maar dat wilde ik beslist niet. Dus soms was ik met een korset aan het werk en vroegen zelfs mijn klanten: is dit nou wel verstandig, Jan? Het gevolg was wel dat ik me nergens kon verzekeren, dus het bedrijf overnemen was uitgesloten. Toen mijn vader wilde stoppen heeft hij alles verkocht. En ik ging mee en heb nog jaren in loondienst gewerkt, waarbij ik gewoon doorging met het werk zoals ik het altijd deed. Ik ben niet altijd makkelijk, ook niet voor mijn baas. Want ik redeneer: mijn klanten zijn mijn baas. Uiteindelijk ben ik op mijn 58e afgekeurd en moest ik stoppen.
Je viel in een gat?
Voor mijn gevoel wel, al hebben weinig mensen en zelfs Carla daar weinig van gemerkt. Gelukkig had ik nog genoeg bezigheden. Hobby´s genoeg.
Zoals?
Ik heb jarenlang reptielen gehouden. Dat begon op mijn 15e met leguanen en hagedissen, en later werden het wurgslangen. Ik heb een python van vier meter gehad die, toen ik hem kreeg meer dood dan levend was. Ze kon onder andere niet eten. Maar mijn leven draait om uitdagingen, dus ik kocht haar. Het heeft een tijd geduurd, maar ze werd beter. En dan gaat er rustig een Vlaamse reus in hoor. Prooidieren zoals ratten, muizen en konijnen fokte ik ook zelf. Ik heb twaalf jaar aan zeevissen gedaan. En ik heb Tiffany lampen gemaakt. Naar voorbeelden uit het Singer Museum. Ook dat heb ik mezelf helemaal aangeleerd. “Zou je niet een cursus doen”, werd me gevraagd. Welnee, ik koop wel een boekje. Als mensen zeggen dat ik iets niet kan, dan wordt het juist een uitdaging.
Dat geldt ook voor je schilderwerk?
Dat doe ik sinds mijn vijftiende, en nooit les gehad. Ik zag in musea en galeries allerlei mooie schilderijen. “Oh, als je zoiets toch kan”, dacht ik. Maar zo’n schilderij kun je natuurlijk nooit kopen. Dus waarom zou ik ze dan zelf niet proberen te maken? Zo is het begonnen.
Je moet het inderdaad maar kunnen…
Het heeft alles te maken met goed kijken. Elk detail in je opnemen. Als ik een schilderij zie dat ik mooi vind en na wil maken, dan bekijk ik het heel goed. Ik krijg geregeld op mijn kop van een suppoost: ‘niet te dichtbij meneer!’, of ‘waarom staat u daar zo lang?’ Als ik dan uitleg waar het voor is en wat voorbeelden laat zien vinden ze het vaak wel goed. Ik maak ook veel detailfoto’s.
![]()
En dan aan de slag?
Gewoon beginnen. Vaak werk ik met een verkleinde afbeelding omdat het origineel te groot is. Alleen een schilderij als ‘De Vaandeldrager’ heb ik op ware grootte gemaakt. Ik schilder ook niet op doek, maar op hout of hardboard. Dat is ideaal materiaal, zeker voor het fijne werk. Ik hou van het priegelen. Ik werk met olieverf en meng de kleuren allemaal zelf. Dat is de basis.
Je leert jezelf dan heel wat stijlen aan zo…
Dat is ook het leuke. Ik heb schilderijen van Rembrandt nageschilderd, maar ook van veel andere bekende en minder bekende schilders. Pieter de Hooch, Cornelis Verspronck, Johannes Vermeer, Willem Claez Heda, Clara Peters… Ieder met hun eigen stijl, kleurgebruik en eigenaardigheden.
Eigenlijk ben je een vervalser…
Dat zou ik zijn als ik er de handtekening van die kunstenaar onder zou zetten, maar ik onderteken gewoon met mijn eigen naam. Overigens hebben we wel echte vervalsers ontmoet zoals één van de grootste: Geert Jan Jansen. Dat zijn fascinerende verhalen die ook blootleggen hoeveel onechts, bluf en ronduit fraude er in de kunstwereld voorkomt. Ik heb ook niet de behoefte in die wereld te zitten. Ik verkoop ook vrijwel niets.
Je exposeert wel?
Ik heb een expositie gehad in de Hofboerderij, en doe mee met de Open Atelierroute Wateringen Kwintsheul. Vorig jaar hadden we tweehonderd mensen over de vloer. Soms vindt een schilderij van mij zijn weg naar anderen. Zo heeft Jan de dominee hier in Wateringen ooit over één van mijn schilderijen een preek gehouden. Ik ben niet kerkelijk maar we ontmoetten elkaar wel eens bij het wandelen met de honden. We hebben twee windhonden. En zo komt van het één het ander. Dat is leuk want dan hoor je ook het verhaal achter het schilderij eens. Daar verdiep ik me meestal niet in. Het gaat mij om het plaatje en de techniek.
Zit er dan niets van jezelf in?
In vrijwel alle schilderijen zit wel iets van mezelf. Soms is een bepaald detail niet goed te zien en dan vul ik dan zelf in. Soms vind ik iets niet mooi en dan verbeter ik dat. Maar echt eigen werk dat boeit me gewoon niet zo. En op deze manier blijf ik mezelf ook altijd weer vernieuwen!
Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.