
Eén zwijgend blok dat voelde als een warm bad
NieuwsOOSTZAAN - Op 4 mei getuigden heel veel Oostzaners met elkaar van hun medeleven voor al die mensen die in de oorlog het leven lieten en voor hen die ook nu nog steeds geteisterd worden door zinloos geweld, oorlogen en agressie en ook voor hen die levenslang het zware juk van de herinneringen met zich meeslepen. Het voelt als een warm bad als half Oostzaan hier als één zwijgend blok voor staat.
De kerk was open om 19.00 uur. Dominee Sjaak Visser hield een overdenking en er was gelegenheid om een kaarsje aan te steken. Een ad hoc koor zong drie toepasselijke liederen en daarna begeleidden de klanken van de dodenmars, uitgevoerd door het Wierings Trompetterkorps, de stoet naar het Hanny Schaft-monument. In een gepaste sfeer kwam de stoet weer terug.
De taptoe Infanterie werd geblazen door Danny Koppenol. Dit stuk kondigde de twee minuten stilte aan, die werden afgesloten door het Wilhelmus, uitgevoerd door muziekvereniging Excelsior.
Burgemeester Polak hield een toespraak en vertelde twee oorlogsverhalen over Oostzaanse joden die de gruwelen niet hebben overleefd en Evelien Leguit leidde de ceremonie. Daarna volgde de kranslegging, die resulteerde in een bloemenzee bij het monument.
Het plein achter het gemeentehuis was afgeladen vol, maar tijdens de twee minuten kon je een speld horen vallen. Hoe imposant is het om zo samen te zijn en dankbaarheid te betonen voor de militaire helden en de verzetslieden, de ondergrondse, en de weerstand die gewone mensen boden en die hen dreef tot heldendaden. Ze voelden zich geen helden, maar waren het wel. Aan hen hebben wij onze vrijheid te danken en daarom stonden we hier met z’n allen: een bloem in de hand, het oog gericht op de halfstok vlag, luisterend naar de bronzen klok. En toen klonk het Wilhelmus. Deze viering getuigt onder andere van de Oostzaanse identiteit, die elk jaar op 4 mei weer blijkt als het publiek hier naast de kerk in groten getale aanwezig is om het leed te herdenken dat het volk in de oorlog te verduren kreeg.
Barbara van Wijk