Lintjes

Over een week is het weer zo ver. Dan zullen de burgemeesters in ons land een paar duizend keer zeggen dat ‘het Zijne Majesteit heeft behaagd’ enzovoort enzovoort. Een paar duizend (vermoedelijk zo rond de 3.500) inwoners van ons land worden dan onderscheiden. De meeste van hen hebben zich verdienstelijk gemaakt als vrijwilliger. Bij de sportclub, de speeltuinvereniging, in de kerk, bij een hospice, een buurthuis, de carnavalsvereniging of klaverjasclub. Kortom, mensen die als het ware het cement zijn van onze samenleving. Immers, zonder al die vrijwilligers zou het maar een saaie boel worden.

Dit jaar is er een smet over de lintjesregen neergedaald. Minister Faber van Asielzaken vond het nodig om een aantal mensen zo’n lintje te onthouden. Mensen die zich jaar in jaar uit hebben ingezet om nieuwkomers in ons land bij te staan in het vinden van hun weg in onze samenleving. Dat vindt Faber niet goed. Sterker nog, zij meent dat je op die manier de mensen te veel verwend. Die mensen moeten het juist zo moeilijk mogelijk gemaakt worden. Dat zal helpen om lotgenoten ertoe te bewegen hun heil elders te zoeken.

Nou ja, hoe het verder is gegaan met deze soap is algemeen bekend. Maar stel nu dat Faber nog meer te zeggen zou hebben. Dat zij over de hele lintjesregen zou gaan. Krijgen dan al die leiders van sportverenigingen, die scheidsrechters, die vrijwilligers die zich jaren achtereen inzetten om de medemens plezier in het leven te geven geen lintje? Domweg omdat die medemens toevallig voorouders heeft die niet in ons land geboren zijn.

'Dan zou ons Nederlands elftal maar een armzalig stelletje geweest zijn'

Nee, die Faber zat er goed naast. Benieuwd of zij juicht wanneer het Nederlands elftal successen boekt. Een elftal waarvan het merendeel van de spelers ouders hebben met een niet-Nederlandse achtergrond. Gakpo (Togolese vader) Brobbey (Ghanese roots), Frimpong (Ghanese ouders) , Maatsen (Nederlands-Surinaams) en Depay (Ghanese vader), allemaal mensen met een kleurtje én met een Oranje hart.


Zouden Faber en haar blonde roerganger het voor het zeggen hebben (gehad) dan zou ons Nederlands elftal maar een armzalig stelletje geweest zijn. De mannen waar we nu voor juichen, zouden dan al bij de grens zijn tegengehouden. 

Veel van die topvoetballers begonnen ooit bij een amateurclubje met leiders en scheidsrechters die hen de weg wezen. Die hen wegwijs maakten. Niet alleen in de sportclub, maar ook in onze soms o zo ingewikkelde samenleving. Terecht dat ook dit jaar weer veel van die leiders, van die vrijwilligers een lintje krijgen.