Voederverbod moet overlast beperken
In Den Haag is het sinds 1 oktober verboden om dieren in de openbare ruimte te voeren. De gemeente wil zo overlast van ratten en meeuwen voorkomen.
Den Haag is een tempel voor in het wild levende dieren. Een maaltijd is in onze stad namelijk makkelijk te scoren: zo kunnen lekkerbekken als meeuwen en ratten regelmatig smikkelen en smullen van toegeworpen broodkruimels en gaan ze ook zelf op jacht naar culinaire hoogstandjes, bijvoorbeeld door afvalzakken te plunderen.
Het gevolg is dat veel Hagenaars overlast ervaren. "Met een voerverbod creëren we de mogelijkheid om excessen aan te pakken en de overlast voor inwoners te verminderen. Ook is het voor het welzijn van dieren, ondanks alle goede intenties, beter om ze niet te voeren”, vertelt wethouder Robert Barker van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu. Wie de dieren toch voert, riskeert een boete.
Junkfood
Martin van den Hoorn, stadsecoloog voor de gemeente Den Haag, vindt het voederverbod in de hele stad 'een hele goede zaak'. "In grote steden zijn populaties van overlastgevende diersoorten vaak onnatuurlijk hoog, juist omdat er zoveel voedsel in de openbare ruimte is te vinden. Door het verbod verder uit te breiden, is er minder eten beschikbaar en wordt de overlast beperkt. Daar komt ook bij dat ons eten enorm slecht is voor de gezondheid van de dieren. Wij geven ze eigenlijk continu junkfood. De boterhammetjes zijn te vet en te zout!”