
Ik ben van nature geen ochtendmens. Dat is jammer, want op werkdagen kan ik ’s ochtends bergen verzetten waar ik de vorige middag nog torenhoog tegenop zag. Op vrije dagen kan ik echter een gat in de dag slapen, als mijn vrouw mij niet voortijdig zou waarschuwen.
In mijn prilste jeugd had ik hier geen last van. Ik was een modelkind dat keurig voor dag en dauw opstond. In de jaren tachtig hadden mijn ouders hier een handige oplossing voor: videoband 13, waarop een drie uur durende compilatie van Smurfentekenfilmpjes stond. Toen ik deze afleveringen rond mijn zesde zo langzamerhand kon dromen, kreeg ik voor mijn verjaardag een radiocassetterecorder, zodat ik mij vanaf dat moment in de vrije ochtenduren vergezeld wist van Jeanne Kooijmans en haar wakkere wereld op Radio 3.
Bij de grootouders aan de Van Zeggelenlaan was mijn ochtendroutine geen probleem. Opa stond altijd stipt om 08.00uur op, begon met de koffie, thee en zijn eigen verzorging, om vervolgens naar de buurtsuper te wandelen voor brood en vers beleg. In de tussentijd luisterde ik dan met oma naar het nieuws op Radio 1. Mijn oma in de Sneeuwbalstraat had helaas wel de gewoonte om pas rond 09.00uur op te staan en vaak lag ik ongeduldig in bed te wachten op het gestommel in de keuken, wat betekende dat zij bezig was met het ontsteken van het mini-gasje. Snel schoot ik dan in mijn ochtendjas en kroop achter de tv voor een gezonde portie Tom & Jerry, wat in die tijd nog ’s ochtends uitgezonden werd.
In de puberteit veranderde mijn slaapritme drastisch. Hoewel mijn vader er, met name in de eerste jaren, streng op toezag dat ik niet te laat naar bed ging, ontwikkelde ik toch de eigenschap om mijn vrije ochtenden in volledig onbewuste staat door te brengen. Dit hield ik vol tot mijn 35e. Vanaf dat moment gebeurde het steeds vaker dat ik vrolijk en verkwikt al om 09.30uur naast mijn bed stond en op mooie dagen zelfs de aandrang voelde om even naar buiten te gaan. Ineens zag ik mijn eigen woonwijk met andere ogen. Ik groette de buurman die op zijn gemak aan zijn motor stond te sleutelen, terwijl aan de overkant twee oude buurvrouwtjes met elkaar koffie dronken in de voortuin. De normaal zo drukke verkeersweg was nu nog verlaten en het overvloedige geluid van ronkende motoren was ingeruild voor het gefluit van de vogels. Ja, de ochtend kon zomaar eens mijn nieuwe favoriete deel van de dag worden.
Tot ik in het najaar van 2020 Corona kreeg. Hoewel ik mij inmiddels volledig klachtenvrij beschouw, heeft zich sinds die tijd wel één bijzonder verschijnsel voorgedaan: ik ben volledig teruggevallen in mijn oude slaaproutine. Als mijn vrouw mij niet voortijdig zou waarschuwen, zou ik weer een gat in de dag slapen. En dat is tóch zonde. Met een schitterende vrije Hemelvaartsdag in het vooruitzicht, zou ik mezelf dan ook graag voornemen tijdig de wekker te zetten en er vroeg op uit te gaan, om al wandelend te genieten van al het moois dat Den Haag in het goud van de morgenstond te bieden heeft. Maar na het lezen van dit stukje weet u waarschijnlijk wel beter…