Afbeelding
(Foto: Pixabay)

Column Marcel van Stigt: Verlangens naar vroeger

Column

Even dacht ik dat ik het verkeerd had verstaan. Maar nee. Op Radio 10, die ik op een ochtend in de auto aan had gezet, klonk een aankondiging met de woorden ‘Wat heb jij erop?’. Vervolgens belde de programmamaker een luisteraar en vroeg bloedserieus, maar met de jolige ondertoon die kennelijk bij radio maken hoort, wat die op zijn brood had. Hij kreeg nog antwoord ook! Als ik het me goed herinner, was het aardbeienjam. Maar ik heb meteen een andere zender opgezocht. 

Sinds ik in een nieuwe auto rijd, zet ik de radio aan. Bij mijn vorige auto’s had dat geen zin. Het waren tweedehands barrels met een radio die alleen maar kraakte en ruiste óf er zat geen radio in. 

Ik vind het best prettig, onderweg naar muziek luisteren. Dat maakt autorijden aangenamer, vind ik, want in principe houd ik helemaal niet van autorijden; een auto zie ik puur als een middel om makkelijk van A naar B te komen – en weer terug. Maar dan wil ik ook alléén maar muziek horen. Geen radiospelletjes, flauwe grappen en ander irritant gedoe. Aan een luisteraar vragen wat hij op zijn brood smeert, is in mijn beleving een absoluut dieptepunt. 

Het doet mij vooral terugverlangen naar de vroegere cassettebandjes. Ken je ze nog, medezestiger? Daarmee nam je vanaf de radio of elpee je favoriete liedjes op en die draaide je dan af.   

Mijn vader deed dat zelfs nog met zo’n grote bandrecorder. Die nam hij wel eens mee naar discofeestjes in de buurt of op school. Jammer alleen dat hij de meeste nummers tegen het eind of zelfs in het midden abrupt had afgebroken omdat er op dat moment een dj doorheen begon te schreeuwen. Ik wist dat, de argeloze dansers niet. 

Nog zie ik hun verbaasde blikken voor me als de muziek ineens wegviel. Ze bleven in de danshouding staan die ze net hadden aangenomen, in afwachting van een vervolg. Het duurde enkele seconden voordat het volgende nummer werd ingezet, maar dan gebeurde weer precies hetzelfde. Sommigen paren hielden het voor gezien en gingen schouderophalend aan de kant zitten. 

Maar goed, mijn bandjes. Ik had een schoenendoos vol en die stond in mijn auto op de passagiersstoel. Ik had bandjes met jazz, rock, pop enzovoort, en ze liepen tot aan de laatste seconden vol. Dat had ik helemaal uitgemikt. Geen blinde stukjes. 

Afhankelijk van mijn stemming plukte ik er elke dag dat ik naar mijn werk reed eentje uit de doos. Op de heenweg draaide ik de A-kant en op de terugweg – je voelt hem al komen – de B-kant. Tweemaal dertig minuten, en zo lang duurden de ritten tussen Amsterdam-Noord en Amstelveen ook. Het klopte allemaal. 

De cassettebandjes zijn voltooid verleden tijd, tot mijn grote spijt. Nu zijn er andere mogelijkheden. Iets met Blue Tooth. Daar moet ik me toch eens in verdiepen.