
Mieke is vrijwilliger bij Gilde SamenSpraak: ‘Het begint met taal’
CultuurALPHEN - Je ziet ze niet altijd, maar ze zijn er wel: mensen die, vaak naast hun werk, studie of dagelijkse bezigheden, iets extra’s doen voor de samenleving. Wat doen zij? Wat is hun reden om zich belangeloos in te zetten voor de ander, een goed doel, vereniging of organisatie? En hoe tevreden zijn zij ermee?
Door Marieke Roggeveen
Mieke de Nooijer (75) is sinds 2011 taalcoach bij Gilde SamenSpraak. Na haar pensioen ging zij op zoek naar vrijwilligerswerk: “Een oproep voor taalcoach sprak mij direct aan: ik ontmoet graag andere mensen en maak graag kennis met andere culturen. Ik heb mij aangemeld en vind het nog steeds leuk om te doen.”
Gilde SamenSpraak koppelt vrijwilligers als taalcoach aan mensen die nieuw zijn in Nederland en ondersteuning nodig hebben bij het oefenen van de Nederlandse taal. Dit doen zij door gedurende een jaar één keer per week op ongedwongen wijze Nederlands met elkaar te praten. Na aanmelding volgt een intakegesprek met de coördinator waarna, op basis van voorkeuren en overeenkomsten, een match wordt gemaakt tussen een vrijwilliger en een anderstalige.
“Als een match is gemaakt, spreek ik elke week een anderstalige”, vertelt de taalcoach. “Ik geef geen Nederlandse les maar probeer de anderstalige wel zo goed mogelijk Nederlands te leren. Dit is elke keer weer anders vanwege het niveauverschil. Momenteel ben ik gekoppeld aan een Iraanse meneer die een duidelijk doel voor ogen heeft: binnen een jaar vloeiend Nederlands spreken. Wij zijn nu een half jaar verder en hij maakt goede vorderingen. Over nog een half jaar zal hij een goede basis hebben om dit doel op langere termijn te behalen. Zeker ook gezien zijn enthousiasme.”
Gevlucht uit Iran
Taalcoach De Nooijer weet dat haar taalmaatje gevlucht is uit Iran, waar hij elektronisch ingenieur was. “Hij spreekt goed Engels, zijn vrouw en zoontje wonen hier al langer en zijn vrouw heeft inmiddels een baan. Elke week is hij super enthousiast om weer iets te leren. Dit is soms wel eens anders, dan is iemand minder geïnteresseerd. Als de interesse uitblijft, meld ik dit bij de coördinator en stop ik ermee. Dit doe ik echt alleen als het taalmaatje geen enkele moeite doet om Nederlands te leren. Nederlands is geen gemakkelijke taal: de uitspraak en de werkwoordvervoegingen zijn lastig en soms heeft een woord meerdere betekenissen.”
‘Het verrijkt’
“Ik vind dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om Nederlands te leren, daarbij wil ik graag helpen.” Bij een nieuw taalmaatje is de eerste afspraak in de bibliotheek. “Daar is een speciale afdeling met eenvoudige leer- en leesboeken. Van de bibliotheek krijgen de taalmaatjes een jaarabonnement en kunnen ze oefenen met lezen. Mijn taalmaatje begon met boeken op A1-niveau en leest nu boeken op A2-niveau. Elke week heeft hij in zijn schriftje bladzijden vol geschreven met werkwoordvervoegingen, en thuis leest hij samen met zoontje elke dag in een boekje.”
“Inmiddels heb ik al met verschillende nationaliteiten kennisgemaakt”, besluit de taalcoach. “Ik vind het nog steeds leuk om te doen, ook omdat het ertoe bijdraagt om de anderstalige zich prettiger en zelfverzekerder te laten voelen in Nederland. Meedoen met de maatschappij begint met taal, als taalcoach help je je taalmaatje een eindje op weg. Op dit moment hebben wij dertig taalcoaches, de vraag is echter groter. Wij zouden daarom dolgraag meer taalcoaches willen hebben. Je krijgt er veel voor terug: dankbaarheid van de mensen, kennis, leuke contacten en gesprekken. Het verrijkt.”
Meer informatie is te vinden op www.gildealphenaandenrijn.nl.