
Het bijzondere erfgoed van museumconservator Arjan Kwakernaak
CultuurNa 37 jaar neemt Arjan Kwakernaak afscheid als conservator erfgoed van Museum Rijswijk: “Veel mensen zijn geïnteresseerd in het verleden van de stad waarin ze wonen.”
Door: Robert Heijdemann
Elk jaar zorgt Arjan voor verschillende erfgoedexposities, die een beeld geven van bepaalde Rijswijkse aspecten. Variërend van de tuinen van de landgoederen, tot de verschillende stadhuizen van de gemeente. Ook voegde hij stukken toe aan de museumcollectie, die inmiddels maar liefst 15.000 objecten over Rijswijk telt. Inmiddels is alles digitaal gedocumenteerd en vastgelegd voor de toekomst. Op 19 september neemt Arjan in de fraaie museumtuin afscheid van de vele collega’s en goede vrienden die hij in die jaren leerde kennen.
Dichter Tollens
We gaan even terug naar 1987. Arjan heeft aan de Reinwartacademie zijn museumopleiding afgerond en treedt in dienst als museum assistent. Er zijn dan verder nog een conservator en een huismeester. “Het Museum is dan nog klein, alleen het Tollenshuis. Waar nu het museumcafé is, was de ingang met de balie. Daar kwam je binnen”, vertelt hij, terwijl we in de salon van het museum zitten. Hier waan je je in de 19e eeuw en verwacht je elk moment dat dichter Hendrik Tollens binnenloopt om aan een gedicht te werken. “Bij mijn indiensttreding was er al een redelijk grote collectie, maar die was nog niet geregistreerd. Dat moest wel gebeuren en dat werd mijn taak. Daarnaast waren er altijd waanzinnig veel korte tentoonstellingen van drie weken, met aansluitend een week om te wisselen”. In 1991 gaat zijn collega weg en krijgt Arjan de leiding als conservator/directeur van het Museum Rijswijk.
Particuliere trots
Vanaf dat moment komen er niet alleen minder tentoonstellingen, maar ze duren nu ook langer. “We zoeken onderwerpen die passen bij dit museum en de collectie, met stukken uit de eigen collectie en inbreng van buiten”, vertelt de conservator. “Een groot deel van de eigen schilderijen, aquarellen en tekeningen zijn gemaakt door Rijswijkse kunstenaars uit het begin van de vorige eeuw. Dat is de nabloei van de Haagse school. Dan is het een hele kleine stap om een Haagse School tentoonstelling te organiseren. Zo ging ik de koffie bij het Haags Gemeentemuseum, dat toen nog zo heette, en maakte ik kennis met particulieren die stukken wilden uitlenen. Meestal zijn ze apetrots dat hun werk in het museum komt te hangen. Zo’n tentoonstelling voorbereiden kost wel anderhalf tot twee jaar tijd.”
Nieuwbouw Leeuwendaal
Een andere tentoonstelling waarvan de herinnering een lach op het gezicht van Arjan tovert, gaat over de bouw van de wijk Leeuwendaal: “Dat is de eerste nieuwbouwwijk van Rijswijk. Kort na 1900 gaat de eigenaar van de buitenplaats Leeuwendaal stukken grond verkopen aan bouwmaatschappijen die er huizen in Jugendstilstijl op bouwen. Dat proces neemt zo’n 25 jaar in beslag.” Daarnaast trekken ook solotentoonstellingen van kustenaars van een latere generatie de aandacht. “In 1988 zaten we bij Hermanus Berserik op de thee. Een jaar later was de eerste tentoonstelling van deze kunstenaar een feit. In totaal hebben we vier tentoonstellingen met hem gemaakt en tegelijkertijd hebben we een heel grote Berserik collectie opgebouwd”, vult Arjan aan.
Hoornbrug afsluiting
Een meer recente tentoonstelling gaat over de alom bekende Hoornbrug. Arjan: “Op het moment van de opening van de tentoonstelling, werd de Hoornbrug afgesloten voor onderhoud. Dat leverde erg veel publiciteit op en daar fietsten wij op mee. Dat is alleen maar leuk. Iedereen kent ook de Hoornbrug. Wie is er niet overheen gegaan, of heeft ongeduldig staan wachten tot de brug weer open gaat? Dan weet je ook dat je met zo’n tentoonstelling een groot aantal bezoekers krijgt”. Over de bezoekers van het museum zegt Arjan: “Mensen die hier komen wonen, vinden het leuk meer te weten over de plaats waar ze dagelijks leven. Dat is een behoefte die je moet koesteren en waar je zuinig mee om moet gaan.”
42 Landgoederen
Na tientallen tentoonstellingen is het tijd geworden het conservatorstokje door te geven. Op de vraag of er voor Kwakernaak een favoriete tentoonstelling tussen zat, hoeft hij niet lang na te denken. Ik had er nog nooit een vinger achter gekregen hoeveel buitenplaatsen er de afgelopen eeuwen nu eigenlijk zijn geweest in Rijswijk. Of nog zijn”, bekent hij. “Toen Corona begon en het museum dichtging dacht ik ‘nu heb ik mijn kans!’ Ik ben onderzoek gaan doen en dat heeft ongelofelijk veel informatie opgeleverd. Ik kwam op 42 buitenplaatsen. Ik ken ze nu allemaal van naam en weet waar ze liggen. Voor de tentoonstelling nam ik vier landkaarten van dit gebied, uit 17e, 18e, 19e en 20e eeuw. Op die kaarten hebben we spelden gezet met nummertjes die verwezen naar kaartjes met korte verhaaltjes. Waar en wanneer lagen bepaalde buitenplaatsen hier, hoe groot waren ze en hoe waren ze ingericht. Er kwamen ongelooflijk veel bezoekers op af. En daar doe je het toch voor!”
Kleuters in bedstede
Als erfgoedconservator wordt Arjan vaak gevraagd wat we moeten bewaren uit het verleden. “Je kan niet alles behouden”, weet hij. “Je moet het verleden een functie in het heden geven, anders wordt het onleefbaar. Een historisch pand kan je bewaren, maar dan moet je er wel wat mee doen. Een mooi voorbeeld hiervan is het Koetshuis in Sion dat naar verwachting als kinderdagverblijf gebruikt gaat worden. Kinderen gaan hun middagslaapje doen in de voormalige bedstede. Zo blijft het gebouw behouden en wordt het ook gebruikt.” Wat hij in de afgelopen jaren wel gedaan heeft, is het verleden zichtbaar houden door foto’s, prenten, tekeningen en schilderijen te bewaren. “Het fysieke gebouw is weg, maar we weten hoe het eruit zag, wie er woonde en waar het voor werd gebruikt”, aldus de conservator.
Geen verplichtingen
Concrete toekomstplannen heeft Arjan op de drempel van zijn vertrek nog niet. “Eerst ga ik voor een rustige periode waarin ik kan bedenken wat ik wel en niet ga doen”, filosofeert hij hardop. “Reizen vind ik leuk en ga ik zeker doen, maar ik vind het ook prettig thuis te zijn met een boek op de bank. Ik ga het uitvlooien, ik merk het allemaal wel. Het wordt in elk geval een leven zonder verplichtingen. Als ik wakker word en denk ‘ik ga op vakantie’, dan pak ik mijn tas en ben ik weg.”
![]()
Arjan Kwakernaak verlaat het museum. - Tino van Dam