Begraafplaats 'St Jozef' aan de Kapelaan Meereboerweg.
Begraafplaats 'St Jozef' aan de Kapelaan Meereboerweg. (Foto: archief Loosduins Museum)

Eigen kerk en begraafplaats

We blijven eens stilstaan bij het openbare leven in het Loosduinen van rond 1850 en uiteraard kunnen dan de kerkgenootschappen ofwel de Rooms-Katholieke en de Nederlands-Hervormde Kerk dan niet ontbreken. 

Door Piet Brak/Loosduins Museum

Vanaf de reformatie in 1562 was de Hervormde Kerk de heersende c.q de bevoorrechte godsdienst, ook wel de 'Staatsgodsdienst' genoemd want de hoge ambten in het staats- en stedelijk bestel waren voorbehouden aan de belijders van deze godsdienst. In theorie bestond er sinds 1795 bij de afkondiging van de 'Bataafsche Repuliek' vrijheid van godsdienst, doch in de praktijk van alle dag werden de Katholieken strenge beperkingen opgelegd, zoals het bouwen van kerken. Veelal werd in schuren en stallen 'gekerkt'. Uit wat onze burgemeesters uit die tijd ons nalieten, is wel te proeven, dat de Katholieken ten opzichte van de Protestanten zich in een geïsoleerde positie ophielden en slechts op het zakelijk vlak connecties met andersdenkenden aangingen. 

Eerste pastoor

Onder invloed van het patriotisme in de laatste jaren van de 18e eeuw, was de situatie voor de Katholieken al wat milder gestemd. Wellicht daardoor kon al in 1798 de eerste pastoor in Loosduinen zijn intrede doen in de persoon van pastoor Bernardus Ocke, eerder kapelaan in Amsterdam. Het moet een voortvarend man zijn geweest want in hetzelfde jaar kwam de toestemming voor de bouw van een kerk. Een 'vluchtkerk' die niet op een kerk mocht lijken. Uit de lijst van bezittingen valt op te maken dat naast het bezit van die 'schuilkerk' ook een stuk land viel te noteren. Op dit stuk land werd op 17e november 1835 een R.C. begraafplaats ingewijd door de Hoogeerwaarde Heer B.J. Gerving, aartspriester voor Holland en Zeeland. Deze begraafplaats is de bekende begraafplaats 'St Jozef,' gelegen aan de Kapelaan Meereboerweg. Van oudsher was 'Eikenduinen' en voor de Loosduinse en Haagse Katholieken het 'Roomsch Katholieke Kerkhof', waar men in de gewijde grond begraven wilde worden. Maar toen andersdenkenden meer en meer de voorkeur aan Eikenduinen als begraafplaats gaven, kan het zijn, dat bij de Loosduinse Katholieken de gedachte is gaan leven over een eigen plaats der doden te willen beschikken. De grond voor die begraafplaats werd in 1835 gekocht van een Hervormde boer Warmenhoven voor 1200 gulden. Het beheer van een begraafplaats eiste wel, dat er een 'Reglement der Begrafeniskosten'. Daarin stond wat begraven in de rangen 1 tot en met 4 kostte. Voor een begraafplaats in de 1e rang boven de 14 jaar: het maken van het graf f.10.- exclusief andere kosten, totaal f.18.- en de 2e rang f.14.-. Ongedoopte kinderen werden voor f.3.80 in de eerste rang en tot f.1.- voor de 3e rang naar hun laatste rustplaats gebracht.