
Resa is een dorpshond op avontuur in Twiske en aan zee
NieuwsOOSTZAAN - Resa is een echte dorpshond. Ze is geboren en getogen in Oostzaan en ze weet alle looproutes die belangrijk zijn om via haar reukzin bij te blijven over wat er zoal speelt in het dorp.
Honden leven in een geurenwereld. Ze gaan als het ware op de lucht af en gebruiken hun neus om hun omgeving beter te leren kennen. Aan de lijn loopt Resa altijd met genoeg snuffelruimte. Met haar hondenneus ruikt ze uit welke richting een bepaalde geur komt en daar wil ze meteen heen. Ze moet zich dus soepel kunnen omdraaien om de plek uitgebreid te onderzoeken. Zo wisselen honden informatie aan elkaar uit. Het gaat erom wie er geplast heeft en wat er achter zit. Is het een bekende of een vreemde gast en wat doe ik als ik ‘m tegenkom? Is het een loops teefje, dan zegt dat genoeg. Zo verzamelen honden informatie over de buurt, dan kunnen ze er altijd over mee praten (geuren) als dat nodig is.
Het Twiske is een verhaal apart. In de polder is van alles te beleven als je veel reukcellen hebt. Resa is graag in de polder, ze kent de geur van sloten, planten en gras. En van konijnen en muizen, ook als ze onder de grond zitten. Met veel genoegen doet ze een plas bovenop een molshoop. Zo laat ze andere honden weten dat ze daar geweest is. Vanaf de wat hoger gelegen molshoop verspreidt haar geur zich makkelijk en bovendien is het wel prettig om op die zachte aarde te plassen.
Vandaag was Resa mee naar het strand. Ze houdt van de zee, het gebulder van de golven en het gekrijs van de meeuwen. Op het strand ruikt het naar avontuur, naar onbekende dieren of andere honden die daar geweest zijn. Voor een hond is de geur van de zee spannend. Zout, vis en zeewier, de zee heeft een heel eigen geur, die door de wind wordt meegenomen. Honden ruiken de zee al van ver en op weg erheen, werkt hun neus dan ook op volle toeren.
Enthousiast holde Resa op het strand achter de bal aan, ze hapte in een pluk zeeschuim en groef met haar poten in het natte zand. Ze bleef staan bij een stuk wrakhout, snoof aan een krab, een opgebolde kwal en andere stinkende aanspoelsels. Ze had het reuze naar haar zin met dat gesnuffel. Maar om lekker in te rollen vond ze een schaaldier of een glibberige kwal niet interessant. Daarvoor had ze toch liever een dooie vis gehad, maar die lag er toevallig niet.
En toen… toen bleef ze ineens staan. Ze tilde haar kop op en stond stil, in het zand, met haar ogen dicht en haar snuit omhoog. Het was alsof de tijd even stilstond en ze snoof de lucht van rottende algen en de geur van zeedieren. Ze pikte het gewoon op met die superneus en je zag haar genieten. Het zeeleven boeide haar. Ze straalde het uit en stond daar maar te snuiven met haar neus in de wind. Het was de geur van de zee die haar niet losliet.
Ze kon er geen genoeg van krijgen.
Sonja Duba