De Korenaer werd in 1925 gekocht door de gemeente.
De Korenaer werd in 1925 gekocht door de gemeente. (Foto: archief Museum Losoduinen)

Prins Maurits schonk eind zestiende eeuw een molen aan Loosduinen

Ook deze week put Piet Brak voor zijn artikel weer uit het manuscript van wijlen dominee W.E den Hertog getiteld 'Loosduinen in de gouden eeuw tot de Franse Tijd (1570 - 1795). Dit keer verhaalt hij over de geschiedenis van de Loosduinsche vaart en molen Maurits.

Loosduinen is van oudsher verbonden geweest met de Wennetjessloot, die in verbinding stond met andere Westlandse vaarten. De oudste van die vaarten liep langs de Lozerlaan, langs het deel dat wij later de Willem IIIstraat gingen noemen. Het 'ouwe vaartje' was tot ver in de 19e eeuw een 'open riool'. Er waren daarin twee dammen aangelegd om de Dorpskerk, de huidige Abdijkerk, en de in 1580 gebouwde Hervormde Pastorie te kunnen bereiken. In 1597 werden deze dammen op verzoek van de 'Ingezetenen en de 'Gebuuren van Loosduynen' aan de Staten van Holland, vervangen door echte bruggen. Loosduiners op hoge leeftijd herinneren zich dat slootje nog wel. Met de Hervormd Pastorie aan de overkant en het betonnen urinoir. In de volksmond ook wel 'de pisbak' genoemd. Het verdween allemaal in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw.
Al in 1310 liet graaf Willem III twee molens in Loosduinen bouwen, 'een voor de buren van Loosduynen, die hij aan de Abdij schonk. En de andere voor de bewoners van 'Eik en Duynen. Beiden zijn in de 15de eeuw verloren gegaan. In 1595 schenkt prins Maurits een houten standaardmolen. Deze waait echter in december 1720 door een zware stormwind omver. Het jaar daarop wordt bijna een geheel nieuwe ronde stellingmolen gebouwd op een vierkante onderbouw. Inmiddels was de 'Loosduinsche Vaart' vanuit Den Haag doorgetrokken tot Honselaersdijk en dus moest er, om de molen met paard en wagen te kunnen bereiken, een brug over de Vaart worden aangelegd. Een daarvoor bestaande 'kwakel' (een personenbrug) was daarvoor te zwak en te smal. In 1699 kreeg meester-timmerman Cornelis Roels een opdracht 'om te maken en te vernieuwen 'de houte brugge,leggende over de vaart van poldertje 'Klein Tuythof voor de korenmole buyten den dorpe Loosduynen'. Zo is het recreatiegebied 'de UIthof' dus aan zijn naam gekomen. Tot 1795 bleef de molen in het bezit van de Oranjes om in 1798 onder Frans bewind tot Nationaal eigendom te worden verklaard. In 1811 laat Napoleon de molen zelfs verkopen. In 1812 komt hij voor f.13,590.- in bezit van David de Nijdt. In 1925 wordt de gemeente Den Haag voor f.19.500.- de eigenaar. Onder de naam De Korenaer wordt hij op de Monumentenlijst geplaatst.