Kerstlied: De Os

(Melodie; 'Something stupid'. Tekst; Ton Willemsen)


Ik wérd hier ooit geboren hallef juni in de stal vlakbij de boerderij

En had een leuke jeugd; zo heerlijk dartelen en grazen in de groene wei

En toen ik sterk genoeg was, moest ik aan een ploeg gaan trekken; poten in de klei

Een saai en eenzaam leven, en ik dacht; het duurt nog even en dan is ’t voorbij

Maar óp een zekere nacht; ik lag te slapen in mijn stal, de deur werd opengedaan

En in ’t schijnsel van een held’re ster zag ik een man een vrouw naar binnengaan

Het werd ineens wat drukker. Wel gezellig, want er kwam een ezel naast me staan.

De vrouw, die had het moeilijk, maar in korte tijd kwam zij daar met een baby aan.

’t Was mídden in de winternacht, en langzaam gingen lichtjes branden overal

Ik wéet niet wat het was, maar er hing liefde in de lucht, en vulde héel de stal

De ezel keek me aan, en ik werd warm van het bijzond’re van die mooie lach

Ik vónd het ook niet erreg, dat die baby al die tijdje in mijn voerbak lag

Vanuit het niets was plotseling muziek. Ik hoorde woorden van “Een Godd’lijk Kind”.

Er kwamen heel veel herders in de stal. Ik dacht; “Mijn God, dat past er nooit meer in!

Net tóen ík dacht;” Het is voldoende zo”, toen zei de ezel; “Kijk eens door het raam

Er komt een hele karavaan met koningen, kamelen en kadootjes aan”.

Een jaartje later toen de stal weer leeg was, dacht ik dat de rust was t’ruggekeerd

Máár er kwamen mensen, die zich pelgrims noemden, hebben in de stal gelogeerd

Het ezeltje en ik zijn bij elkaar gebleven en we vormen nu een stel

En voor de pelgrims bouwden we een flat, en wij beheren nu het kersthotel.


Ton Willemsen