Afbeelding
(Foto: Pixabay)

De buren weten nog van niks

Column

Mijn vriendin heeft diverse aantrekkelijke kanten. Eén daarvan is dat ze heel attent is. Kom ik een keer wat flauw thuis van een lange werkdag, vind ik de volgende dag een pakje Cup-a-Soup in mijn tas. Vertel ik haar dat ik meer zou moeten bewegen, regelt ze een hometrainer. Ziet ze mij in een restaurant genieten van een glas wijn en blijkt dat bij navraag Kanonkop te zijn, bestelt ze daar meteen een hele doos van. En zo kan ik nog wel even doorgaan.  

Met dit in mijn achterhoofd zou het me niet moeten verbazen dat ze mij voor mijn verjaardag twee workshops percussie cadeau heeft gedaan. In werkelijkheid was het een grote verrassing.  

Dit moet ik even uitleggen. Ik luister graag naar ritmisch slagwerk; jazz, samba latin – noem het maar op. Met enige regelmaat kijk ik op YouTube de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen uit 2012 terug. Waarom? Vanwege de entree van de atleten. Zodra zij het Wembley Stadion betreden, worden zij door een lange rij jongeren trommelend binnengehaald, op de muziek van bekende popnummers. Prachtig om te zien.  

Dat wil ik ook, heb ik mijn vriendin wel eens enthousiast laten weten. Meer had ze niet nodig. En dus heb ik twee keer in Amsterdam een workshop percussie gevolgd. 

Nu heb ik best gevoel voor ritme, maar om dat in de praktijk te brengen is nog best een dingetje. Ik heb ooit gitaarles gehad van een straatartiest en daar ben ik uit wanhoop mee gestopt. Niet omdat het vervelende lessen waren – integendeel, want we deden niet aan noten lezen – maar omdat het me allemaal niet zo makkelijk afging. Om mezelf op weg te helpen heb ik op advies van mijn leraar een metronoom gekocht, zo’n apparaatje dat stoïcijns het ritme aangeeft. Met behulp daarvan moest ik oefenen. 

Ik werd er gillend gek van. Op een zeker moment stond ik voor de keuze: of die metronoom het huis uit, of mijn gitaar, op allebei. Het werd het laatste. Een neefje was er heel gelukkig mee. 

Ik begon dan ook met enige reserves aan mijn eerste percussieworkshop. Maar het lukte me zomaar om op een cajon, een Peruaanse trommelkist, in de maat te blijven. Sterker nog: dat lukte me ook, terwijl mijn docent er op twee bongo’s op los begon te improviseren. Ik raakte slechts één keer van de wijs.

Na de tweede sessie is mijn enthousiasme gegroeid. En nu allerlei cursussen weer van start gaan, ga ik me verder oriënteren. Maar eerst een cajon en misschien nog meer instrumenten in huis halen. En de buren waarschuwen, want die weten nog van niks.