
Anderhalf
Buiten was het donker. Greet zat bij het kleine kerstboompje en dacht na over de gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Er was heel veel veranderd bij hen thuis. Bram zat, zoals meestal, boven in zijn kamertje. Het was zijn domein en ze stoorde hem daar nooit. Wat hij er deed was zijn zaak. Een week of twee geleden, terwijl ze haar plantjes water gaf, hoorde ze een zware dreun en daarna... niets.
Door Cornelia Molendijk
Geschrokken liep ze, voor zover haar pijnlijke knie dat toeliet, naar boven en zag Bram, naast zijn bureaustoel op de grond liggen. Bewusteloos. De hulpdiensten waren heel snel ter plaatse en Bram werd naar het ziekenhuis gebracht, Greet mocht meerijden. Diverse onderzoeken wezen uit dat hij een hersenbloeding had. `Waarschijnlijk zal hij in het vervolg heel moeilijk praten`, zo vertelde de arts na het onderzoek. `Afasie heet dat`. Al snel moest Greet ondervinden wat dit betekende. Bram antwoordde op elke vraag met: “Anderhalf”. Bram, 70 en tien jaar ouder dan Greet, begreep in het begin niet wat hem mankeerde. De onmacht tot spreken maakte hem woest. Maar binnen een paar dagen snapte Bram, altijd een erg intelligente man , dat het nu gedaan was met hun gezamenlijke discussies. Tranen van droefheid huilden ze allebei want ze hielden erg veel van elkaar.
Na tien dagen mocht Bram naar huis. Daar stond het kerstboompje. Greet had de stoel van Bram en die van haar, bij elkaar voor de boom gezet. Zou Bram het verschil zien ? Ze had in de boom niet de gebruikelijke bling bling kerstballen gehangen, maar slechts een snoertje lichtjes en dan die schattige lampionnetjes, afkomstig uit de tuin van een buurman. Normaliter zijn de lampionnetjes oranje maar door invloed van wind en regen verdwijnt het oranje bladmoes. Slechts de nerfjes blijven over. Daardoorheen zie je een oranje bes, waarin het zaad zich bevindt, zodat het een lampje lijkt. Bram zat in zijn stoel aandachtig naar de lantaarntjes te kijken. “Anderhalf” zo prees hij het mooie boompje. Greet keek ervan op. Hoe is het mogelijk dacht ze en herinnerde zich vorige jaren waarin hij niet onder stoelen of banken had gestoken dat hij een hekel had aan kerstbomen en het kerstfeest in het bijzonder.
Vooral de hele bups familieleden die op tweede kerstdag in hun huis vorstelijk werden onthaald. Tante Greet kookte er vrolijk op los, drie dagen van tevoren begon ze al. En Bram was op het feest de onderhoudende gastheer. Hij deed dat voor Greet, zoveel hield hij van haar. Op de dag voor het kerstfeest lag Bram in zijn stoel heerlijk te slapen. Greet nam de kans waar, even op zijn kamer te gaan kijken. Tot haar verrassing vond ze op zijn bureau, voor zijn PC, naast een map waarin ze een uitgebreide boekhouding van zijn effectenhandel vond, een geopende Bijbel. Het was de Bijbel die hij van zijn vader had geërfd. Er lag een boekenlegger in. Greet zag een ietwat bibberige streep, die moest daar gezet zijn door Bram, onder een tekst van de profeet Jesaja: want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Ditmaal was er geen diner gekookt. Eigenlijk werd er niemand op deze tweede kerstdag verwacht. Maar daar ging de bel en de familie stroomde binnen. Ze hadden twee grote pannen met soep bij zich en een hele partij belegde broodjes. Ze snapten ook wel dat ze onder deze omstandigheden geen diner konden verwachten. Op elke vraag naar zijn gezondheid antwoordde Bram “Anderhalf”. Nadat ze allen hadden plaatsgenomen, de soep zachtjes stond te warmen en heerlijke geuren door het huis trokken, zongen ze de aloude kerstliederen. Vooral het tweede vers van het lied: “Heerlijk klonk het lied der Englen” sprak Bram bijzonder aan:
Vrede zal op aarde dagen
God heeft in de mens behagen
zalig die, naar vrede vragen
Jezus leeft, wie hoort Zijn stem.
Greet zal waarschijnlijk de enige geweest zijn die gemerkt hebben dat Bram, ontroerd, op zijn manier meezong: “Anderhalf”.
