Oude herinneringen.
Oude herinneringen. (Foto: Aangeleverd)

‘Het gemak’ en de stank van vroeger

Nieuws

OOSTZAAN - Nog niet eens zo heel lang geleden, was ik onderweg naar Oostzaan en dan rijd ik altijd door een straat waar winkeltjes waren. Eén ervan heette ‘Het gemak’ en je kon daar van alles kopen: sigaretten, postzegels, kranten enzovoort. Ik had wat postzegels nodig en dacht: weet je wat, ik ga ze daar halen. Ik zette mijn auto aan de kant.

Er stond een mevrouw achter de kassa en ik vroeg haar beleefd waar het gemak zich bevond. Ze keek mij vragend aan en antwoordde: “U bent hier in het gemak”. En je kon aan haar zien dat ze dacht dat ik ze niet allemaal op een rijtje had. Terecht natuurlijk.

“Ik bedoel het gemak waar ik mijn behoefte kan doen?”

“Maar meneer, dat is hier niet!”

“Waarom staat het dan wel boven de winkeldeur, het gemak?”

“Ik weet niet wat u bedoelt, maar u zult ergens anders naar het toilet moeten.”

Ik keek haar eens aan. Ze dacht echt: de is gestoord!

“Mevrouw, ‘het gemak’ betekent hier in de Zaanstreek hetzelfde als ‘schijthuis’.”  Ze keek me aan en ik zag haar denken: wat zegt die nou?

“Het gemak, dat is hetzelfde als een schijthuis op de slootkant waar je je behoefte kunt doen.”

Nu begon ze het te begrijpen. Ze zei: “Oh ja, nu u het zegt, maar daar hebben we eerlijk gezegd nog nooit over nagedacht.”

“Geeft niks hoor, mevrouw, maar u verkoopt toch ook postzegels?”

Ik kreeg een velletje, betaalde en verliet de winkel. Ik keek nog eens achterom. Er stond een glimlach op haar gezicht. Nog vele keren ging ik daar voorbij en als ze toevallig buiten stond en mij zag, groette ze me met een lach.

Ik praat wel eens met mensen die in het dorp zijn komen wonen. Men vindt het er nog wel eens stinken. En dan zeg ik dat dat wel meevalt, want ik ruik niks. Als antwoord krijg ik dan dat ik vast geen goeie neus heb. Nou, mijn neus is zo goed, dat ik hun sokken kan ruiken. Daar moeten ze het dan maar mee doen.

Ik weet nog dat Oostzaan een echt boerendorp was, ik ben er midden in geboren. Iedereen had een schijthuis langs de sloot en de meeste met een hartje in de deur. Dat was voor het licht, want als de deur dicht was, zag je geen moer. Boven het water was een plank met een gat erin. Daar kon je op kon zitten en met een plonsie viel je behoefte dan in de sloot. 

Er bestond toen nog geen wc-papier. Men scheurde een oude krant in stukjes. Daar werd een stapeltje van gemaakt, met een gaatje erin waar een touwtje doorheen kon, en dat werd aan een grote spijker opgehangen. En zo had je, in die tijd, niet alleen je eigen krant, maar ook meteen je eigen pleepapier. Of het goed veegde? Daar is nog nooit openlijk over gesproken en ook niet hoe het voelde als je je kont moest afvegen met een stuk krant, waar je niet bij hoorde en eigenlijk een hekel aan had.

Naast het schijthuis was meestal een boenwal, waar de mensen hun kleding wasten en uitspoelden. En de koeboeren spoelden op hetzelfde walletje hun melkemmers schoon en hun teems, de melkzeef. Heel gewoon naast het schijthuis. Zo ging dat vroeger.

Er waren veel koe-, varkens-, kippen- en eendenboeren. En dan nog de slachterijen die er waren. Het hele dorp was overgoten met dit soort activiteiten en de geuren. Die nam je maar voor lief, dat hoorde erbij. Als een koe met haar kont boven de grup (de mestgoot) stond, moest het toch worden schoongemaakt. Dan werd het de kruiwagen in geschept en de plat (een platte schuit) ingereden. En dat iedere dag! Als het vol was, en het had gevroren in de winter, werd het naast de plat gereden en op een hoop gegooid. Als het ijs weer gesmolten was, werd de mest weer in de plat geschept en naar het land gevaren. En stinken? Welnee, je rook het geeneens!

De varkens werden ook iedere dag uitgemest. Dat werd op een hoop gegooid boven een open plek en vandaar opgehaald. Stinken? Welnee, het hoorde gewoon bij het dorp.

Zo ging het ook met de kippen- en eendenhouders in Oostzaan. De mest uit de hokken werd bij de slootkant gegooid, zodat men het zo in een schip kon gooien. Het veld was toen nog prima bevaarbaar en via de Hanenpadsluis kon je nog in het dorp komen. En dan al die slachterijen, daar kwam nou ook niet bepaald parfum vanaf. Daar hadden de mensen ook geen last van en niemand maakte er een opmerking over. Maar als ze nu ook maar iets ruiken in het dorp, beginnen ze meteen te klagen.

Als ik door het dorp fiets en het is een beetje vochtig, ruik ik soms de geur van toen. Dan verlang ik naar vroeger. Ik meen het echt. Want wat mis ik dan die oude, vertrouwde stank in Oostzaan.

Siem Meijn en Sonja Duba