
Gepikte appeltjes smaken veel lekkerder
NieuwsOOSTZAAN - In de vijfde klas kregen we schoolzwemmen in het zwembad ‘de Breek’ in Landsmeer. Drie weken voordat we gingen zwemmen werden de fietsen gekeurd door onze allervriendelijkste vriend, de plaatselijke veldwachter. Dus… iedereen op de fiets naar school.
We hadden nog even de tijd om onze fietsen in orde te brengen. Als ze een tweede keuring hadden doorstaan, mocht je mee op de fiets naar Landsmeer. Niet iedereen had een fiets. Hoe dat werd opgelost, weet ik niet meer. Er kon er in ieder geval één bij de meester achterop. Vertrek vanaf de Kerkbuurtschool, dan de Kattehoek door, richting de Haal, over de Nieuwerijweg zo op den Ilp af en dan naar het zwembad in Landsmeer.
Het schoolzwemmen startte begin mei. Het water was dan nog zo’n graad of 17 à 18, dus stervenskoud. We kregen zwemles in het ondiepe bad en stonden met z’n allen op de kant om erin te springen. Toen was het nog niets, maar als je in het water sprong, was het helemaal niets meer. Alles kromp, behalve mijn gebreide zwembroek. Die werd groter!
Ik stond daar maar te blauwbekken en wilde er zo gauw mogelijk weer uit. Maar wat ik ook voor smoesjes bedacht, het lukte niet. Je mocht er alleen af en toe uit om er weer in te springen. Dan kon je even bijkomen. Ik heb daar wel de basis van het zwemmen geleerd, maar meer ook niet en ik houd nog steeds niet van zwemmen.
Het viel me wel op dat er geen meesters hoefden te zwemmen. De badmeester ook niet. Die stond vanaf de kant naar ons te blèren. De meesters hielden de boel een beetje in de gaten. Als het te koud werd, gingen ze in het kleedhok zitten. En wij in dat koude water…
Als we door de Haal fietsten en in Den Ilp kwamen, stond daar een groenteboer met paard en wagen. Deze man ventte samen met zijn zoon Wumpie. Als wij dan langs de groentekar kwamen, lagen er van die mooie appels aan de kant waar wij voorbij fietsten. Dus kon je er zo eentje pikken. We hadden vaak de mazzel dat geen van tweeën er stond als we langsfietsen en als Wumpie’s vader erbij stond, dan dacht ik: hij ziet toch niks! Maar dat had ik goed mis, want als één derde van de klas een appel jat, valt dat op.
Nu woonde mijn halve familie van oma’s kant in Den Ilp. Op een mooie morgen reden wij weer voorbij de groentekar en pikte ik er eentje mee. Het appeltje smaakte me prima, maar het was wel meteen de laatste. Want wat was het geval? De kar stond bij mijn tante Griet en ome Jan voor de deur. En ik zag dat Wumpie’s vader bij mijn tante stond om te vragen of er nog wat wezen moest. Dus konden we rustig, met een paar klasgenootjes, een appeltje voor onderweg pakken en gauw doorrijden.
De volgende dag zag ik Wumpie’s vader op de Kerkbuurtschool komen. Hij ging naar de hoofdmeester en ik dacht meteen aan de appels. Even later kwam meester onze klas binnen en vroeg wie we er gisteren appelen gepikt hadden van de groentekar. Iedereen hield z’n mond en ik ook.
Na een kleine stilte vroeg meester weer wie het gedaan hadden. Weer gaf niemand antwoord, maar nu stond Wumpie’s vader erbij. Die kwam naar voren en vroeg: “Wie is Siempie?”
“Dat ben ik.”
”Juist, zeun, gisteren stond ik samen met je tante Griet achter het huis, zogenaamd te vragen of ze nog wat nodig had. Maar eigenlijk keek ik wie er appelen aan het stelen waren. Toen jullie voorbij kwamen, zei je tante dat jij er één van was!
Ontkennen kon niet, heb het wel geprobeerd, maar Ik was gewoon de klos. Ik moest bij de meester komen om te vertellen wie er nog meer bij waren, maar heb wijselijk mijn mond gehouden. Ik hoefde niks te betalen en Wumpie’s vader zei tegen de meester dat ik mijn straf wel van hem zou krijgen. Nou, dat is gebeurd. Strafregels schrijven, tweehonderdvijftig keer ‘Ik mag geen appelen stelen van de groentewagen!’ En ik kon ze alleen schrijven, want hulp van de andere appeldieven? Ho maar! Zo had ik weer wat geleerd!
Een week later gingen we weer zwemmen. Weer door Den Ilp. En wie stond er bij de groentekar? Wumpie’s vader! En toen we voorbij kwamen riep hij: “Jullie kunnen rustig kijken, ze staan aan de andere kant!”
Dus geen appels meer.
Ik kwam nogal vaak bij mijn tante Griet en ome Jan en ik was er ook op een dag dat Wumpie aan mijn tante kwam vragen of ze nog wat nodig had. Toen hij mij zag zei hij tegen haar: “Is dat nou de appeldief?”
“Ja Wumpie, zeun, dat is hem nou!”
Ik kon wel door de grond zakken en dacht nog even dat ik een klap voor mijn harses zou krijgen. Maar nee, hij zei: ”Smaakte het, zeun?” En liep lachend weg.
“Ja, zeun”, zei tante nog”, moet je maar geen appels pikken. Als je er één had gevraagd, had je ‘m zo gekregen.”
Maar ja, als je ze pikt, smaken ze veel lekkerder!
Siem Meijn en Sonja Duba